Kinky friedman - interview ‘ik zeg altijd maar…’

IN 1974 KREEG country-zanger Kinky Friedman de Male Chauvinist Pig of the Year Award voor zijn song ‘Get Your Biscuits in the Oven and Your Buns in Bed’. Samen met zijn band The Texas Jewboys joeg hij grote delen van de Amerikaanse samenleving tegen zich in het harnas met songs als ‘They Ain’t Making Jews Like Jesus Anymore’, ‘Ride 'em Jewboy’ en zijn ode aan Charles Whitewater, de all-american boy die op een goede dag een rendiergeweer ter hand nam en 28 mensen neerschoot.

Halverwege de jaren tachtig gaf Friedman een nieuwe wending aan zijn leven door een carrière te beginnen als schrijver van detectives. Zijn satirische blik op de Amerikaanse samenleving kreeg hiermee een nieuwe ingang, en sloeg tot Friedmans eigen verbazing zelfs aan bij het grote publiek.
Onlangs werd Friedmans roman Elvis, Jezus en Coca-Cola in het Nederlands vertaald. De plot laat zich slechts met grote moeite weergeven. Vast staat dat aan het begin van het boek een vriend van Kinky komt te overlijden. De man werkte aan een documentaire over Elvis-imitatoren, maar die film blijkt op mysterieuze wijze verdwenen te zijn. Het is aan de Kinkster om hem weer boven water te brengen en uit te vinden of de film meer helderheid kan verschaffen over de dood van zijn vriend. Een tweede verwikkeling is het opduiken van zijn ene vriendin Judy en het verdwijnen van zijn andere vriendin Judy. Al spoedig blijken deze gebeurtenissen van alles met elkaar te maken hebben.
KINKY FRIEDMANS visie op het leven, de literatuur en alles wat daartussen ligt, is vervat in een aantal vaste opmerkingen die hij in vrijwel ieder interview ten gehore brengt. Kinky: ‘De pers heeft altijd een enorme voorsprong op het publiek. Overal ter wereld blijken journalisten ieder interview dat ik ooit heb gegeven al gelezen te hebben en zo kennen zij al mijn favoriete uitspraken al. Maar het publiek heeft nog nooit van me gehoord en voor hen is het allemaal nieuw. Uiteindelijk trek ik me er natuurlijk helemaal niks van aan. Ik schrijf niet voor het publiek.’
Het antwoord op de vraag voor wie hij dan wel schrijft, is een echte Kinkster-klassieker: 'Ik had ooit een vriendinnetje dat de voorruit van haar Ferrari kuste met een snelheid van 95 mijl per uur. Voor haar schrijf ik. Het is goed voor een detective-schrijver om een dood liefje te hebben. Hoewel ik het woord “dood” niet graag gebruik, ik duid het liever aan met “momenteel niet met een bepaald projekt bezig”.
Voor mijn werk beul ik mezelf niet af met het verzinnen van personages. Ik gebruik gewoon echte mensen, van wie ik hooguit de naam verander. Behalve die van mezelf dan. Want als je een naam hebt als Kinky Friedman, dan hoor je die te gebruiken. En je moet er een beetje beroemd mee worden, anders schaam je je dood.’
Een van zijn vaste uitspraken over literatuur is een citaat van Chandler: 'Maar heel weinig in literatuur is de moeite van het lezen waard, afgezien van datgene wat tussen de regels door geschreven staat.’
Kinky: 'Tegenwoordig schijnen de mensen bij mijn romans tussen de regels door te kunnen lezen. Met de songteksten van de Jewboys is dat altijd een stuk problematischer geweest. Joden belden de radiostations op om te eisen dat de deejays ontslagen werden als ze mijn muziek draaiden. Je kunt zwarten ook nog steeds kwaad krijgen met “They Ain’t Makin’ Jews Like Jesus Anymore”, omdat er het woord nigger in voorkomt. Die mensen luisteren niet tussen de regels door. Het werkt ook de andere kant op: dan komen er van die rednecks naar me toe om ook een grapje over negers te maken en dan besef ik pas later dat die mensen helemaal niet door hebben dat het satirisch bedoeld is. Uiteindelijk heb ik besloten dat stommelingen ook recht op vermaak hebben en ga ik gewoon door met wat ik aan het doen ben.
