Kinderporno, pedofilie en tienerseks kinderporno

Seksuele vrijheid, ook voor kinderen. Dat is een verworvenheid van de jaren zestig. En van de in 1991 aangebrachte wijziging in de zedelijkheidswet. Die wet staat nu opnieuw ter discussie. De voors en tegens.

‘WIE DE GESCHIEDENIS van de totstandkoming van de zedenwetgeving bestudeert krijgt een goed inzicht in de ontwikkeling van de publieke moraal, tenminste, voor zover zij wordt verwoord in het politieke debat’, luidt de eerste zin van het onderzoeksrapport van het Verwey-Jonker Instituut, dat vorige week woensdag werd gepubliceerd. De toevoeging 'voorzover verwoord in het politieke debat’ bleek een wetenschappelijk noodzakelijke, maar praktisch nagenoeg overbodige nuancering. Sinds de jaren zeventig weet bijna geen enkel onderwerp een zo heftig politiek debat te doen ontvlammen als de zedelijkheidswetgeving en mogelijke veranderingen daarin. De hoeveelheid post over de komende herziening van de zedenwet die elke dag weer bij de leden van de vaste kamercommissie voor Justitie arriveert, is overstelpend. Alleen de asielzoekerskwestie kan dat aantal evenaren.
Nog voor het rapport van het Verwey-Jonker Instituut goed en wel verzonden was aan de betrokken instanties, hadden de NVSH en in haar kielzog de Vereniging van Pedofielen 'Martijn’ hieruit afgeleid dat het instituut pleit voor zowel een verbod op seks van en met tieners als voor de heroprichting van een afdeling jeugd- en zedenpolitie voor iedere regio. Dat is niet terecht, zoals professor J.de Savornin Lohman constateerde in een ingezonden brief in de Volkskrant. Het Verwey- Jonker Instituut houdt zich verre van dergelijke politieke uitspraken. Toch is hun paniekreactie tot op zekere hoogte begrijpelijk: een maatschappelijk debat over een ander onderdeel van de zedelijkheidswetgeving is op komst, waarbij de politie met zware middelen ten strijde trekt. Middelen die de seksuele verworvenheden uit de jaren zeventig mogelijk ter discussie kunnen stellen. Na een hausse aan affaires over seksueel misbruik is pedofilie en alles wat daarmee in verband kan worden gebracht immers in een dubieus daglicht komen te staan.
Na onderzoek naar de effectiviteit van het in 1991 in de zedelijkheidswet opgenomen 'klachtvereiste’ (de bepaling die onder meer seksuele contacten van jongeren tussen de twaalf en zestien jaar oud niet strafbaar stelt, tenzij de jongere wil overgaan tot rechtsvervolging; seks met kinderen onder twaalf jaar is altijd strafbaar), concludeert het Verwey- Jonker Instituut dat de wettelijke bescherming van slachtoffers van seksueel misbruik beter is, maar 'nog niet adequaat’. Daarbij meent het merendeel van de geinterviewden dat een betere samenwerking van hulpverleners en de politie in het opvangen en het begeleiden van slachtoffers van zedenmisdrijven tot meer aangiften zou kunnen leiden. Driekwart van hen oordeelt zeer negatief over de opheffing van de meeste afdelingen jeugd- en zedenpolitie, met een mooi eufemisme 'despecialisatie’ geheten. Het rapport schrijft: 'Rampzalig’, 'een zeer groot verlies’, 'drempelverhogend’, 'onbegrijpelijk’.
OUD-MINISTER VAN Justitie Hirsch Ballin bracht vorig jaar het onderwerp kinderporno weer ter sprake, indachtig het wetsvoorstel Zware Zedenmisdrijven van zijn voorganger Korthals Altes. Afgelopen september keerden de kamerfracties van PvdA, VVD en D66 zich tegen het voorstel tot herziening van de kinderpornowet 240b, waarmee het in voorraad hebben van kinderporno strafbaar zou worden. De definitie van kinderporno liet te veel aan duidelijkheid te wensen over. Ook foto’s van naakte kinderen zouden namelijk volgens het arrest van de Hoge Raad in de zaak tegen de Amerikaanse fotograaf Donald Mader als zodanig betiteld kunnen worden. En dat terwijl aan het eind van de jaren tachtig de produktie van kinderporno in Nederland nog ontkend werd.
