United States of Trump #12: Mayor Pete

King of the hill

Groene-redacteur Casper Thomas schrijft vanuit Washington over het Amerika van Donald Trump. In aflevering twaalf: Pete Buttigieg, de 37-jarige burgermeester van South Bend, Indiana en presidentskandidaat.

Pete Buttigieg schudt handen als hij op zondag 1 december 2019 een kerkdienst verlaat © Demetrius Freeman/The New York Times

De voorverkiezingen bij de Democraten lijken op het Amerikaanse kinderspelletje king of the hill. Daarbij is het bedoeling om als enige op de picknicktafel te blijven staan, terwijl de rest probeert je daarvan af te trekken. Ik vrees dat het spel in het door kinderveiligheid geobsedeerde Amerika niet veel meer gespeeld wordt, maar king of the hill bevat een belangrijke levensles: het voornaamste gevolg van aan de top staan, is dat anderen je proberen onderuit te halen. De meest recente Democratische presidentskandidaat voor wie dat voor geldt is Pete Buttigieg, de 37-jarige burgermeester van South Bend, Indiana.

Buttigieg stootte de afgelopen tijd plotseling door naar de nummer één-positie in de peilingen in Iowa, de eerste staat die in 2020 stemt bij de voorverkiezingen, en verwierf daarmee de status van serieuze kanshebber op de nominatie. Pete-kritiek, die eerst vooral te horen was in selecte linkse tijdschriften en op Twitter, is als gevolg een stuk luider geworden. Wat anderen zeggen over ‘Mayor Pete’, is veelzeggend voor de politieke strijd die nu bij de Democraten wordt uitgevochten over wat belangrijker is: concrete plannen, plus financiële onderbouwing, of een zorgvuldig vormgegeven imago?

De felste aanval op Pete Buttigieg tot nu toe verscheen op The Root, een website voor ‘black news, opinion, and culture’. Een van de auteurs op dit platform, Michael Harriot, nam Buttigieg op de korrel vanwege diens uitspraak dat sociaal-economische achterstand van de Afro-Amerikaanse bevolking te verklaren is vanuit een gebrek aan rolmodellen ‘die getuigen over de waarde van onderwijs’. Harriot wees op het verschil in financiering voor zwarte en witte scholen, lagere baankansen voor zwarte afgestudeerden en de loonkloof tussen zwart en wit, ook wanneer het niveau van de opleiding gelijk is. ‘Buttigieg heeft nooit op een school gezeten met meer dan tien procent zwarte studenten, maar hij denkt te weten wat zwarte kinderen tegenhoudt om hun onderwijsdromen te verwezenlijken’, aldus Harriot. Zijn artikel, getiteld ‘Pete Buttigieg Is a Lying MF (Motherfucker)’, ging viral.

Nu verschijnt er geen stuk over Buttigieg zonder dat opgemerkt wordt dat hij bijzonder slecht scoort bij de Afro-Amerikaanse kiezer, in sommige staten zelfs onder de één procent. De Buttigieg-campagne wijt dit aan naamsonbekendheid, maar dat argument gaat steeds minder goed op nu hij zo veel in het nieuws is. Volgens sommige analisten speelt Buttigiegs homoseksualiteit een rol, maar statistisch bewijs hiervoor is moeilijk te vinden. Een andere verklaring lijkt me dat Buttigieg voor de zwarte kiezer simpelweg nul geloofwaardigheid heeft. Deze kiezersgroep, die al eeuwenlang politieke beloften heeft aangehoord die niet waargemaakt werden, heeft een bijzonder goed afgestelde antenne voor het verschil tussen nep en echt.

Is Pete for real? Zijn ambities zijn dat in ieder geval. Er duiken verhalen op over hoe Pete als kind al riep dat hij president wilde worden en over hoe het aanzien van zijn cv het allerbelangrijkste voor hem was. Wat dat betreft is hij geslaagd: Harvard, een Rhodes-scholarschip in Oxford, vrijwilliger in het leger, McKinsey, jong tot burgemeester verkozen. ‘Gedurende zijn hele leven heeft Buttigieg op iedereen een indruk van extreme belofte gemaakt’, schreef de New Yorker in een profiel. En hoewel de Pete-artikelen altijd braaf zijn cv opsommen en als indrukwekkend bestempelen, wekt zijn haast te perfecte levenspad net zo goed irritatie op. ‘Iedereen had zo'n onuitstaanbaar succesvol figuur in zijn klas’, valt er te horen.

