Perquin

Kist

Ineens sta ik op de Zolder der Zolders. Het is een ruimte zoals ik die als kind voor me zag: reusachtig, met een krakende vloer en balken waartussen het schemert. ‘Kisten staan boven’, heeft de man van de winkel gezegd. Maar de kist die ik zoek kan ik niet vinden. Wel een ouderwetse eenwieler, een kersenhouten schrijftafeltje, een paspop met een trouwjurk aan en twee reusachtige plantenbakken in de vorm van griffioenen. Dingen waarvan ik niet wist dat ik ze wilde hebben. Ik probeer redelijke argumenten te bedenken om een poffertjespan ter grootte van een verkeersbord aan te schaffen. En een met schapen bestempeld nachtkastje. Her en der lees ik kleine briefjes. ‘Deze Kast Beter Niet Openen’, bijvoorbeeld. En: ‘Laatste Originele Replica Uit Serie’. De man van de winkel houdt van hoofdletters, dat was me bij binnenkomst al opgevallen. Op de deur zag ik een koperen plaatje waarop ‘Antiek, Prularia en Curiosa’ vermeld staat, alsof het de leden van een gezin betreft. Ik hoor de trap kraken en even later staat de man van de winkel naast me. Er kleeft spinrag aan zijn trui. ‘Wat zoekt u precies?’ vraagt hij. Ik probeer uit te leggen wat ik voor ogen heb. Een grote kist, zonder frutsels. Stevig genoeg om op te zitten en ruim genoeg om flink wat boeken in te bewaren. ‘Tja’, zegt de man. ‘Zoiets had ik wel. Maar die heb ik net verkocht aan een oude meneer die zijn hond wilde begraven.’ Hij zegt het alsof zulke dingen dagelijks voorvallen en gaat me dan voor naar beneden. We schuifelen voetje voor voetje de trap af. ‘Het is wel jammer voor u’, zegt hij als we beneden staan. Hij noteert mijn naam en telefoonnummer, voor als hij nog iets van mijn gading tegenkomt. ‘Maar het was een Duitse herder’, vervolgt hij. ‘Die past niet in een schoenendoos.’ Nog lang nadat ik de winkel verlaten heb denk ik aan de meneer die de grote, stevige kist kocht. Het is een beeld dat zich niet laat verdrijven: hoe een oude hand een hond streelt en dan voorgoed het deksel sluit.