MUZIEKTEHATER Dido and Aeneas

Kinderoperette

In het programmaboekje van Dido and Aeneas, de geliefde opera van de Engelse componist Henry Purcell (±1659-1695) snijdt dirigent William Christie een interessante kwestie aan. Kan zulke mooie en ontroerende muziek wel geschreven zijn voor een meisjeskostschool, zoals altijd wordt aangenomen?

Zeker is de opera bij ons weten voor het eerst in 1689 gespeeld op de Josias Priests kostschool in Chelsea. Maar zou het niet denkbaar zijn dat de opera oorspronkelijk een opdracht was van het koninklijk hof, bijvoorbeeld om het huwelijk tussen Mary en de Nederlandse Willem III luister bij te zetten? Regisseur Deborah Warner nam die suggestie op een speelse manier over aan het begin van de voorstelling, die zij oorspronkelijk maakte voor de Wiener Festwoche 2006 in samenwerking met de Parijse Opéra Comique, en die nu door De Nederlandse Opera word gebracht in de intieme Amsterdamse Stadsschouwburg. De voorstelling begint met enige tientallen heen en weer hollende schoolmeisjes in slordige kostschooluniformen. Het publiek keek er boos van op. Thuis hebben ze al zo’n last van spelende en krijsende kinderen op de binnenplaatsen van crèches en scholen, nu zijn die nota bene al de schouwburg binnengedrongen ook.

De panelen van het decor kunnen draaien en vormen afwisselend een gymlokaal en een koninklijk paleis zien. Ook in de rest van de voorstelling kan regisseur Deborah Warner niet goed kiezen. Van haar heeft Audi in het Holland Festival Happy Days van Beckett laten zien, met actrice Fiona Shaw, die hier was ingehuurd om een gesproken Proloog voor te dragen over Echo en Narcissus. Het sloeg nergens op, maar omdat de opera maar een uur duurt, is elke aanvulling welkom.

De hoofdpersonen zijn in fraaie 17e eeuwse kleding gestoken. De leden van het koor zien er daarentegen eigentijds gekleed uit. Samen met de schoolkinderen maken ze de indruk ouders te zijn die komen kijken naar een uitvoering door de docenten van de school. Daar is op zich niets op tegen, maar de aanwezigheid van de kinderen en de verschillende tijdssferen waren inhoudelijk niet van erg veel betekenis.

Wat mij aan deze productie niet zo bevalt, is dat hij vol zit met circusacts, grappen en grollen. Halfblote matrozen die uit de lucht komen neerdalen. Een griezelige Boze Fee en twee kroelende heksen die de liefde tussen koningin Dido en de Trojaanse held Aeneas willen frustreren. Zij overheersen de handeling nogal en daardoor lijkt het soms meer of we naar een kinderoperette kijken dan naar het noodlotsdrama dat de opera ook is. Aeneas moet kiezen tussen zijn liefde voor Dido en zijn historische plicht naar Italië te varen en daar een rijk te stichten. Hier gaat het alleen om het komische geïntrigeer van de heksen. Daardoor ontroerde de handeling mij minder dan de muziek die prachtig werd uitgevoerd door musici en koor van het Franse, in oude muziek gespecialiseerde gezelschap Les Arts Florissants. Bij de zangers viel vooral de Nederlandse sopraan Judith van Wanroij op als een speelse hofdame Belinda. De Dido van de Zweedse Malena Ernman zong ook mooi, maar zij bleef een nogal stijve Engelse juffrouw. Bariton Luca Pisaroni (die de laatste twee jaar het Amsterdamse publiek, tot groot enthousiasme bracht in uiteenlopende rollen als een heel jonge en nog onnozele Figaro in Le nozze di Figaro, een nog jongere en nog onnozeler puber in Cosí fan tutte en een krachtpatserige Hercules in Ercole amante), was dit keer als Aeneas niet erg heldhaftig of doorvoeld. Er is iets raars met deze voorstelling. De dirigent wil er een ontroerende koninklijke opvoering van maken, de regisseur ziet het meer als een komische schoolvoorstelling.

Dido and Aeneas van De Nederlandse Opera is t/m 6 oktober te zien in de Stadsschouwburg in Amsterdam. www.dno.nl