Politici en praatprogramma’s

Klaar met Prem

Zien we in het nieuwe tv-seizoen weer politici in talkshows verschijnen? Vorig jaar waren ze nagenoeg afwezig. Programmamakers hoeven de voorgekauwde praatjes niet meer, en de politici zelf hebben wel wat beters te doen dan zich te laten afblaffen om wille van de kijkcijfers.

Medium anp 28692247

‘U zou toch eigenlijk met de vuist op tafel moeten slaan als het over uw eigen vader en moeder gaat’, probeert Jeroen Pauw aan het einde van het gesprek staatssecretaris Martin van Rijn (pvda) tot een persoonlijke uitspraak te dwingen. Het gaat immers niet om beleid dat hij moet verdedigen, maar om zijn eigen moeder. De ironie wil dat zij slachtoffer is geworden van de hervormingen in de zorg die haar zoon heeft ingevoerd. Minutenlang heeft de staatssecretaris desondanks geprobeerd het verhaal over zijn moeder breder te trekken naar het zorgbeleid dat hij voor heel Nederland voor ogen heeft.

Tegenover hem zit de 82-jarige Ben Oude Nijehuis die dagelijks de misstanden in het verzorgingstehuis ziet waarin ook Van Rijns moeder woont. Detail na detail lepelt hij op, daarbij vriendelijk maar vastberaden glimlachend naar de staatssecretaris. Die kijkt als een boer met kiespijn. ‘Juist deze misstanden waren voor mij de inspiratiebron om de politiek in te gaan’, probeert hij nog, maar hij weet dat hij alleen nog maar kan verliezen. Van een oude man met een aangrijpend persoonlijk verhaal win je het als politicus nooit in een talkshow.

Bewindslieden dachten afgelopen jaar wel twee keer na voordat ze op een uitnodiging van een populair praatprogramma ingingen. Bij veel politieke onderwerpen ontbraken zij aan tafel. Niet alleen was de zomer mager met maar een handvol politici bij Jinek, ook de maanden daarvoor schoven er mondjesmaat Kamerleden aan bij Pauw. Politieke zwaargewichten lieten helemaal verstek gaan in talkshows. Bij RTL Late Night en De wereld draait door, de twee best bekeken programma’s in dit genre, waren politieke gasten eerder uitzondering dan regel. En dat terwijl er genoeg te bespreken viel.

Zo stonden de Provinciale-Statenverkiezingen op de agenda, traditioneel minder groot nieuws dan landelijke verkiezingen, maar aangezien de meerderheid van het huidige kabinet in de Eerste Kamer op het spel stond, toch aanleiding genoeg om er veel aandacht aan te besteden. Daarnaast botsten de regeringspartijen over de invulling van het bed-bad-brood-beleid voor illegalen, struikelde minister Edith Schippers bijna over de nieuwe zorgwet en kostte een opgedoken bonnetje de minister en staatssecretaris van Veiligheid en Justitie de kop. Kortom, genoeg conflict, strijd en schandalen, elementen die het altijd goed doen in een talkshow.

Ondanks groeiende aandacht voor de representatie van de politiek in talkshows is het onderzoek naar politieke gasten in Nederland versnipperd. Bestaande studies zijn gebaseerd op steekproeven van een aantal weken of maanden, vaak in een verkiezingsperiode. Desondanks is een neerwaartse trend te zien. Onderzoek van de Nieuwsmonitor naar de impact van Pauw Witteman liet zien dat tussen 2008 en 2012 onder de top-tien mannelijke gasten vier politici zaten: Alexander Pechtold (d66), Wouter Bos (pvda), Job Cohen (pvda) en Hero Brinkman (pvv). Bij de vrouwen waren dat er zelfs zes, onder wie Femke Halsema (GroenLinks), Agnes Kant (SP), Rita Verdonk (ToN) en Jolande Sap (GroenLinks) zelfs in de top-vijf. Deze vrouwen hebben de politiek inmiddels verlaten, zonder dat er gelijkwaardige vervangers voor terug zijn gekomen.

In de periode die de Nieuwsmonitor dit jaar turfde bij de vier grote talkshows (RTL Late Night, De wereld draait door, Jinek en Pauw) zijn politici geheel uit de top-tien verdwenen. En ook door het hele jaar heen waren er geen politici die er met hun aanwezigheid bovenuit sprongen. Pechtold, die in het lijstje bij Pauw Witteman bovenaan stond, kwam nog wel bij Pauw en Jinek, maar liet De wereld draait door en RTL Late Night links liggen. Een vergelijkbaar beeld is bij andere fractieleiders te zien. Ze waren gemiddeld vier keer in het hele afgelopen seizoen te gast in talkshows.

