Kinderkrant

De zaak heet Autoped, bestaat sinds 1988 en is gevestigd in een oude Rotterdamse woonwijk. In de gang prijkt een houten stepje en de werkruimten aarzelen tussen kantoor en kinderkamer. Futuristische elektronische apparatuur staat op krullerige bureaus en de kast met kinderboeken is even goed gevuld als die met vakliteratuur. Aan de muur hangen ingelijste kindertekeningen naast werk van beeldend kunstenaars als Wim Hofman, Harriët van Reek en Geerten Ten Bosch, opzij van de verwarming groeien nep-vliegenzwammen en overal slingeren opzichtige theatrale hoofddeksels. Hier zijn mensen aan het werk die iets willen met kinderen en kunst. Autoped initieert en ontwikkelt literaire en kunstzinnige projecten voor kinderen, in opdracht van bedrijven, instellingen en de overheid. Directeur is Jet Manrho (1959), van huis uit schooljuf en tijdens haar latere studie onderwijskunde en pedagogiek gegrepen door de principes van het ‘ontdekkend leren’.

Manrho: ‘Autoped staat voor autonome pedagogiek. Op een step ga je bijna vanzelf. Alles wat wij maken moet net zo gemakkelijk aan het rollen gaan. Mijn drijfveer is kinderen liefde voor de kunsten bijbrengen, maar laat ze vooral niet denken dat ze iets aan het leren zijn, dat moet min of meer per ongeluk gebeuren.’ Haar eerste opdracht kwam van het Rotterdamse openbaar vervoersbedrijf. Ze maakte een boekje over hoe het reizen met bus en tram in zijn werk gaat, mét een spel. Speelsheid zou een vast kenmerk van alle Autoped-producten worden: Professor Post voor de Stichting Weten, De UitVinder (de Rotterdamse kinderagenda), het te winnen Leestientje in de Libris-boekhandels en de zogeheten Speelleeskasten, bestemd voor consultatiebureaus. Langstlopende en niet in opdracht van derden uitgevoerde activiteit is de productie van BoekieBoekie, krant voor kinderen over kunst, literatuur en wetenschap, aldus de ondertitel.
BoekieBoekie is aan zijn achtste jaargang en is voortgekomen uit een omvangrijk leesbevorderingsproject voor kinderen tot twaalf jaar, dat Autoped in opdracht van het toenmalige ministerie van WVC aan het begin van de jaren negentig ontwikkelde en uitvoerde.
'Niet storen, ik lees’ was een voorbeeldproject dat tegenwoordig waarschijnlijk onder de Stichting Lezen zou vallen. Er was anderhalf miljoen gulden mee gemoeid en Rotterdam was proeftuin. Onderwijs, bibliotheken, theaters en mensen uit de kunstzinnige vormingshoek werkten samen. Er werden tweetalige prentenboeken ontwikkeld, in de wijken waren boekencontainers geplaatst als een soort intieme leeshuiskamers en de stadstelevisie zond wekelijks uit, met de populaire Lowie de Leesworm als boekenvoorlichter. Manrho: 'Een onderdeel was de Niet storen, ik lees- krant, die bij iedereen in de bus kwam. Er werd goed op gereageerd en daarom wilde ik ermee doorgaan toen het project afgelopen was. Het eerste nummer van de BoekieBoekie-krant - vier pagina’s dun - was al klaar, zonder dat het verkocht was. Meestal begin ik iets en ga pas nadenken wanneer er problemen komen… Ooit onderzocht ik voor de Weekbladpers de haalbaarheid van een overname van St. Kitts van de Bovenwindse, een kindertijdschrift dat in 1986 door een artistiek en onconventioneel Rotterdams groepje werd geproduceerd. Uit de cijfers bleek dat ouders bereid waren 1,96 per week te betalen voor een kinderperiodiek. De prijs van de Donald Duck namelijk. Eigenlijk zoeken ze een tijdschriftje voor niets, had ik daaruit afgeleid en daar wilde ik per se iets op verzinnen. Ik lag op dat moment in het ziekenhuis en heb vanuit mijn bed alle boekhandels en bibliotheken gebeld om ze een abonnement aan te praten.’