Huisarts F. Jonker, een van de hoofdrolspelers in de immer onopgeloste Oude Pekela-affaire: 'Toen Korthals Altes in 1988 ons dorp bezocht, verklaarde hij stellig dat Nederland slechts bedrijvig was in de grafische reproduktie, maar niet in de grafische produktie van kinderporno.’ Jonker acht het echter 'zeer aannemelijk’ dat destijds in Oude Pekela kinderen onder meer misbruikt werden voor de produktie van kinderporno. Hij kiest zijn woorden zorgvuldig: 'Ik kan alleen spreken op grond van wat we in 1987 van de kinderen gehoord hebben. Die hebben duidelijk verteld dat er foto’s en films werden gemaakt. Enerzijds zeiden ze dat ze zelf gefilmd werden, anderzijds dat ze dorpsgenootjes herkend hebben op video’s. We gaan ervan uit dat dit zo is, tot het tegendeel bewezen is.’
Dat men toentertijd niets heeft kunnen bewijzen, wil niet zeggen dat er niets geproduceerd is - dat kan ook te wijten zijn aan het onderzoek, meent Jonker. 'Wij denken dat hier een combinatie van business en pedofilie gespeeld heeft. En zodra er een videofilm gevonden wordt, ben ik er van overtuigd dat “Oude Pekela” wordt opgelost.’
DAAR IS DE POLITIE in ieder geval hard mee bezig. Diverse korpsen hebben zich gestort op het opsporen van producenten, afnemers en kinderpornovideo’s. De politie hoopt dat het in bezit hebben van kinderporno strafbaar gesteld zal worden, omdat het een beter opsporingsbeleid mogelijk zou maken. De afdelingen jeugd- en zedenpolitie van Amsterdam en Rotterdam zijn ervan overtuigd dat Nederland wijdvertakte kinderpornonetwerken kent, ook al wil het CRI zich niet uitlaten over de grootte of de mate van georganiseerdheid. De Amsterdamse politie startte in april 1993 een kinderpornoproject dat zich ten doel heeft gesteld met zoveel mogelijk 'harde gegevens’ naar buiten te komen. Om iedereen van de ernst van zaak te overtuigen, heeft projectleider Jaap Hoek een compilatievideo samengesteld met kinderporno.
Verwarring heerst alom in de wereld van de kinderseks, zo zal zelfs de politie toegeven. Kinderporno is seksueel misbruik en dus verwerpelijk, daar is iedereen het over eens. Maar in het debat over de nieuwe zedenwetgeving duiken vragen op die slechts met veel moeite en veel nuances beantwoord kunnen worden. Vragen als: wat is kinderporno precies? In hoeverre zijn pedofielen betrokken bij de produktie van kinderporno? En wat is pedofilie? Moet seks met kinderen uberhaupt strafbaar worden gesteld?
Dat de politie in de jacht op kinderporno ook aan kwalijke begripsverwarring ten prooi kan vallen, bleek onlangs nog. Op 20 januari meldde NRC Handelsblad het oprollen van twee 'seksclubs voor pedofielen’ met overwegend minderjarige, mannelijke prostituees. De jongenshoeren waren tussen de zestien en achttien jaar oud en dus van een leeftijd die pedoseks per definitie uitsluit.
Dat foutieve bericht maakt deel uit van een welbewuste 'semantische strategie’ om pedofielen weer naar de zelfkant van de samenleving te manoeuvreren, zegt Martin Maassen, beleidscoordinator van de landelijke NVSH en hoofdredacteur van De Nieuwe Sextant. Ook hij heeft de kinderporno-compilatie gezien die door de politie is samengesteld. 'Tijdens de vertoning aan het COC en de NVSH werd nog even benadrukt dat er al 52 dossiers klaarlagen om pedofielen aan te pakken. We hebben de indruk dat de politie zo vlak voor een mogelijke wetswijziging met een media-offensief aan de gang is. In korte tijd zijn al vier zogenaamde “pedofielennetwerken” opgerold, maar het is de vraag of er ook echt mensen veroordeeld worden. Ik geloof dat de meesten al weer vrij zijn.’
