OPHEFFER

Kitschromantiek

De film Into the Wild van Sean Penn is ergerniswekkend om een aantal redenen die ik straks zal uitleg-gen, maar bijna al mijn vrienden vinden hem goed.
‘En waarom dan?’
‘O, die prachtige beelden van de natuur in Alaska…’
Ja, die beelden zijn overweldigend, en het acteerspel is om te smullen, en toch is die film kinderachtige kitsch door het slechte scenario. Zo wordt er niets gesuggereerd, maar alles uitgelegd, wat een dood-zonde in film schijnt te zijn, al weet ik nooit precies waarom. Toch kan me dat niet veel schelen. Een kit-schfilm vol fouten kan soms toch een fantastische film zijn. Into the Wild is ergerniswekkend omdat het, zoals ik tegen mijn vrienden zei, een ‘links-christelijke’ film is.
Waarom treiterde ik ze daarmee?
De hoofdpersoon slaagde voor zijn eindexamen met allemaal tienen. (Knap hoor.)
Op de universiteit schreef hij allemaal scripties met als onderwerp: de honger in Afrika, wat te doen te-gen de waterschaarste in Afrika en soortgelijke onderwerpen. (Mooi hoor.)
De hoofdpersoon leest gedichten – en niet de minste. (Byron, tjonge jonge.)
En hij leest ook, zodra het maar kan, literatuur. Tolstoi kwam voorbij, zag ik. (Nou nou, petje af.)
En natuurlijk leest hij ook Thoreau! Hij leest Walden. Een boek dat enorme invloed op de hoofdpersoon had, want u weet: Henry David Thoreau verbleef twee jaar in een blokhut om daar ‘antwoorden op le-vensvragen’ te vinden. Het Walden van de hoofdpersoon in Into the Wild is Alaska en zijn blokhut is ‘a magic bus’. De hele film kun je zien als van iemand die Thoreau niet echt begrepen heeft.
Net als de hoofdpersoon kon Thoreau ook houtbewerken, metselen, tuinieren, zeilen, en ook Thoreau kwam uit een goed milieu. Beiden zijn christelijk geïnspireerd. En beiden sterven door een misverstand. De hoofdpersoon in de film eet de verkeerde besjes, Thoreau stierf doordat hij te veel grafiet had ingea-demd in de potlodenfabriek van zijn vader. Over Walden is veel geschreven, vooral in de jaren zestig, zeventig toen de hippiecultuur – net als nu – in de aandacht stond. Walden was christelijk geïnspireerd. Als experiment, als manier van leven, is het mislukt. Het inspireert mensen nog steeds, maar die zijn blind voor het onmogelijk onmaatschappelijke.
De film ergerde mij vanwege de kitscherige uitspraken, de semi-filosofische onzin die wordt uitge-kraamd, gelardeerd met eenvoudige symboliek. (‘Ook jij kunt de top van de berg op, oude man… Kom maar… Want vanaf hier heb je een prachtig uitzicht…’)
De film appelleert aan een nieuw New Age-gevoel en bevestigt dat. We zijn alles kwijtgeraakt, elke vorm van verbondenheid met de natuur is weg, we moeten weer oog in oog durven staan met de bomen en de beren. Pas dan (en niet eerder) kunnen wij de ware liefde voelen. (O ja? Wat is dat dan?)
Kitschromantiek, rommel kortom.
Grizzly Man van Werner Herzog is een film die, gek genoeg, hetzelfde thema heeft. Met dezelfde uit-komst. Maar wat een verschil. Grizzly Man speelt ook in Alaska. En de hoofdpersoon, Timothy Tread-well, bestond echt en de film eindigt even tragisch. Maar er is één levensgroot verschil: Herzog sugge-reert dat zijn hoofdrolspeler (al is het een documentaire) de dood uitdaagt: vrienden worden met de beer, opgaan in de beer, is zijn wens.
Grizzly Man zou je een rechts-humanistische film kunnen noemen. Fascistoïde bijna.
Grizzly Man is veel beter dan Into the Wild.
Into the Wild kreeg overal vier of vijf sterren.