© Bas de Brouwer (Theater Utrecht)

Een Griekse tragedie in de vorm van een modeshow op technobeats. Dit bedenksel krijgt in Atropa een behoorlijk overtuigende invulling. De exuberante kostuums van Maison the Faux, een Nederlands ‘maximalistisch’ vormgeversduo, zijn sexy en stoer tegelijk, en zorgen ervoor dat er wat te showen valt. En wie de catwalk neemt, doet dat ook om een monoloog te debiteren. Een soundscape van technobeats ondersteunt hier het ritmisch uitspuwen van de teksten. Dat past perfect bij de gezwollen, poëtisch verdikte taal van Tom Lanoye. Hij richtte zich bij zijn bewerking uit 2008 van Euripides’ oorlogsdrama Trojaanse vrouwen op de machteloosheid van de thuisgelaten vrouwen, die objecten zijn in de strijd van oorlogszuchtige mannen maar elkaar verwijten als getuige mede een schuld te dragen. Helena, als geschaakte ‘mooiste vrouw van Griekenland’ de aanleiding voor de Trojaanse oorlog, beklaagt zich over haar schoonheid die haar de meest gehate vrouw van Troje maakte. Deze begintekst is doorsneden met de blije, onwetende Iphigeneia, die straks door haar vader Agamemnon gedood zal worden om de oorlogsgoden gunstig te stemmen.

In de regie van Naomi Velissariou en Floor Houwink ten Cate bij Theater Utrecht is dit een geweldige opening, met Annelinde Bruijs als een majestueus zingende Helena en Thibaud Dooms in een heerlijk hysterische jonge-meisjestravestie. Die optelsom van zang en opgepompte declamatie mis je verderop in de voorstelling, terwijl die naast Bruijs ook beschikt over vocaliste Denise Jannah. Zij kan als Hekabe niet echt uit de voeten met de geladen spreekteksten. Een ster daarin is Velissariou, die van Klytaimnestra, na het verlies van haar dochtertje razend op haar echtgenoot Agamemnon, een monument van furieus verdriet maakt. Ook Jasmine Sendar en ’Ntianu Stuger zijn indrukwekkend als zij hun gedode kinderen beklagen en de verwoestingen oproepen van hun veroverde Troje: ‘Verkommerd, verwrongen, ontbonden, verzwonden. Geschonden, verkorven, bedorven, bestorven.’

De versie van Lanoye reflecteerde indertijd de Golfoorlog: de imperialistische retoriek van George Bush klinkt door in de Griekse opperbevelhebber Agamemnon (hier het enige mannelijke personage) die de Trojanen gaat ‘bevrijden’ van hun heersers. De makers van Atropa laten de voorstelling meekleuren met de huidige tijdgeest. Letterlijk: de in bloedrood geklede Grieken worden gespeeld door witte acteurs, de Trojanen dragen zilver en hebben een huidskleur die naar wortels in Afrika, Suriname of de Antillen verwijst. Deze casting op kleur, die een aantal recensenten ‘achterhaald’ achtten, is juist een krachtige ingreep. Want nu gaat het Oud-Griekse oorlogsdrama over de verhouding tussen Europa en zijn voormalige koloniën. ‘Waaraan herkent de mens zijn bevrijder?’ vraagt Sendar vooraan op de catwalk met een vurige directheid aan het schouwburgpubliek. ‘Hoe meer ze ons vernietigen, hoe meer we ze verschuldigd zijn, aan dank, beleefdheid, levenskunst.’ Dit indrukwekkende staaltje levenskunst dwingt besef af. Zoals over de recente excuses voor de slavernij, wat de onze regering beschamend slecht afgaat. Atropa gaat niet alleen over de eventuele schuld van de vrouwen.

Tournee tot eind december, Theater Utrecht