Vooral in aanloop naar de Provinciale-Statenverkiezingen viel de opkomst bij De wereld draait door en RTL Late Night tegen. Terwijl De wereld draait door voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 nog met verschillende vertegenwoordigers van bijna alle gevestigde partijen sprak en de Jakhalzen op pad stuurde om regionale partijen voor te stellen, schoof er over de Provinciale-Statenverkiezingen geen enkele politicus aan. In totaal waren slechts in dertien procent van de uitzendingen politici te gast. Bij RTL Late Night was dat zelfs maar in negen procent. Pauw deed het met 55 procent beter, omdat dit programma niet alleen kopstukken maar ook gewone Kamerleden uitnodigt.

Gevraagd naar de reden voor deze ontwikkeling wijzen beide partijen met de beschuldigende vinger naar elkaar. Programmamakers zeggen dat politici niet meer willen komen, dat ze bang en saai zijn geworden. Zoals Herman Meijer, eindredacteur van Pauw, onlangs zei in NRC Handelsblad: ‘Politici zijn steeds minder genegen om in talkshows op te treden. (…) Hoe vaak wij niet “nee” te horen krijgen in Den Haag tegenwoordig. Het is een frustrerende ontwikkeling.’

Politici, en dan met name hun woordvoerders, noemen als reden dat zij hun verhaal niet meer kwijt kunnen in de programma’s. Dat zij voorzichtig zijn geworden heeft te maken met mislukte optredens van collega’s. Jan-Peter Balkenende die bij Pauw Witteman niet opgewassen bleek tegen Ali B., Emile Roemer die bij De wereld draait door voor een soort inquisitie terechtkwam bestaande uit Peter R. de Vries en Mathijs Bouman, of Job Cohen die zich liet verleiden om bij KoffieMAX een polonaise te lopen. Deze voorbeelden van mislukte tot gênante talkshowoptredens van politici die zelfs jaren na dato nog bij velen bekend zijn, bevestigen voorlichters in hun terughoudendheid. Een slecht optreden beklijft. Daarom bereiden zij optredens steeds beter voor, analyseren programma’s en oefenen technieken om ongewilde verrassingen te voorkomen.

Dit is nou net de reden waarom programmamakers en -hosts uitgekeken zijn op politici. Ze zijn nog wel geïnteresseerd in de inhoud van het verhaal, maar hebben genoeg van de manier waarop het verteld wordt. De boodschap, waar volgens politici alles om draait, is door voorlichters van tevoren helemaal uitgedacht, voorbereid en ingekokerd. Elke mogelijke vraag over het onderwerp is doorgesproken, antwoorden zijn geoefend.

‘Al die message control creëert juist dat “debat” – óók in de Kamer – in feite alleen nog zelfexpressie is’

Zoals Tom-Jan Meeus, politiek verslaggever van NRC Handelsblad, afgelopen juni in zijn speech ter aanvaarding van de Anne Vondelingprijs verwoordde: ‘Al die message control creëert juist dat “debat” – óók in de Kamer – in feite alleen nog zelfexpressie is. Een vehikel om de eigen voortreffelijkheid te onderstrepen. Debat is verworden tot een maniertje om de eigen message control te continueren.’ Voor een talkshowhost is het moeilijk om erdoorheen te prikken. Andere gasten werkten in het verleden vaak als ontregelend element, maar die zijn van tevoren bij voorlichters bekend. Als iemand een te groot risico vormt, bedanken politici voor het optreden. Hierdoor lijkt het een nauwkeurig afgebakend en voorgekauwd toneelstuk te worden, ook al staan de daadwerkelijke vragen en het verloop van het gesprek vooraf niet vast.

Dit strookt niet met de karakteristieke kenmerken van een talkshow. Dit genre wil spannende gesprekken met authentieke gasten, onverwachte wendingen, emotionele onthullingen en het liefst ook een beetje sensatie. De precieze verhouding van deze elementen verschilt per format. Het ene programma is meer geïnteresseerd in emotie, het andere in een onderhoudend gesprek, maar allemaal hebben ze een cocktail van deze ingrediënten nodig om succesvol te zijn, lees: voldoende kijkcijfers te halen. Het lijkt er dus op dat hoe beter de politicus probeert in te spelen op het format, hoe ongeschikter hij ervoor wordt.

