Kitty kelley

ZE WAS ER KAPOT VAN. Gehuild had ze. En ze had de uitgever voorgesteld het boek over het Britse koningshuis wat later uit te brengen. Zegt ze. Zo kort na het overlijden van prinses Diana en zo midden in de discussie over de roddelpers kon je moeilijk aankomen met 547 pagina’s achterklap en overschrijverij.

Daar dacht de Amerikaanse uitgever dus heel anders over. Op de website van Warner Books staat een mededeling van de baas: ‘Beste vrienden, de afgelopen dagen zijn zo droevig geweest voor velen van ons dat ik even de gelegenheid wil nemen u allen iets meer inzicht te geven in de publikatie en inhoud van Kitty Kelley’s langverwachte boek. (…) Na rijp beraad hebben we besloten de publikatie te vervroegen met zes dagen, naar 17 september. De pers heeft de afgelopen dagen veel belangstelling getoond voor interviews met Kitty Kelley en zij heeft er voor gekozen te wachten totdat het boek is verschenen; welnu, dat wachten hoeft nu niet lang te duren.’
De boodschap is geheel in de hypocriete stijl waarmee Kelley vorige week zelf is opgetreden. De schrijfster verscheen eerst in stemmig zwart voor de camera van een serieus actualiteitenprogramma en zei dat ze meteen na de dood van Diana veel was gevraagd voor commentaar. Helaas (haar zachte stem stokte, de ogen werden vochtig), ze was toen te zeer door de gebeurtenissen aangegrepen om aan de vraag te kunnen voldoen. Maar gelukkig was haar rouwperiode voorbij op de dag voordat het boek in de winkels lag, zodat mevrouw kon beginnen aan een tournee door het Amerikaanse vaderland. In een felrode jurk holde ze van de ene studio naar de andere. Ze deed CNN’s Larry King even verbleken met de opmerking dat hij haar volgende onderwerp zou zijn. Grapje.
HOEWEL EEN Newyorkse tabloid dapper zei dat Newyorkers het boek niet zouden kopen, vliegt het dezer dagen de winkels uit. Wat dat betreft zal Kelley niet treuren over de tragische coïncidentie. Minder blij is ze met de vijandigheid die haar in de media nu ten deel valt. Of dat nou zo had gemoeten, wordt haar gevraagd, al die insinuaties en negativiteit over het koningshuis. Of zij, Kelley, niet net zo erg is als die paparazzi. Of iemand erbij gebaat is te weten dat de koningin via kunstmatige inseminatie is verwekt. Wat ze ervan vond dat allerlei bronnen die ze in haar voorwoord bedankt, nu zeggen haar nooit te hebben gesproken, dan wel haar met opzet leugens te hebben verteld.
Kelley kon daar wel tegen. Als schrijfster van malicieuze biografieën over Amerikaanse helden heeft ze al heel wat vuil over zich heen gekregen. Frank Sinatra begon en verloor een proces nog voordat haar His Way was verschenen. Ze beschreef hem als een arrogante en gewelddadige ijdeltuit die vriendinnen mishandelde en banden met de maffia onderhield. Jackie Onassis was volgens Kelley een kille snob die bovendien elektroshocktherapie had ondergaan na de dood van JFK. Nancy Reagan was een manwijf dat Ronald terroriseerde en in het Witte Huis een affaire met Sinatra had gehad.
Bij elk boek kon ze rekenen op woedende reacties, ook al kreeg ze in serieuze kranten positieve recensies. Kelley heeft eelt op haar ziel en gaf nu dus ook in alle rust antwoord op de vragen en verwijten. Jazeker, het boek is niet vleiend over het huis van Windsor, maar Diana komt er goed af. Nee, ze is niet zoals de paparazzi’s, want er is een groot verschil tussen iemand achtervolgen in een Parijse tunnel, en vier jaar onderzoek doen en met achthonderd bronnen praten. Die inseminatie was interessant, want het ging hier om een machtig en anders wel historisch belangrijk instituut. En die bronnen, tja, die hebben het na verschijning van het boek waarschijnlijk te warm gekregen, zei ze. Ze worden er nu op aangekeken dat ze ooit contact hebben gehad met Kitty Litter (Kitty Kattebak, aldus Sinatra). Maar Kitty kan ons verzekeren dat ze met die mensen stuk voor stuk langdurig heeft gesproken, en dat de meeste gesprekken op de band staan. Bovendien was het voor de Britse collega’s leuk om met haar te praten, want via haar boek konden ze allerlei boeiende details gepubliceerd krijgen waarvoor ze in eigen land vervolgd konden worden.