Het is opvallend hoe vaak interviews met Buttigieg zich beperken tot zijn cv. Veel minder vaak gaat het over zijn politieke standpunten en plannen. De reden is dat Pete daar bewust vaag over is – en dat de pers hem daar tot nu toe mee liet wegkomen. Hij noemde het voorbarig als iemand met presidentiële ambities zijn plannen in detail uit de doeken doet – een stil verwijt aan zijn concurrenten Elizabeth Warren en Bernie Sanders. Hun campagne is plangedreven. Die van Pete (en ook die van Joe Biden) steunt vooral op persoonlijkheid.

Een aantal van zijn meest opvallende plannen, zoals het afschaffen van het kiescollege (waardoor iemand als Trump met drie miljoenen stemmen toch president kon worden), heeft Buttigieg stilletjes laten vallen. Zijn website staat weliswaar vol met vergezichten, maar dat zijn vooral zaken die ‘onderzocht’, ‘aangepakt’ en ‘geadresseerd’ moeten worden. Deze ‘ik pin me nergens op vast’-strategie werkt zolang mensen over je cv blijven praten, maar is riskant wanneer je plotseling in de schijnwerpers staat.

Maar voor sommige politieke commentatoren, en vermoedelijk ook voor veel kiezers, is een goed verhaal genoeg. New York Times-columnist David Brooks schreef een stuk getiteld ‘Why You Love Mayor Pete’, dat uiteraard ging over waarom hij van Mayor Pete houdt. Dat de conservatieve, katholieke Brooks wel wat ziet in een jonge, katholieke kandidaat die vindt dat zijn concurrenten te wilde plannen hebben, is niet vreemd. ‘Jonge mensen zijn vaak anti-institutioneel, maar Buttigieg is juist zeer institutioneel’, schreef Brooks. ‘Zijn hele leven bestaat uit dienstbaar zijn aan organisaties, niet uit ertegen rebelleren.’ Omgekeerd dienden die instituties Pete net zo goed. Ze leverden de bewegwijzering van zijn loopbaan, en gaven geloofwaardigheid aan zijn imago van jonge belofte.

Het opvallende is inderdaad dat wie wil rebelleren tegen instituties nu bij zeventigers als Warren en Sanders moet zijn. Buttigieg is een soort generatiestrijd in omgekeerde vorm, gestreden door iemand die wordt omschreven (zo leerde ik van Bas Blokker, mijn collega-correspondent bij NRC) als ‘iemand die op feestjes met leeftijdsgenoten naar boven ging om met de ouders te praten’.

Het is niet toevallig dat Buttigieg het ook niet goed doet bij millennials, het cohort waartoe hij zelf behoort. Ook voor deze kiezers geldt dat ze een scherpe neus hebben voor het verschil tussen nep en echt. Ze weten dat de meritocratische belofte dat wie zijn best doet vanzelf goed terechtkomt, niet waar is. In Buttigieg, een prototypische millennial in de zin dat hij een ijverige cv-strever is, zien ze dat bevestigd. Natuurlijk stond zijn wieg precies op de juiste plek, zoals ook Michael Harriot opmerkte in zijn stuk op The Root. Hij is de zoon van twee professoren en groeide op in welvaart. Dan geven de Amerikaanse instituties je door van de ene naar de andere plek, zolang je niet te veel uit de pas loopt.

Nadat hij door Harriot was uitgemaakt voor ‘motherfucker’, belde Pete hem op. Het leverde een tweede stuk op waarin Buttigieg werd neergezet als een overijverige brave borst die grote verbazing veinst over het feit dat iemand hem niet moet. Misschien is Pete nu even king of the hill, maar er zijn genoeg zwakke plekken die zijn concurenten kunnen aangrijpen om hem eraf te trekken. Het speelkwartier is voorbij.