…kindje… 451

Eerst het verleden van verleden week, ik heb er nauwelijks een goed woord voor over. Je koopt een gans en wacht tot je honger hebt. Dan eet je hem op. Daarna wacht je tot je naar de wc moet en dan pers je hem er weer uit.

Zo ingewikkeld zit het, als ik de slager tenminste begrepen heb, volgens de hegeliaanse triade in elkaar. In de winkel waren er bijna twee volwassen vrouwen voor nodig om hem over de toonbank te duwen. Maar het maakte indruk op alle andere passagiers in de Beethovenstraat. Ze stonden er ineens wel heel gewoontjes bij met hun pannetje veloute van osseworst of tartaar a la hete bliksem. Eenmaal thuis onder de afzuigkap viel het weer mee en bleek het voor zijn soort eigenlijk nog een licht poppetje.
Waarom ik zo nodig een hele gans moest eten met Kerst en geen kunstvlees of ongeschilde hierodaarobonen? Omdat dat bij mijn moeder thuis op het arme platteland ook al de gewoonte was en dan wil je wel. Het enige Berlijns dat ze sprak was daar nog op terug te voeren: ‘Eine jute jebjatene Janse ist eine jute Jabe Jottes!’
Zowel naakte gans als kip zonder kop lijkt zonder bril op naakt kindje. Maar dat doen ze erom, om niet opgegeten te worden. Kindje ging toch de oven in, met een bezempje van thijm en een duootje van appel erin. Kwam er als gebraden kindje weer uit. Omdat de verdeling door handmatig rukken nogal problematisch was, lag het na enig gefiguurzaag - en dan merk je meteen hoe mooi zo'n dier eigenlijk in elkaar zit - a la maniere de professor Tulp toch keurig geportioneerd op de bordjes.
Het verleden van vandaag komt volgende week uit de diepvries. Het zal er zeker huiselijk, hoewel ietwat belachelijk uitzien.