Kinderthriller

Het lijkt uitgesloten dat hier jaarlijks zoiets als de Gouden Strop Junior zou worden uitgereikt. Voor kinderen wordt het genre van de thriller in ons land namelijk nauwelijks serieus beoefend. Uiteraard bestaan er spannende boeken, maar die vallen voornamelijk onder het hoofdje triviaal. De dames Abbing & Van Cleeff hebben andere ambities. Daarvan getuigt alleen al hun nom de plume, die verwijst naar het beroemde Zweedse misdaadschrijversechtpaar Sjöwall & Wahlöö.

Twee jaar geleden debuteerden Abbing & Van Cleef met Struisvogelkoorts, een ingewikkelde geschiedenis over grote groepen kinderen die verslaafd raken aan een nieuw soort speeltje en zo in de handen vallen van een stelletje schurken. Spannend is het verhaal zeker, maar voor mij te bedacht en onwaarschijnlijk om er in mee te kunnen gaan.
Met De zwarte rugzak neemt het duo aanzienlijk minder hooi op de vork en het resultaat is omgekeerd evenredig: suggestief, goed opgebouwd en alle intrigedraadjes mooi afgehecht. Na een snel eerste hoofdstuk staat het verhaal op de rails. Een internationale trein voert luidruchtige kinderhordes aan op weg naar een vakantiekamp in Frankrijk. Vijf van hen zonderen zich af. Ze hebben geen van allen zin in uniforme gele petjes, corvee en stomme liedjes bij een kampvuur zingen. De oudste is veertien en de jongste (zijn broertje) acht. Daartussenin zitten nog een zwijgzaam meisje dat alleen reist, plus een broer en zusje. Voor hen liggen twee weken om precies te doen waar ze zin in hebben, ware het niet dat ze worden achtervolgd door een donkerharig type, wiens rugzak in de trein verwisseld blijkt met het identieke exemplaar van een van hen. Er zit een afgebroken marmeren paardebeen in, een schetsboek en een wandelkaart. Daarop staan kruisjes, data en de Latijnse kreet ‘heden ik, morgen gij’.
De kunst en de klassieken spelen een belangrijke rol. Bij alle kruisjes op de kaart blijkt een marmeren beeld vernield te zijn of - naar de kinderen vrezen - te zullen worden. Ook degene die voor zo'n beeld model heeft gestaan loopt gevaar. De enge rugzakman lijkt daar achter te zitten, maar het vijftal ontmoet ook een allervriendelijkste beeldhouwer, die verdacht veel op hem lijkt. De uiteindelijke clou voor de steeds benauwender gebeurtenissen blijkt te vinden in Dantes Divina commedia. Abbing & Van Cleeff willen weten dat ze niet van de straat zijn, ook al schrijven ze een thriller.
Ze beoefenen het genre overtuigend. Kleine gebeurtenissen blijken later betekenis te hebben en regelmatig gebeurt er iets waarbij je als lezer de adem inhoudt zonder precies te weten waarom. Passend is ook de platheid van de figuren - de plot is nummer één - en de hoge mate van onwaarschijnlijkheid. Niemand vraagt zich ooit af waar de Nederlandse kampgangers zijn gebleven, er is nooit sprake van geldgebrek, honger of ander ongemak. Wat er ook gebeurt, de vijf gaan eropaf! Daarmee lijken de auteurs te knipogen naar dè speurders uit vroeger kinderboekentijden, de Vijf. Voor hun eigen verhaal levert het een goede positiebepaling op: ergens tussen Enid Blyton en Sjöwall en Wahlöö in, dus passend in de vakantierugzak.