De voormalig directeur van het Nederlands Instituut voor Sociaal Sexuologisch Onderzoek (Nisso), seksuoloog en jurist Cees Straver, vindt dat de Amsterdamse politie ten onrechte kinderporno voorop stelt in plaats van seksueel misbruik. 'Vorig jaar zag ik op de Westduitse televisie een documentaire over kinderporno. Daarbij werd de nadruk op de films gelegd, terwijl het in eerste instantie om een duidelijk geval van seksueel misbruik ging. Het videomateriaal speelde namelijk een ondergeschikte rol in de betreffende gezinssituatie. Men verwacht dat seksueel misbruik voortkomt uit netwerken van pornoconsumenten. Maar daarmee wordt de hele zaak omgedraaid. Die fout maakt de politie volgens mij ook.’
Straver zag de kinderpornoband van Jaap Hoek samen met Frits Wafelbakker; te zamen zetten ze hun standpunt inzake 240b aldus uiteen in NRC Handelsblad: 'Wij vinden dat het voorstel van Hirsch Ballin het proportionaliteitsbeginsel uit het oog heeft verloren. De minister verdedigde zijn voorstel met de redenering dat anders de opsporing ernstig belemmerd zou worden. (…) Maar door de voorgestelde verandering wordt het artikel uitgebreid tot tal van situaties die met seksueel misbruik en de bestrijding daarvan niets van doen hebben, waardoor een willekeurig vervolgingsbeleid kan ontstaan.’
Straver: 'Hoek vertoonde, naast inderdaad verderfelijke beelden van ernstig misbruik, ook plaatjes van naakte, spelende kinderen met een close-up van de geslachtsdelen van een meisje. Wij vroegen hem wat de bedoeling daarvan was, want naar de letter van de wet is dat geen kinderporno. Het kind verrichtte geen seksuele handeling. Maar hij antwoordde doodleuk dat het toch porno was.’ Het gevaar bestaat, zegt Straver, dat definities worden opgerekt en dat de wet te ruim wordt geinterpreteerd. 'Bestrijd datgene wat de wet strafbaar stelt: seksueel misbruik.’
Martin Maassen is evenzeer bevreesd dat de politie na herziening van 240b de wet te ruim zal gaan interpreteren. Welk belang denkt hij dat de politie daarbij heeft? 'Ik denk dat ze werkgelegenheid wil creeren. Bovendien passen “dat soort mensen” - pedofielen - niet in het normen- en waardenpatroon van de politie.’
'De weerstand tegen het voorstel om het bezit van kinderporno onder de strafwetgeving te laten vallen, is gebaseerd op de angst dat de politie een stok in handen zal krijgen om fotootjes van naakte kinderen op te sporen. Nou, daar heb ik helemaal geen zin of interesse in’, zegt projectleider Jaap Hoek. Over wat wel en geen porno is kun je eindeloos discussieren, meent hij. 'Dan kom je terecht in het schemergebied tussen een pikje dat stijf of half stijf staat.’ Persoonlijk vindt Hoek dat je geen foto’s van blote kinderen moet maken, zeker niet als het je eigen kinderen niet zijn. 'Je kunt je afvragen in hoeverre die kinderen in staat zijn daarvoor toestemming te geven.’