Het is heel goed mogelijk dat Kelley collega’s heeft verleid tot uitspraken waar ze achteraf spijt van hebben. Britse collega’s herinneren zich van een eerdere boekentournee dat Kelley de gewoonte heeft iets te dicht bij je te komen zitten, met zo mogelijk enig intiem kniecontact. De neiging was groot, zei men, om tegenover haar vertrouwelijker te worden dan de bedoeling was.
KELLEY IS ER beroemd om dat ze mensen te spreken krijgt die tegenover anderen hun mond houden. Zelf doet ze daar bescheiden over. In The Royals beschrijft ze de huwelijksreis van Charles en Diana op een koninklijke boot. Ze weet dat Charles meer aandacht had voor zijn boeken dan voor Diana. Op zeker moment kwam Diana naar buiten, allerliefst gekleed, en ze zei Charles dat het tijd was om voor koninklijk nageslacht te zorgen. Kelley heeft dat van een marinier op de boot, zei ze in een interview. En die stond op een lijst-van-dienst. Die lijst had ze gekregen van de baas. Waarom had de baas die lijst nu juist aan haar gegeven? 'Omdat ik het vroeg.’
Kelley liegt als dat zo uitkomt. Toen het boek over Nancy Reagan verscheen, werd haar gevraagd of ze kon bewijzen dat Nancy en Sinatra met elkaar in bed hadden gelegen. Nee, zei ze, maar ik laat zien dat ze zich regelmatig voor uren terugtrokken achter gesloten deuren, terwijl geen enkel telefoontje mocht worden doorgegeven. Dan is het toch duidelijk wat er gebeurt, zei Kelley. Ze hadden een affaire? 'Ja.’ Dat antwoord kwam goed uit voor de verkoop van haar boek. Toen ze er in het huidige gossipvijandige klimaat opnieuw naar werd gevraagd, zei ze destijds alleen beweerd en bedoeld te hebben dat Nancy en Frank met elkaar 'lunchten’.
Ze schijnt ook aantoonbare fouten te maken. In het Sinatra-boek staat dat The Voice ooit een deejay liet ontslaan omdat die iets lelijks had gezegd over een album van de maestro. Toen de deejay later door een bevriende journalist werd gevraagd of de weergave door Kelley zo'n beetje klopte, zei die: 'Ja, op negentien fouten na.’
Toch heeft ook Kitty Kelley haar fatsoen. Ze zal nooit iemands privé-adres publiceren. Of zijn telefoonnummer. Of zijn sofi-nummer. Ze zal ook nooit schrijven waar iemands kinderen naar school gaan; misschien omschrijft ze het als een privé- of een overheidsinstelling, en misschien vertelt ze in welk deel van het land die ligt, maar verder gaat ze niet. Ze zal nooit betalen voor informatie, of informatie gebruiken waarvoor een ander heeft betaald. 'Sommige bronnen zoek ik op, anderen komen naar mij toe. Ze weten wie ik ben.’
ZES JAAR GELEDEN kreeg Kitty Kelley (57), woonachtig in Washington en voor de tweede keer getrouwd, een koekje van eigen deeg. De net zo onbetrouwbare gossipauteur George Carpozi schreef een biografie over haar, met sappige details. Kelley was ooit van de universteit gestuurd, omdat ze spulletjes jatte van medestudenten, die haar 'de gouden afzetster’ noemden. Bewijs heeft Carpozi natuurlijk niet, maar wel 'bronnen’. Kelley vertrok naar Washington en neukte zich omhoog via Thomas Foley, Bobby Baker, president Johnson en Eugene McCarthy, aldus de biograaf. Ze was ook niet de persvrouw van McCarthy, zoals ze zelf had beweerd, maar slechts een campagnemedewerkster. En bij de Washington Post deed ze geen belangrijk werk voor de opiniepagina, maar eenvoudige uitzoekklusjes. Ze jatte ooit een kopie van een manuscript, probeerde die te slijten aan een blad en loog dat ze het werk ergens had kunnen kopen. Het verhaal over de shocktherapie van Jackie had ze uit haar duim gezogen. En over arbeidsethiek gesproken: ze ging op bezoek bij de dodelijk zieke Peter Lawford om hem uit te horen voor haar Sinatra-biografie terwijl de man dacht dat ze op ziekenbezoek kwam.
De Queen of Garbage (zo genoemd ook omdat ze bij Elizabeth Taylor vuilnisbakken doorzocht) lag er niet wakker van. Van Carpozi’s boek zijn slechts honderdduizend exemplaren gedrukt, en het is nergens meer verkrijgbaar. The Royals is nu in een startoplage van een miljoen uitgebracht. Kelley kreeg vooraf naar verluidt 4,5 miljoen dollar, en schijnt daarmee de best betaalde non-fictieschrijver ter wereld te zijn.