Kinderen verleiden


Hield Charles Lutwidge Dodgson alias Lewis Carroll nu wel of niet van kleine meisjes? Vanaf het moment dat Carrolls eerste biografie verscheen, kort na zijn overlijden in 1898, is er heel wat afgespeculeerd over die vraag. Literatuurwetenschappers, biografen, psychologen, recensenten en andere leken: allemaal hebben ze geprobeerd de complexe persoonlijkheid van de geestelijk vader van Alice in Wonderland te doorgronden. Maar al die halve en hele biografieën laten alles behalve eenduidige conclusies toe.
Zeker, volgens de zogenaamde ‘Carroll Myth’ was de man ontegenzeglijk een pedofiel, latent of anderszins, getuige onder meer de brieven aan de vele meisjes die hij zijn 'child-friends’ noemde, waarvan Nicolaas Matsier een heel aantal opnam in zijn fraaie bloemlezing Lewis Carroll, Met 4 kus: Brieven aan kinderen, maar niet alleen. En ondanks recente pogingen van Carroll-kenners als Hugues Lebailly en Karolyne Leach die mythe te ontkrachten - zij beschouwen Carroll als een typische exponent van de Victoriaanse eeuw die de kindertijd verheerlijkte - overheerst dat beeld nog steeds.
Carrolls vermeende pedofilie is echter hooguit biografisch interessant. En zelfs dat valt te betwisten: Carroll is nooit iets ten laste gelegd. Ja, hij was een levenslange vrijgezel. En ja, behalve dat hij een schrijver en wiskundige was, was hij ook een kinderfotograaf van naam en faam, die niet alleen portretten maar ook naaktfoto’s nam. Maar - en Matsier bevestigt dat in zijn inzichtelijke nawoord - dat bewijst allemaal niets. Het leidt slechts tot literaire achterklap die misschien wel meer zegt over onze eigen (tijd)geest dan over de seksuele geaardheid van de man. Het vervelende gevolg van al dat peuren in Carrolls psyche de afgelopen 113 jaar is dat je biografisch getinte geschriften als zo'n 'brievenboek’ nog nauwelijks onbevooroordeeld kunt lezen. Hoe moet je bijvoorbeeld de aanhef 'mijn eigen schat’ interpreteren in een brief die is bestemd voor een zestienjarige? Wat betekenen aan twaalfjarige meisjes geschreven zinnen als 'ik ben dol op kinderen (uitgezonderd jongens) en heb meer “child-friends” dan ik zelfs maar zou kunnen tellen op mijn vingers’? Of: 'Dank je zeer voor de perziken. Ze waren verrukkelijk. Er eentje eten was bijna net zo fijn als jou kussen.’
Toch, iedereen die dit boeiende maar ook vermakelijke brievenboek ter hand neemt, zou eventuele voorkennis moeten uitschakelen. Het enige wat aardig is om bij stil te staan voordat je aan Met 4 kus begint, is dat in een tijd waarin de telefoon nog maar net bestond en reizen een tijdrovende bezigheid was het schrijven van brieven voor velen net zo belangrijk was als voor ons het versturen van mails en sms-berichten is. Carroll schreef gedurende zijn leven wel 98.721 brieven! De geestige verhandeling over de kunst van het brievenschrijven, door Carroll 'op maat’ gemaakt voor The Wonderland Postage Stamp Case (een vroege vorm van merchandising), mag daarom niet gemist worden. Die doet je inzien dat je het brievenboek in eerste instantie moet benaderen als een bundel met absurdistische, humorvolle en lichtvoetig geschreven brieven, die vooral een demonstratie leveren van de buitenissige, talige consequenties van het logische denken waar Carroll een meester in was.
Zo vraagt hij zich af, vanuit het gegeven dat de brief nu eenmaal een zelfgenererend genre is: 'Kan er een antwoord op een antwoord zijn?’ Waarna hij zijn gedachtegang aldus vervolgt: 'Dan kan er een vraag aan een vraag zijn. Zo ja, wat is de vraag aan deze vraag? Geef antwoord, mijn kind, en wees niet alleen “(a)an ’t woord”.’ Maar er zijn ook brieven in de vorm van een rebus, of in spiegelbeeld geschreven. Brieven met raadsels en plagerijen en 'vermoeide brieven’ in een passend 'beverig’ handschrift. Allemaal fantastische voorbeelden van hoe je kinderen met taal kunt verleiden. Hoe je een beroep op hun verbeeldingskracht kunt doen. Bovendien tonen ze wat een uitstekend pedagoog Carroll geweest moet zijn, die overigens meestal met zijn echte naam ondertekende. Opvallend zijn Carrolls zelfspot en -kennis. Zo noemt hij zichzelf 'een eigenaardig soort vent, die iets te dol is op het uitslaan van onzin’ en wijst hij de brieflezer erop dat bijna al zijn beweringen 'grote overdrijvingen’ zijn.
Dit zegt niet alleen iets over Carrolls karakter, maar zeker ook over de tijd waarin hij leefde. Het Victoriaanse kind werd sterk geïdealiseerd. Zijn speelse onschuld inspireerde niet alleen kunstenaars, maar diende in het dagelijkse leven ook als tegenwicht voor de sterk geïndustrialiseerde, in alle opzichten smerige samenleving. De in het brievenboek opgenomen foto’s van Carrolls child-friends laten dat duidelijk zien. Tegelijkertijd leefde Carroll midden in 'de eeuw van de kuisheid’. Openbare uitingen van seksualiteit en erotiek waren taboe: vanzelfsprekend moest hij uitlatingen in zijn brieven relativeren. Zeker wanneer ze waren bestemd voor twaalfjarige (of oudere) meisjes. Een kus sturen naar een kind van elf kon probleemloos, maar Carroll wist - getuige enkele brieven - dat je dat niet moest wagen te doen naar een twintigjarige. Altijd lag Mrs. Grundy op de loer: de, zoals Matsier het formuleert, in de Victoriaanse tijd 'spreekwoordelijk geworden belichaming van de nieuwsgierige, roddelzieke, achterdochtige preutsheid’, geïnspireerd op een toneelpersonage van Thomas Morton (1764-1838).
Om tussen Carrolls Victoriaanse regels te lezen is misschien moeilijker dan we denken. Kunnen we ons echt verplaatsen in de geest van een negentiende-eeuwse Brit die te maken had met de dubbele Victoriaanse moraal? Misschien moeten we aanvaarden dat Carroll altijd een mysterie zal blijven: precies de reden waarom zijn werk eindeloos fascinerend is.

LEWIS CARROLL
MET 4 ¾ KUS: BRIEVEN AAN KINDEREN, MAAR NIET ALLEEN
Vertaald door Nicolaas Matsier,De Bezige Bij, 256 blz., € 19,90