Kip ik heb je

Mevrouw Dehaene had nog zo haar best gedaan. Met een kippetje op de barbecue poseerde ze op de voorpagina van La Dernière Heure om het Belgische volk gerust te stellen. Als zelfs de vrouw van de premier niet bang is voor de dioxinevergiftiging kan ook de rest van het volk weer met een gerust hart een eitje tikken of een kippetje grillen. Het heeft niet mogen baten. De christen-democraten hebben de verkiezingen fors verloren en manlief is niet langer partijleider. Achteraf is het vooral grappig dat de premiersvrouw voor haar publiciteitscampagne La Dernière Heure koos.

Na het uitbreken van de gekke-koeiencrisis had John Gummer, de Britse minister van Landbouw, al een vergelijkbare stunt uitgehaald. Voor het oog van de televisiecamera voerde hij zijn kind een hamburger van Brits rundvlees. De ironie is dat zowel mevrouw Dehaene als Gummer niet helemaal ongelijk hadden met hun symboolpolitiek. Het aantal mensen dat aan Creutzfeld-Jacob is overleden, is beperkt gebleven tot ongeveer twintig. Ook de dioxine-vergiftigde kippen en eieren leveren geen immens gevaar op voor de volksgezondheid. Geleerden denken dat vooral een dagelijkse te hoge dosis dioxine gevaarlijk is. Het kan afwijkingen veroorzaken bij pasgeboren kinderen en kanker bij volwassenen. Maar zelfs deze effecten zijn niet wetenschappelijk bewezen. Eén ding is wel duidelijk: het nuttigen van een mogelijk besmet kippetje of een eventueel van een gekke koe gemaakte hamburger is minder gevaarlijk dan het deelnemen aan het verkeer. Toch blijven de meeste mensen autorijden. Dat is immers een gevaar dat ze kennen. Het grootste probleem van de kippen en de koeien is dat de bedreiging onzichtbaar is. Dat is kenmerkend voor wat de Duitse socioloog Ulrich Beck de risicomaatschappij noemt. Mensen kunnen niet langer op hun eigen waarneming afgaan. Ook hamburgers en kippeboutjes die er heerlijk uitzien kunnen dodelijk zijn. Dat maakt mensen onzeker. Het is aan gezagsdragers en experts om de consumenten gerust te stellen. Elk schandaal ondermijnt dat vertrouwen. En dus moeten er draconische maatregelen worden genomen om mensen weer aan het vlees te krijgen. Meer dan een miljoen Britse runderen hebben dat gemerkt evenals duizenden Belgische kippen. Maar helemaal hersteld raakt het vertrouwen nooit. Daarin schuilt volgens Beck het grootste gevaar. Hij vreest niet zozeer dat we onszelf op korte termijn vergiftigen. Veel reëler is de kans dat ons vertrouwen in de gezagsdragers en de experts verdampt. Dat bij onze zuiderburen nu ook de Coca Cola uit de handel moet worden genomen omdat honderden kinderen onwel werden, is weinig vertrouwenwekkend. Nu was er in België door Dutroux en talloze andere schandalen al langer reden voor wantrouwen, maar Nederland is niet immuun voor een vergelijkbare gezagscrisis. De Bijlmer-geschiedenis laat zien dat als het om gezondheid gaat de verwachtingen van wat de overheid moet doen ongekend zijn. De frustraties als die verwachtingen worden beschaamd zijn navenant. Het is daarom noodzakelijk om niet een schandaal af te wachten, maar reeds nu de vertechnologiseerde voedselproductie aan te pakken. Het geklungel met de varkenswet stemt echter weinig hoopvol. Als straks allerlei ziekten niet langer behandeld kunnen worden omdat onze varkens jarenlang tonnen antibiotica toegediend hebben gekregen, rest Rita Kok niets anders dan voor de televisiecamera’s karbonades te braden en ze met een vertrouwenwekkende blik aan haar Wim voeren. Dat is zonder meer stoer, maar misschien ook iets te laat, zoals Celie Dehaene nu ook beseft.