Kirstie Alley as Rebecca Howe in Cheers, 22 april, 1993 © Paul Drinkwater / NBC / Getty Images

Even leek het erop dat de Amerikaanse actrice Kirstie Alley in haar debuut een streep zette door een van de grootste populaire-cultuurverhalen uit de geschiedenis. Ze blies namelijk de brug van de USS Enterprise op en ‘vermoordde’ zo al die beroemde figuren: Spock, McCoy, Uhura, Sulu. Met uitzondering van Kirk was er in een paar seconden niets meer over van Star Trek. Wát een entree. Alley was er opeens als subversieve kracht, een wervelwind waarvan je toen al kon zien dat de wereld er niet klaar voor was.

Het bleek een grap, in Star Trek II: The Wrath of Khan (1982), een oefening in oorlogstactiek, met aan het roer Kirstie als Saavik, een Vulcan-leerlingkapitein. Toch zagen we hier een jonge vrouw die op het scherm het heft in handen nam lang voordat zoiets normaal werd. De verleiding is groot om haar weerbarstige performance te zien als de reden waarom ze niet terugkeerde in Star Trek. In werkelijkheid wilde ze te veel geld. Maar misschien had ze ook wel haar hand overspeeld. Feit blijft dat Saaviks rol in de volgende films, vertolkt door andere actrices, gereduceerd werd tot praktisch niets.

Saavik was Kirstie Alley’s beste filmrol in een anderszins mislukte Hollywood-carrière. Met geen mogelijkheid kun je films als Look Who’s Talking I, II en III (1989-1993) of Sibling Rivalry (1990) serieus nemen, om van de wanstaltige John Carpenter-film Village of the Damned (1995) nog maar te zwijgen. Haar echte doorbraak kwam op televisie. In de sitcom Cheers (1987-1993) was ze warhoofd Rebecca Howe, eigenaar van de stamkroeg uit de titel; in Veronica’s Closet (1997-2000) zagen we haar in de rol van een lingerietycoon; en vanaf rond 2000 speelde ze zichzelf in realityshows als Fat Actress en Kirstie. Hiermee prikkelde ze de verbeelding van miljoenen. Show werd haar leven, haar leven werd show. Ze was Trump nog voordat hij dat zelf was. Alles was ‘drama’. De scientology kerk hielp haar van een cocaïneverslaving af. In 2016 kon Hillary Clinton het vergeten, want in de ogen van Alley kon je alleen stemmen op ‘mensen die geen politici’ waren. Ze steunde daarom Trump. En ze kampte met overgewicht. Alley werd beroemd in een tijd waarin privé en politiek volledig met elkaar fuseerden.

Sam vindt Rebecca te veel ruiken naar drank en nicotine

Dus maakte ze Fat Actress. Hierin speelt ze de rol van een actrice, zichzelf, die er alles aan doet om mager te worden, zodat ze weer kon schitteren op het grote doek. De ironische onderlaag hiervan schepte verwarring. Ja, Alley was ‘dik’, en met de serie leek ze het heersende schoonheidsideaal te willen ondermijnen. Aan de andere kant: in iedere aflevering probeerde ze juist weer een nieuwe vermageringstactiek. Was het dan toch belangrijk om aan dat ideaal te voldoen? Onduidelijk. Als je de afleveringen bekijkt, is onmiskenbaar dat ze ook hierin faalde. De serie was uiteindelijk niets meer dan een triest voorbeeld van een genre dat als vergif inwerkte op versufte kijkers die klaar waren voor Trump.

Haar glorietijd lag toen al lang achter haar. Dat was eind jaren tachtig, in Cheers. De sitcom over de Bostonse bar ‘waar iedereen je kent’ is een stralend hoogtepunt in de geschiedenis van televisiefictie. De vlijmscherpe dialogen zijn intelligent, de toon is afwisselend ironisch en doorspekt met ernst. In de beste afleveringen gaat slapstick hand in hand met tragedie, zoals in The Days of Wine and Neuroses uit 1991 waarvoor Alley de Emmy kreeg voor beste actrice in een comedyserie. In de aflevering schittert ze als Rebecca, een jaren-tachtigpowervrouw compleet met schoudervullingen en stijf geföhnd haar. Maar dat is oppervlakte. In werkelijkheid loopt haar carrière niet bepaald op rolletjes en is haar privéleven een chaos. De running gag: de elegante vrouw en de boerse barman, Sam (Ted Danson), zijn perfect voor elkaar. Toch is Rebecca altijd ontevreden. En doet ze dwaze dingen zoals ‘verliefd’ worden op de pathetische miljonair Robin Colcord.

In Wine and Neuroses is het eindelijk zover: Rebecca gaat trouwen met Robin. Thuis viert ze dat – alleen. Ze bestelt champagne en pizza. En wordt stomdronken. Opeens ziet ze de waarheid: alleen om het geld is ze bij Robin. Wanhoop! Sam is haar redding. Eerder had hij een onenightstand met haar, maar nu is hij een echte vriend. Dan realiseert Rebecca zich dat zij Sam wíl. En wel nu. In badjas en pantoffels, haar dat alle kanten op staat, sigaret in de mond en zwaaiend met een halflege fles achtervolgt ze hem. Sam, onder de omstandigheden een heer, zogenaamd, probeert haar tegen zichzelf te beschermen (stiekem, bekent hij later, vindt hij haar te veel ruiken naar drank en nicotine). Maar er is geen houden aan haar. Ze valt hem lichamelijk lastig. En valt dan flauw.

Rebecca. Hoe ik haar wel niet gemist heb, merkte ik toen ik Cheers voor de zoveelste keer terugkeek. En Saavik? Vlak na de ‘massaslachting’ in The Wrath of Kahn verschijnt de grote Kirk (William Shatner) om haar flink de les te lezen. In een staaltje mansplaining legt Kirk uit dat zij het allemaal fout heeft gedaan tijdens de oefening, vandaar dat ze het halve ruimteschip en de hele kerncrew ‘vernietigde’. Zij kijkt hem gevoelloos aan. Maar in haar ogen glinstert onmiskenbaar spot, zodat het ondenkbare realiteit wordt: ze verafgoodt de legendarische Kirk niet zoals het hoort. Ze vindt hem belachelijk. Nu, na Alley’s dood, zien we Saavik eindelijk voor wie ze echt is: een vrouw die in die eerste paar minuten veel meer opblaast dan alleen de Enterprise-brug. Een natuurkracht, dat is Saavik. Dat was Kirstie Alley.