Vrouwen waren ook nooit erg te spreken over de songteksten van The Jew Boys, maar mijn boeken schijnen tegenwoordig juist door vrouwen veel gelezen te worden. De tijden veranderen. Tegenwoordig is het modieus om politiek incorrect te zijn, maar in de jaren zeventig was het ronduit gevaarlijk. Nu lach je er misschien om, maar de song “Get Your Biscuits in the Oven and Your Buns in the Bed” veroorzaakte ooit een ware hysterie onder vrouwen. We werden aangevallen op het podium en vaak moest de politie erbij komen om ons te ontzetten. Maar nu zijn zelfs lesbiennes enorme fans van me, en dat vind ik geweldig.
Mijn werk is erg Amerikaans. Soms verbaast het me wel dat het toch in zo veel landen vertaald is. Of Duitsers tussen de regels door lezen, weet ik niet. Ik weet wel dat er op het station van München tegenwoordig geen joden meer gedeporteerd worden, maar dat er wel Kinky Friedman-boeken worden verkocht. Er is blijkbaar toch iets veranderd in de wereld, maar ik betwijfel of dat een verandering ten goede is.
Al met al heb ik niet zo'n hoge pet op van de mensheid. Ik denk dat we duizenden kilometers achter een lichtbaken aan lopen, en als we er uiteindelijk komen, blijkt het alleen maar Jeanne d'Arc te zijn met haar haar in de fik.’
Uit zijn boeken komt Kinky Friedman naar voren als een gevoelig mens. Is de Kinkster wellicht de ideale man?
Kinky knikt goedkeurend. 'Jullie lezen duidelijk tussen de regels door. In mijn boeken spreid ik inderdaad een zekere gevoeligheid tentoon die in de muziek nog miste. Ik heb geen idee waarom ik er zo lang mee heb gewacht om te gaan schrijven. Maar misschien is het ook wel zo dat het succes me nu meer bevrediging schenkt dan het twintig jaar geleden gedaan zou hebben.’
Hij steekt zijn sigaar nog eens aan. 'Neem nou een man die een sigaar rookt, zoals ik, of Mark Twain, of Winston Churchill. Wij roken sigaren omdat het ons geen moer kan schelen wat andere mensen daarvan denken. Er is een soort vrouwen die dat aantrekkelijk vindt. De andere soort heeft er een hekel aan. Dat zijn dezelfde als die niet tussen de regels door kunnen lezen.’
'MIJN VOLGENDE boek heet Roadkill en gaat over iemand die Willie Nelson wil vermoorden. Dat is overigens in het echt ook al een paar keer bijna gebeurd; wat wil je als je zo vaak getrouwd bent geweest als hij. Willie gaat me helpen met de promotie. We hebben er een speciaal duet voor geschreven: “Cowboys Are Frequently Secretly Fond of Each Other”. Ik schrijf nooit met een plot in mijn hoofd - een plot is iets voor een kerkhof, zeg ik altijd.
Tijdens dit boek bleek ineens dat ik ergens middenin het verhaal tachtig pagina’s had geschreven over twee mannen die in een bar samen zitten te praten. Het gesprek gaat over iets wat ik zelf heb meegemaakt toen ik klein was. Ik heb toen een keer een man zien lopen bij wie een stuk van een van zijn ballen onder de rand van zijn zwembroek uitkwam, zonder dat hij zich daar zelf van bewust was. Dat heeft een enorm effect op me gehad. Ik heb het maar éénmaal in m'n leven gezien. Daarna helemaal nooit meer. Hoe denk je dat dat komt? Er zijn een aantal voor de hand liggende redenen: de mode verandert en mensen veranderen, en mannen van tegenwoordig hebben geen ballen meer. Maar de belangrijkste reden is dat ik vroeger van onderaf tegen de dingen opkeek, en er nu van bovenaf naar kijk. Je ziet geen bal als je van bovenaf tegen de dingen aankijkt. Dat is een wijze levensles.
Roadkill wijkt enigszins af van mijn vorige romans omdat de hoofdpersoon uit zijn gewone milieu wordt gehaald en op tournee meegaat.’
Kinky zucht. 'Ik had nog zo gehoopt dat ik het woord milieu niet zou gebruiken. Dat is toch niks voor een cowboy. Ik heb vanaf mijn vroegste jeugd country-zanger willen worden, maar ben uiteindelijk geëindigd als detective-schrijver. Ik denk dat we allemaal in een beroep belanden waar we vreselijk ongeschikt voor zijn. Als het leven een kans ziet om de boel voor je te verzieken, zal het gebeuren. Maar trek je er niets van aan. Zoek wat je echt wilt in het leven and let it kill you. Dat is mijn belangrijkste leefregel.’