Inmiddels is de krant uitgegroeid tot vierentwintig pagina’s in full colour. De redactie is geprofessionaliseerd en de prijs is daarmee gestegen tot een hoogte die niet meer past binnen het pr-budget van boekhandel en bibliotheek. De oplage is altijd minimaal tienduizend exemplaren geweest, maar het aantal individuele abonnees haalt de duizend niet. Manrho: 'Er wordt natuurlijk gezegd dat we elitair zijn, maar dat bestrijd ik. Juist door die gerichte gratis verspreiding kwam het blad onder kinderen die nooit het abonnementsgeld zouden kunnen betalen. Ik kan dat afleiden uit de brieven die we krijgen. De namen en de postcodes maken duidelijk dat die lang niet altijd uit Kralingen of Wassenaar afkomstig zijn. Daarom is het ook zo treurig dat dat distributiekanaal is afgesloten. We proberen slim samen te werken. Tijdens de Kinderboekenweek krijgen alle Rotterdamse kinderen uit de bovenbouw van de basisschool de krant in het kader van een literair project van de Stichting Kunstzinnige Vorming. En toen we een artikel schreven over tunnelbouw, drijfzand en een Delfts bureau voor bodemonderzoek, verspreidde dat bedrijf BoekieBoekie op alle scholen in Delft, als cadeautje omdat ze tien jaar bestonden. Van echte reclame moet ik trouwens niets hebben. We willen wel schrijven over hoe Cola wordt gemaakt, maar niet dat je het moet drinken. Kinderen worden al genoeg bestookt. Bovendien zijn advertenties lelijk: ze storen.’
Naast de krant zijn de activiteiten om kinderen warm te laten lopen voor de kunsten talrijk en (wegens geldgebrek) gedeeltelijk ook weer afgestoten. Er was het BoekieBoekie-museum, vol wonderlijke installaties en oorspronkelijk werk van illustratoren. De BoekieBoekie-mobiel reed langs scholen en zorgde ter plekke voor optredende auteurs en de mogelijkheid om zelf te leren hoe je schrijver kunt worden. De BoekieBoekie Poem-express rijdt over de hele wereld. Hij laat kinderen gedichten schrijven en illustreren, om die vervolgens te vertalen en in verschillende landen voor te dragen en te exposeren. In opdracht werden eenakters geschreven, die door leerlingen van de Jeugdtheaterschool Zuid Holland werden opgevoerd, want 'soms moet je iets een beetje voordoen’.
De nieuwste, grootse plannen betreffen de KinderKunstHal, gepland in het Rotterdamse Museumpark. Sjoerd Soeters maakte een ontwerp dat met een brug verbonden is met het Sophia Kinderziekenhuis. Er is ruimte voor wisselende tentoonstellingen en workshops. Er komt een kleine theaterzaal, een hoge toren vol deuren, nissen en geheimen, en een café dat voorlopig de naam Herriehal draagt.
Het openingsjaar staat nog steeds in de sterren. Hopelijk zal het 2001 zijn, wanneer Rotterdam Europa’s culturele hoofdstad is. Uiteraard draait het om geld. Jet Manrho mag dan twee jaar geleden de Laurenspenning hebben ontvangen wegens haar grote verdiensten op cultureel gebied - 'de methoden die zij kiest om kinderen de liefde voor kunst en literatuur bij te brengen zijn vaak buitengewoon oorspronkelijk’ -, betalen kan ze daar niet mee. Manrho: 'Tegelijkertijd weet ik dat wat ik in mijn hoofd heb er uiteindelijk komt. Laatst kwam er een brief van een jongetje: of we de krant voortaan in een envelop wilden versturen in plaats van in zo'n plasticje. Zijn exemplaar was gekreukeld aangekomen en zo kon hij het toch moeilijk bewaren! Daar kan ik weer weken op voort.’