Kip en ei

Als het economisch slecht gaat, wat is dan als eerste nodig: meer vertrouwen bij de consument of economisch herstel?

Aan Jeroen Dijsselbloem mede de taak om als minister van Financiën en als voorzitter van de eurogroep een antwoord te vinden op die onmogelijke vraag.

De Nederlandse PVDA-minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem en de Amerikaanse Democratische president Barack Obama hebben iets met elkaar gemeen. Dat is niet dat ze allebei begin deze week een bijzonder moment in hun loopbaan meemaakten: Dijsselbloem werd gekozen als voorzitter van de ministers van Financiën van de eurogroep, Obama werd voor de tweede keer beëdigd als president van de Verenigde Staten. Wat ze in ieder geval ook niet delen is charisma. Althans niet het charisma waar Obama altijd om wordt geprezen en dat het goed doet tijdens speeches en daarmee in de audiovisuele media. Dijsselbloem is geen charismatisch spreker, eerder een saaie. Hij moet het hebben van zijn onverstoorbaarheid, het aankaarten van taboe-onderwerpen en de durf zo nodig tegen de stroom in te gaan. Daar gaat overigens wel een zeker charisma vanuit, je moet er alleen meer moeite voor doen om dat te ontdekken.

Wat Dijsselbloem en Obama met elkaar gemeen hebben, zijn diametraal tegenover elkaar staande meningen van derden over hun toekomstige functioneren. Zo vreest de een dat Dijsselbloem als voorzitter van de eurogroep streng zal moeten zijn en dus zijn handen niet vrij heeft om de Europese teugels over het financieringstekort en de staatsschuld te laten vieren. Terwijl een ander juist bang is dat de minister van Financiën in zijn voorzittersrol nu wel gedwongen zal zijn het harde Nederlandse standpunt over tekort en schuld te laten varen omdat hij de zuidelijke Europese landen tegemoet zal moeten komen.

Over Obama beweert de een dat in een tweede periode een president altijd een lame duck, een vleugellamme eend is, terwijl een ander meent dat in een tweede ambtstermijn - waarop volgens de Amerikaanse wet geen derde kan volgen - een president juist ongehinderd door vertrouwenscijfers en kiezersgunst politiek kan bedrijven.

De waarheid ligt hier niet in het midden. Hoe de twee in de praktijk zullen functioneren, hangt af van hun karakter, hun politieke denken en van de omstandigheden waar ze mee te maken hebben of krijgen. Zo moet Obama werken met een parlement waarin polarisatie doel op zich is geworden. Of, zoals de Amerikaanse politiek commentator Roger Simons tijdens een NOS-Journaal zei, de president heeft te maken met een parlement waarin politici niet gekozen zijn om iets voor elkaar te krijgen, maar om te zorgen dat de ander iets niet voor elkaar krijgt.

Het Nederlandse parlement kent deze vorm van extreme polarisatie - zoals Simon dat noemde - (nog) niet in deze mate. Tijdens het overleg in de Tweede Kamer, waarin Dijsselbloem vorige week zijn kandidatuur voor het voorzitterschap voor het eerst formeel wereldkundig maakte, was het alleen de pvv die zich als zodanig opstelde. Die riep meteen: belangenverstrengeling, welke beloning en vergoedingen gaat de minister opstrijken. Als Dijsselbloem het voorzitterschap accepteert - wat hij heeft gedaan - moet hij wat de pvv betreft opstappen - wat hij niet doet. Die pvv-oproep, de zoveelste in de korte tijd dat Dijsselbloem minister is, leidde vooral tot schamperheid bij de Kamerleden van andere partijen. Maar daarmee is in de Nederlandse politiek en samenleving het gevaar van Amerikaanse toestanden niet verdwenen.

Ook de sp ziet niks in het eurogroep-voorzitterschap, maar dat is om een van de hierboven genoemde redenen: de sp vreest dat Dijsselbloem in Europa nu het braafste financiële jongetje van de klas zal willen zijn en daarom geen weerstand zal bieden aan de bezuinigingsdrift die de Europese regels opleggen. De sp raakt daarmee aan de discussie die onder politici, economen en andere geïnteresseerden woedt over de vraag of de economische crisis bestreden moet worden met budgettaire strengheid en bezuinigingen of juist met soepelheid en investeringen. Met het verschil in opvatting daarover heeft Dijsselbloem niet alleen binnen de eurogroep te maken, maar dus ook binnen de Nederlandse politiek.

Het is bovendien niet alleen de sp die pleit voor soepelheid. Ook economen van pvda-huize roepen dat de harde bezuinigingen, waar ook Nederland tot nu toe op aandrong, de economie alleen maar verder achteruit helpen. Coalitiegenoot vvd zit echter niet op die discussie te wachten en wil strengheid.

Echter, de laatste, opnieuw hogere werkloosheidscijfers, de wetenschap hoeveel bezuinigingen en dus nieuwe werklozen er nog aankomen, de lege winkelstraten die het geringe consumentenvertrouwen zichtbaar maken, de werklozen die het gevolg zijn van die verminderde koopkracht dan wel koopdrift, de verder wegzakkende economie - het stemt niet vrolijk. Terwijl vertrouwen dat het goed komt bij economisch herstel juist een grote rol speelt.

Alleen… dat vertrouwen is nu juist laag als het economisch slecht gaat, en omgekeerd. Wat is dan als eerste nodig: meer vertrouwen of economisch herstel?

Aan Dijsselbloem mede de taak om als minister van Financiën en als voorzitter van de eurogroep een antwoord te vinden op die onmogelijke vraag, in een nationaal en Europees politiek mijnenveld. Onverstoorbaarheid, tegen de stroom in durven gaan en de eigen persoon niet op de voorgrond plaatsen, zijn daarbij waarschijnlijk goede eigenschappen. Maar verwacht niet dat hij met een grote, meeslepende toespraak vol vergezichten ons vertrouwen en daarmee de economie gaat herstellen. Voorzover dat sowieso met alleen maar woorden mogelijk zou zijn.

Of Dijsselbloem zal kiezen voor het puur blijven vasthouden aan strengheid of - de economische omstandigheden analyserend en luisterend naar partijgenoten, economen en collega-ministers uit eurolanden die zuchten onder de tucht van de Europese begrotingsregels - voor een creatieve vorm van soepelheid durf ik niet te voorspellen. Dat zal de komende jaren blijken. Bij iemand met het karakter van Dijsselbloem maakt het echter niet uit of hij dan voorzitter is van de eurogroep. Daar hoeft de sp niet bang voor te zijn en heeft de vvd juist rekening mee te houden. Dijsselbloem vaart zijn eigen koers.