Jaap Hoek gaat ervan uit dat kinderpornoproducenten doorgaans pedofiel zijn. De 'opa-figuur’, de man die zich tot kinderen aangetrokken voelt en graag voor oppas speelt, laat hij buiten beschouwing. De overige pedofielen zijn volgens hem mannen - soms vrouwen - die kinderen seksueel misbruiken. Hij deelt ze in drie categorieen in. Om te beginnen de mannen die in de seksuele omgang met kinderen geen geweld gebruiken, maar hun grenzen niet kennen: 'De geweldloze pedofiel verzamelt kinderen om zich heen en wil het liefst een beetje aan pikkies zuigen en trekken. Vervolgens zegt hij: het kind heeft erom gevraagd. Maar hij beleeft er zelf plezier aan en een kind van zeven, acht, negen jaar is daar nog niet aan toe.’ Dan zijn er, aldus Hoek, de 'geweldenaars’, die seksueel handelen alsof het kind een volwassene is. 'Kan onder geen voorwaarde.’ En tenslotte zijn er degenen die niet in staat zijn relaties op te bouwen met volwassenen: 'Een categorie die gebiologeerd raakt door kinderen van bijvoorbeeld zeven jaar. Daarbij is het een nadeel dat zo'n kind wordt weggegooid als oud vuil zodra het een bepaalde leeftijd heeft bereikt.’ Als je veronderstelt dat iedereen van kinderen houdt, zegt Hoek, zijn we allemaal pedofiel. De term 'pedoseksueel’ acht hij daarom toepasselijker.
'HET IS HELEMAAL niet duidelijk of de mannen die tot nu toe “opgerold” zijn, op kinderen vallen of hen gebruiken als een soort porno-instrument. De mannen die kinderporno maken, worden er echt niet geil van. Toevallig ken ik er een paar van dat zogenaamde netwerk en dat zijn absoluut geen pedofielen. Het zijn wel schurken die gebruik maken van de machteloze kant van kinderen’, zegt klinisch-psycholoog Lex van Naerssen. Hij is universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht en treedt vaak op als deskundige in rechtszaken over seksueel misbruik. 'Amsterdam is nu erg streng, maar dat is lange tijd anders geweest, je kon zo een jongetje van dertien krijgen. Dit is voor de jeugd- en zedenpolitie natuurlijk een prachtmiddel om aan te tonen dat ze weer nodig zijn. Nederland is geen erger pornoland dan andere landen en het heeft ook geen overdreven aantal pedofielen, al zijn de cijfers over seks met kinderen tussen de twaalf en zestien onbekend, omdat de betrokkenen meestal hun mond houden. Hun actie heeft in ieder geval veel invloed: het bezoekersaantal op de open avonden van de afdeling pedofilie en jeugdseksualiteit van de NVSH zijn in zes maanden bijna gehalveerd.
Een klein deel van mijn clienten is psychisch gestoord en zo geremd in de omgang met volwassenen dat ze het makkelijker vinden met een jonge jongen om te gaan. Sommigen zijn erg verward over zichzelf en hebben een seksueel identiteitsprobleem. Ze weten niet of ze pedofiel zijn.’ Hoewel deze mannen graag een volwassen partner zouden hebben, gaan ze toch het liefst met jonge kinderen om. Maar Van Naerssen behandelt ook mannen die hij uitdrukkelijk als niet-pedofiel classificeert. Zij voelen zich aangetrokken tot meisjes of jongens omdat hun eerste seksuele ervaringen met leeftijdsgenootjes zo goed zijn bevallen. Dan gaat het niet om pre-puberterende maar om geslachtsrijpe kinderen tussen de twaalf en zestien jaar. 'Ze denken gewoon: “meer van hetzelfde”.’
Volgens Van Naerssen suggereert de term pedofilie ten onrechte een afwijkende psychologie van seks. Pedofielen hebben een afwijkende sociologie ten aanzien van kinderen, geen afwijkende psychologie. 'Als je per se een pathologische term wilt gebruiken: het zijn eerder sociopaten dan psychopaten.’ De term pedofilie kan beter helemaal afgeschaft worden, zegt Van Naerssen. 'Het recht kent “pedofilie” niet, het recht kent “ontucht” of “seksuele handelingen met…”. Je moet een term gebruiken in de enige context waar die hoort, namelijk de psychologisch-psychiatrische, en dus niet in de wettelijke context, zoals nu gebeurt.’
