Kinderboek

In de jaren zestig kwamen de Blokboekjes op de markt, bescheiden uitgaafjes, met eenvoudige verhalen en veel plaatjes, zowel geschikt voor beginnende lezers als ook om voor te lezen. Een van de vroege helden in de serie was Kleine Beer, met tekst van Else Holmelund Minarik en tekeningen van Maurice Sendak. De vijf deeltjes bestonden elk uit enkele afgeronde hoofdstukjes, behalve het doorlopende verhaal Een kusje voor kleine Beer, de vertederende geschiedenis van een zoekgeraakt kusje. Kleine Beer maakt een tekening voor Oma - uiteraard wordt dat bij Maurice Sendak een monster - die Kip haar gaat brengen. Het kusje dat hij mee terug moet nemen wordt via verschillende bodes doorgegeven, tot het bij een dassenpaartje aanlandt. Daar blijft de kus steken omdat hij steeds heen en weer gaat.

Minarik zet Kleine Beer neer als een kleuter, die wat in en om het huis rondscharrelt met zijn vrienden Kip, Eend, Poes en Uil. Met groot inzicht in de beperkte wereld van jonge kinderen zoomt ze in op herkenbare gebeurtenissen, die ze weet te verpakken in piepkleine verhalen met een heuse pointe. Beertje is dol op verjaarspartijen, picknicks en verhaaltjes luisteren. Hij is heel goed in ‘net alsof’ en gaat graag bij Opa en Oma logeren. Prachtig is Oma, die vertelt over toen moeder Beer nog een klein meisje was. Zo weeft de schrijfster een soort web van basale relaties, waarin Kleine Beer onbekommerd kan spelen en de wereld verkennen. Belangrijkste in dat web is Mama Beer, die met pre-feministisch engelengeduld waakt over het welzijn van haar zoon. Sendak verpakt haar en haar brede schoot in enorme Victoriaanse jurken, met daaroverheen schorten in soorten en maten. Ondanks haar vervaarlijke bereklauwen is ze de moederigste aller moeders, een en al aandacht voor haar slechts in zijn eigen vacht gehulde jong. De illustrator heeft haar met grote toewijding en zichtbaar plezier neergezet in een geloofwaardige tussenvorm van beer en mens. Precies zo is het hem gelukt de kleine hoofdpersoon de meest uiteenlopende uitdrukkingen mee te geven in zijn mollige berelijf: berouwvol, doodmoe, innig tevreden, druk in de weer of zichtbaar uit op kattekwaad. Het is Sendak die in de verha len de toon zet en ze inkleurt met zijn hang naar de negentiende eeuw, de daarbij behorende bestorven kleuren en attributen als olielampen en trapnaaimachines. In de veilige en overzichtelijke wereld die schrijfster en illustrator met meesterhand en een vleugje weemoed neerzetten, lijkt het mij goed toeven. Zelfs voor kinderen uit ons elektronisch aangestuurde tijdperk. In het zojuist verschenen Grote boek van Kleine Beer - voornaam in roestbruin linnen band, met leeslint - zijn de vijf boekjes gebundeld. Uitgevers vertonen de laatste jaren opvallend vaak bundelneigingen. Madelief, Robin, Pippi Langkous, Kikker en Pad, Roosje, steeds moeten hun afzonderlijke verhalen en avonturen in één band gepropt. Dat levert grote, dure boeken op, die mooi op de plank staan en die belangrijk jeugdliterair materiaal verkrijgbaar houden. Nadeel is dat zo'n uitgave een niet-passende pretentie en gewicht (vaak ook letterlijk) krijgt. Dit grote Kleine Berenboek bijvoorbeeld is door zijn omvang nauwelijks meer geschikt voor beginnende lezers.