Medium anp 32981225

Daarom kiezen talkshows er steeds vaker voor om hen te vervangen door duiders. Meestal bekende koppen uit de televisiewereld, zoals Peter R. de Vries of Ferry Mingelen of oud-politici als Myrthe Hilkens en Felix Rottenberg. Zij beschikken over belangrijke kwaliteiten voor een goede talkshowgast: ze kunnen vlot praten, over hun eigen maar ook over andere onderwerpen, zijn niet vies van een stellige mening en polemische uitspraken en, ook niet onbelangrijk, ze zijn bekend bij het brede publiek. Daardoor heeft wat zij zeggen meteen ook meer gewicht. Het zijn allrounders die niet om de hete brij heen draaien en zowel een serieuze discussie aan kunnen gaan als een beetje mee kunnen roddelen en speculeren. Hun eigen interpretatie van gebeurtenissen geeft een persoonlijke draai aan abstracte politieke onderwerpen.

Politici daarentegen beschikken vaak over detailkennis van een specifiek onderwerp, laten zich niet graag verleiden tot speculaties en mogen of willen vaak niet meepraten over thema’s die buiten hun portefeuille vallen. De meeste Kamerleden zijn bovendien ook nog onbekend bij het grote publiek en zullen dus alleen door de vermelding van hun naam geen kijkers trekken. Om interessant te worden voor een talkshow moeten politici het liefst zo dicht mogelijk bij de macht staan, zodat hun voorstellen ook kans van slagen hebben. Daarnaast zouden zij ook spontaan mee moeten kunnen praten over andere onderwerpen, zonder politiek jargon en zonder politieke afstandelijkheid.

Er is een aantal politici dat er wel mee uit de voeten kan. Oud-SP-leider Jan Marijnissen was een geliefde talkshowgast, omdat hij niet te beroerd was om ook over andere thema’s zijn ongezouten mening te geven. Of wat te denken van Frans Timmermans die bij De wereld draait door een kwartier lang de voordelen en waarden van Europa aanprees, zonder enig jargon, zoals van tevoren beloofd. Wie dit kan en durft, mag meteen overal aanschuiven, zoals onlangs Jesse Klaver toen hij fractievoorzitter van GroenLinks werd. Hij is niet alleen dichter bij de macht gekomen, maar kan ook gepassioneerd vertellen en zijn verhaal is nog niet grijsgedraaid door de Haagse molen.

Ook in het huidige kabinet zitten er genoeg makkelijke praters, maar die schuiven maar mondjesmaat aan. Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs wil nog wel eens de nieuwste ontwikkelingen in onderwijsland komen bespreken, net als zijn baas, minister Jet Bussemaker. Vice-premier Lodewijk Asscher scoort af en toe met mediagenieke onderwerpen als ‘De week van de werkstress’ of de knelpunten binnen het integratiesysteem.

Vaak weigeren bewindslieden echter om te komen. De reden hiervoor is simpel: ze hebben deze publiciteit niet nodig. Anders dan boeken als Op tv of roemloos ten onder van de Haagse ingewijden Max van Weezel en Margalith Kleijwegt doen geloven, zijn televisieoptredens voor politieke zwaargewichten geen must. Uit gesprekken met Haagse journalisten en politici tekenden zij een beeld op van het belang van televisieoptredens voor het slagen van een politieke carrière. In een tijdperk waarin media alom aanwezig zijn, zou een politicus het zich niet meer kunnen veroorloven om onzichtbaar te zijn. Wie de pech heeft niet door de camera geliefd te worden, zal de top niet halen. Ook Peter Kee, politiek redacteur van Pauw en voorloper Pauw Witteman, schetste in zijn kijkje achter de schermen Het briefje van Bleker de machtige positie van een programma als Pauw Witteman. Politici zouden gebrand zijn om aan te mogen schuiven, om op deze manier hun politieke plannen en vooral ook hun persoonlijke carrière een stapje vooruit te helpen.

Politiek onderzoeker en journalist Chris Aalberts veegde op weblog De Nieuwe Reporter de vloer aan met deze beweringen: ‘Kijk er eens wat kandidatenlijsten op na: media-aandacht is geen criterium voor partijen om kandidaten te beoordelen, want vrijwel niemand slaat een deuk in een pakje boter. Ga eens het land in: dan zie je dat er Kamerleden bestaan die nooit op tv komen en niet roemloos door het leven gaan.’