THEO SANDFORT is voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor de Seksualiteit (NVVS) en heeft als getuige-deskundige gefungeerd bij rechtszaken tegen mannen die seksueel contact met kinderen hebben gehad. De NVVS heeft geen officieel standpunt over de kinderpornokwestie omdat onderling de meningen te zeer verschillen. Sandfort spreekt derhalve op persoonlijke titel. Zoals iedereen stelt hij voorop dat te allen tijde moet worden voorkomen dat kinderen misbruikt worden voor de produktie van porno. Maar: 'In de jaren zeventig moest alles kunnen, nu neigt de algemene opinie over pedofielen naar het andere uiterste. Ik voel af en toe tussen de regels door dat met het vervolgen van kinderporno ook de verlangens naar kinderen moeten worden uitgebannen. Nou, dat kan je wel vergeten: het maakt deel uit van ons seksuele verlangenspatroon. De een heeft het niet, de ander heel sterk. Ik denk dat we er als samenleving aan moeten wennen dat kinderen seksueel aantrekkelijk kunnen zijn. Je moet kijken naar de omstandigheden waarin een contact tot stand komt, hoe een kind zich daarbij voelt, of het de ruimte krijgt. Manipulatie is natuurlijk te allen tijde uit den boze.’
Allemaal goed en wel, zegt F.Jonker, maar als volwassenen beweren dat het zo goed is voor een kind om zich met een ouder iemand op seksueel gebied te ontwikkelen, wil hij dat weleens gestaafd zien. 'Ik denk dat iedere vorm van machtsongelijkheid waarbij het belang van het kind niet voorop staat, onjuist, verwerpelijk en schadelijk voor het kind is. Ik heb geen enkele reden om aan te nemen dat het heilzaam zou zijn.’
De projectleider van de zedenpolitie, ten slotte, zegt dat de seksuele bevrijding van de jaren zeventig te ver is doorgeschoten. Een kentering in het gedachtengoed waar de NVSH en mensen als Sandfort en Straver voor op de bres hebben gestaan, ziet hij graag tegemoet. In de woorden van Hoek klinkt de opvatting door dat volwassenen altijd van kinderen moeten afblijven: 'Juist tussen de twaalf en de zestien jaar begint de puberteit en ontwikkelt een kind zijn seksualiteit. Ik bestrijd het dat volwassenen daar richting aan geven.’ Daarom vindt hij dat het 'klachtvereiste’ - het eerder vermelde onderzoeksobject van het Verwey-Jonker Instituut - best bijgesteld mag worden: 'Je zou kunnen zeggen: tot zestien jaar is seksueel contact strafbaar, tenzij het kind afziet van een rechtsvervolging.’
Van Naerssen is het daar niet mee eens. 'De politie klaagt veelvuldig dat de opsporing van misbruik bemoeilijkt wordt, maar het was nou net de bedoeling van de wetswijziging van 1991 dat ze niet na elke tip meteen een inval zou doen.’ Schrap het klachtdelict in z'n geheel en maak verkrachting en aanranding leeftijdsafhankelijk, zegt de klinisch-psycholoog. 'Ik heb ooit gedacht: schaf de leeftijdsgrens af, maar de sociale situatie is nog zo dat kinderen lang gebonden zijn aan het gezin en een sterke verhouding met hun ouders hebben. Het probleem is dat er een maatschappelijk onduidelijke situatie voor kinderen van twaalf jaar en ouder is met betrekking tot autonomie en afhankelijkheid. Er heerst nog altijd een ontzettende onzekerheid over hoe we met de seksualiteit van jongeren moeten omgaan. Zodra kinderen een jaar of dertien zijn, begint het gezeur: hoe vaak mogen ze uit, hoeveel zakgeld krijgen ze, hoe laat moeten ze thuiskomen. Het grootbrengen door kleinhouden is onveranderd de norm. Sommige kwesties moet je niet door het strafrecht willen laten oplossen, maar door maatschappelijke eensgezindheid over de vrijheid die we eenieder geven om zijn of haar seksuele zelf te bepalen.’