Kippetje in pak

Weinig Nederlandse films zijn wonderen van souplesse en overtuigingskracht, maar Het 14e kippetje is een wel erg rammelend vehikel. Veertien redenen waarom.

  1. Regisseur Hany Abu-Assad (De Filmkrant): ‘Ik wilde een onconventioneel script op een conventionele wijze verfilmen, alsof het in een driedelig pak gestoken is, heel keurig allemaal, maar dan wel met iets te korte mouwen.’ Dat blijkt een vergissing. Een onconventioneel script in een conventionele verpakking toont vooral een conventionele verpakking. Wat er in het pakje zit kun je raden, maar niet goed zien.
  2. Als je een parodie maakt op televisiedrama of soap dan werkt dat alleen als je met gemak beter bent dan dat wat je parodieert. Als je op je tenen moet lopen om het niveau te halen zit je er feitelijk al ver onder.
  3. Soms kun je van een filmbeeld zeggen dat het mooi is of briljant of contrastrijk of helder en het is nog niet eens zo erg dat dit hier niet kan, maar voor echte lelijkheid bestaan zo weinig hoffelijke woorden.
  4. Er wordt al een tijdje niet meer zo geklaagd over het geluid in Nederlandse films. Kennelijk is het verstaanbaar geworden en klinkt het niet onprettig. Deze film brengt ons weer terug in het klaagtijdperk.
  5. Van een film die bewust clichés in stelling brengt kun je misschien niet verwachten dat hij subtiel met clichés omspringt. Op het gevaar af de dubbele bodem te missen zeg ik toch maar dat een clichématig cliché te veel van het goede kan zijn. Ik vraag nog niet eens om originaliteit.
  6. Alleen maar interieurs en pratende acteurs werd niet aangedurfd. Het woord 'brommer’ valt en dan gaat de film zich direct te buiten aan jump-cuts en harde dansmuziek. Er mag even bewogen worden en dan moet het kennelijk meteen van dik hout gaan.
  7. Het afkluiven van All Stars-sterren en gekweel (de zingende Kamerling) lijkt tegen heug en meug te gebeuren. De jongensvriendschap wordt slechts geponeerd en het zingen lijkt ook niet echt van harte te gaan. Tafelvoetbal zonder echt zin in het gerecht.
  8. Puntige dialogen (van Arnon Grunberg) die niet puntig worden uitgesproken klinken stomper dan minder puntige. Onzin kan heel deftig klinken, maar deftigheid wordt niet vanzelf onzinnig. Niet alles laat zich eenvoudig omkeren.
  9. Ongetwijfeld is met opzet gekozen voor een hoog gehalte aan bekende gezichten in deze film. Ieder gezicht ken je ergens anders van en dat is ook een reden waarom ze niet bij elkaar willen passen. Een modellenboek. Ieder apart op een pagina.
  10. Hij doet geroutineerde critici zuchten, maar zet niet aan tot een krachtig nee. Peter van Bueren (de Volkskrant): 'Er zijn een paar momenten waaruit je zou kunnen afleiden dat het een volgende keer wellicht een stuk beter gaat.’ Wijselijk schrijft hij er niet bij welke momenten dat zijn. Want wie zou hem dan nog geloven?
  11. Ik zet de joker in. Dat ik er niet om kon lachen hoef je niet op te vatten als een goede graadmeter. Dat de mensen in de film ook niet veel lol aan hun spel lijken te beleven is uiteraard ook een subjectieve observatie. Dat de humor niet van het doek spat, klinkt al een stuk algemener. Overtuigender zal de dreiging zijn dat je, als je dit niet aanneemt, er zelf heen zal moeten.
  12. Hoogstwaarschijnlijk onbedoeld wekt de acteursregie en tekstbehandeling een soms welhaast avantgardistische indruk. Teksten klinken losgezongen van hun betekenis en acteurs spreken zinnen uit alsof ze er niet bij horen. Een merkwaardige associatie bij een film die zo graag gewoon wil zijn.
  13. De dertiende was een korte film van kippetjes-regisseur Abu-Assad die een andere filmmaker beloofde. Eén die gelooft in de kracht van een kaal kader en die aan een enkele dialoog genoeg heeft. Van dertien naar veertien kan een erg grote stap zijn.
  14. Waarom veertien? Veertien heeft geen reden. Het hadden er meer of minder kunnen zijn, zoals niets in deze film dwingend is.