Kindergeld

Heer Bommels uitspraak dat geld geen rol speelt, wordt bevestigd door de informatieve kinderboekenkast, waar het onderwerp zo goed als ontbreekt. Zo'n onderbelichting vindt geen enkele rechtvaardiging in de werkelijkheid van hedendaagse kinderen. Die beschikken immers op steeds jeugdiger leeftijd over eigen inkomsten en worden door bijna iedereen die iets te verkopen heeft, gezien als potentiële klant.

In dit gat in de markt springt Bas van Lier met Het geldboek voor kinderen. Met de euro in het vooruitzicht had het moment niet beter gekozen kunnen worden. De toekomstige munt heet een ‘soort dollar van Europa’, en er worden enkele invoeringsproblemen genoemd: 'Alle winkelwagentjes bij supermarkten moeten worden omgebouwd. Nu gaat er nog een gulden in zulke karretjes, straks waarschijnlijk 50 eurocent.’
Verdeeld in kleine, overzichtelijke subonderwerpen komen als belangrijkste gebieden aan de orde: de geschiedenis van het geld, de verhouding arbeid-geld, banken en beleggen, belastingen, de ongelijke verdeling in de wereld. Wie het boek uit heeft, weet hoe munten en bankbiljetten worden gemaakt, waar het woord 'bankroet’ vandaan komt, waarom de banken zo rijk worden, hoe de creditcard en de Bank van Lening werken, hoe je zwart geld wit wast en hoe je een simpele begroting maakt. Een monetair econoom van de Nederlandsche Bank controleerde alle informatie, dus dat blijft de recensent bespaard. Zoals al uit zijn eerdere boeken voor jeugdige lezers is gebleken, beschikt Van Lier over een heldere en toegankelijke stijl.
Zonder op de hurken te gaan is hij zich duidelijk bewust van zijn publiek (vanaf circa tien jaar). Zo geeft hij antwoord op de algemeen brandende vraag of de muntenmaker niet gemakkelijk wat rijksdaalders in eigen zak kan steken. Ter illustratie van de beurscijfers worden Calvé, Heineken en Nutricia genomen, er zijn tips voor handige verdiensten, en wie een kinderrekening opent, moet zich vooral niet laten inpakken door het beloofde geschenk, maar de voorwaarden van verschillende banken goed vergelijken.
Door het hele boek zijn grappige weetjes en anekdotes gestrooid, zoals waarom de meest bekende spaarpot een varkensvorm heeft, en over Picasso, die een biljet van honderd francs signeerde en vervolgens tevreden vaststelde dat het nu duizend waard was. Het opgewekte karakter van de tekst wordt nog versterkt door de grote hoeveelheid tekeningen van Elly Hees, die goed naar het werk van Roald Dahls vaste illlustrator Quentin Blake heeft gekeken en bijna een zelfde mate van zwierigheid weet te bereiken.
De kracht van al deze luchtigheid is tevens de zwakte van het boekje. Geld is de uitdrukking van ingewikkelde systemen, waar uiteraard niet te diep op ingegaan kan worden. Dat brengt de auteur echter tot een zonnig soort simplificatie en quasi-politieke correctheid: 'Veel rijke, maar ook minder rijke mensen geven daarom geld aan goede doelen. Maar toch is het nog lang niet genoeg. Een echte oplossing is er nog niet. Maar misschien komt er een keer iemand die wel een oplossing verzint.’
En nu we het toch over geld hebben: 35 gulden voor 64 bladzijden lijkt me duur betaald.