Kinderkast en bokkeschieters

Zaterdag uitreiking van de Kinderkast, prijs voor tv- programma’s. Hoewel de formule tamelijk vast ligt - nominaties, fragmenten, juryuitspraken en dankwoorden - was er echt wat van gemaakt. De presentatie aardig, maar hartstikke leuk en in de beste Klokhuis-traditie was de manier waarop tussen de verplichte bedrijven door de kijker werd uitgelegd wat er achter de schermen van het filmmaken gebeurt. Wat is continuiteit, wat set-dressing, hoe werkt het geluid? Mijn leren dus kijken, mijn kijken leren.

Overigens was ik het met de jury oneens. Jeugdjournaal de non-fictieprijs: akkoord. En dat de kinderjury bij ‘fictie’ voor De bokkerijders van Karst van der Meulen kiest (en dus niet voor Link van Ruud Schuitemaker of Papette van Ben Sombogaart), was te verwachten. Maar dat de volwassen vakjury ook die Bokkerijders kiest, daar kan ik niet bij. Burny Bos zei in de VPRO- gids over het verschil met Van der Meulens aanpak: 'Van der Meulen maakt typische kinderfilms. Wij maken volwassen films voor kinderen.’ Papette had ik net gezien dank zij het feit dat het samenwerkend bestel alle genomineerden in de herfstvakantie herhaalde. Klein avontuur: meisje is getuige van beroving in metro en door haar tekening van de dader wordt die gepakt. Haast zonder woorden maar vooral briljant door het stille spel van Papette. Uitzonderlijk goede casting; dito spelregie; dito regie. Een juweeltje. Dat Link een angstig hoog werkelijkheidsgehalte had, mede door het acteerniveau, zal niemand verbazen die Schuitemaker volgt. En juist op dat gebied laten Van der Meulens jonge hoofdpersonen het afweten. Hoe groots opgezet en spannend zijn serie ook was, je had toch het gevoel naar een ouderwets soort televisie te kijken. Van voor Q en Q, bij wijze van spreken. Toch: leve de Kinderkast. Al was het maar omdat kindertelevisie daardoor even de aandacht krijgt die ze bij veel bestelomroepen en in de publiciteit tekortkomt. Aandacht die de commercielen wel hebben maar, gezien wat ze ervan bakken, om volstrekt foute redenen. Bij een term als 'kwaliteit’ trekken die waarschijnlijk hun revolver. Laat staan dat ze ooit Kinderen van Sarajevo zouden maken, vierdelige documentairereeks in Villa Achterwerk van de VPRO. Ik zag de laatste twee en was onder de indruk. In deel drie geven twaalfjarige vriendinnen met hun VHS-camera de kijkers een Teleaccursus 'overleven bij belegering’: hoe maak je een nieuwe kaars van stompjes oude; hoe haal je water; hoe maak je van niks een feesttaart? Het heeft de schoolsheid van nette Oosteuropese meisjes die nooit zijn opgevoed met Rembo & Rembo. Maar het is authentiek en roerend zonder enig effectbejag. Het voetbalveld als begraafplaats - ik had het eerder gezien, maar door hun amateurbeelden raakte het sterker. Nadza, iets ouder, staat centraal in deel vier. Ze is muzikaal begaafd. Haar oorlogsdagboek is van een verbluffende volwassenheid en heeft haast literaire kwaliteit. In tegenstelling tot Anne Frank zal ze overleven. Maar haar kindertijd is door de oorlog onherstelbaar gewond. Zoiets zegt ze. En dat weet ze maar al te duidelijk te maken.