Gekeken naar het huidige kabinet heeft hij zeker een punt. De meeste bewindslieden hebben talkshowoptredens niet nodig. Niet om hun beleid te verdedigen, noch om überhaupt in zo’n machtige positie te geraken. Minister Stef Blok van Wonen en Rijksdienst was voor de meeste talkshowkijkers een onbekende toen hij zijn functie aanvaardde en ook iemand als Melanie Schultz van Haegen heeft haar ministerspost niet aan goede televisieoptredens te danken. Waarom zouden ze dan nog komen als ze iets nuttigers zouden kunnen doen dan hun kostbare tijd te delen met Gerard Joling of Alexander Klöpping, om dan binnen tien minuten ook nog eens sarcastische vragen van Dolf Jansen of een ongecontroleerde woede-uitbarsting van Prem Radhakishun over zich heen te laten komen?

Juist de korte momenten die de politicus uit zijn Haagse sleur halen, zouden de politiek dichter bij het publiek kunnen brengen

In het huidige politieke klimaat dat beheerst wordt door kortetermijndenken, gericht op snelle successen en daadkrachtige oplossingen, is er voor bewindslieden weinig reden om tijd te besteden aan optredens in programma’s waarin hun boodschap niet centraal staat. Politici en hun voorlichters zijn zo gefocust op het uitdragen van deze boodschap dat zij echter vergeten dat de kijker misschien ook iets anders wil: een reactie. Een politicus moet niet alleen zenden, maar ook luisteren en reageren, juist ook op verhalen die hij niet had verwacht. Hiervoor is de talkshow een uitgelezen plek. Hier kunnen zij niet alleen hun plannen presenteren, maar ook toetsen hoe ze worden ontvangen door de host en de andere gasten, plaatsvervangers van de burger thuis. De plannen en wetten zijn immers gemaakt voor de burger, dus zou de politicus open moeten staan voor kritiek en ongemakkelijke vragen.

Om dit op een geloofwaardige manier te kunnen doen, moeten politici een balans vinden tussen zichzelf zijn en meegaan in het format, zonder bang te zijn en zonder hun politieke functie te verloochenen. Dit leidt tot het authentieke optreden waar programma en politicus naar op zoek zijn. Door deze authenticiteit te willen regisseren en creëren, bereiken voorlichters precies het tegenovergestelde: een gekunsteld optreden met veel ingestudeerde oneliners en goed voorbereide anekdotes die de kloof met de kijker alleen maar vergroten. Pas als de politicus het weer aandurft om op intuïtie en eigen spontane ideeën te vertrouwen, kan hij zijn rol op een geloofwaardige manier uitdragen in een programma waarin politiek niet altijd prioriteit heeft.

Dit is niet hetzelfde als een onvoorbereid optreden. Van een politicus mag verwacht worden dat hij zich heeft ingelezen, het onderwerp onder de knie heeft en ook weet wie de andere gasten zijn. Daarbij mag een voorlichter best helpen. Het gaat erom dat hij het aandurft om met deze gasten echt in gesprek te gaan, in plaats van krampachtig aan het eigen thema vast te houden.

Maar wie naar talkshows kijkt voor een uitgebreid politiek gesprek verwacht misschien ook wel te veel. Ondanks de mogelijkheden om te informeren heeft het genre één belangrijke taak: de kijker vermaken, entertainment. Voor diepgaande discussies kan de geïnteresseerde kijker terecht bij programma’s als Buitenhof of Nieuwsuur. Hoe meer nadruk programma’s leggen op vermaak, hoe minder ruimte er is voor politieke gasten. Zo probeert Pauw bijvoorbeeld nog wel ruimte te creëren voor politici, maar zijn zij in formats als De wereld draait door en RTL Late Night voor een groot deel vervangen door duiders.

Dit is jammer, want juist door de combinatie van informatie en entertainment hebben talkshows enorme potentie om andere publieksgroepen te bereiken dan de nieuwsprogramma’s, blijkt uit internationaal onderzoek naar de politieke kennis van talkshowkijkers. Nadat het genre aanvankelijk door veel onderzoekers werd weggezet als de grote boosdoener die bijdraagt aan de vervlakking en uitholling van het politieke debat (zie bijvoorbeeld Neil Postmans Amusing Ourselves to Death) zijn er inmiddels positievere geluiden. De Amerikaanse hoogleraar public policy aan Harvard, Matthew Baum, concludeerde dat kijkers van soft news en infotainment in de VS door de aanwezigheid van politieke gasten en onderwerpen in deze programma’s wel degelijk politieke informatie opdoen, zij het in beperkte mate. Een internationale vergelijking blijft echter lastig, omdat niet alleen het politieke systeem in landen als de VS of Engeland anders in elkaar zit, maar ook de talkshowformats anders vormgegeven zijn. Programma’s als The Daily Show worden bijvoorbeeld niet live uitgezonden en zijn voor een veel groter deel gescript dan in Nederland gebruikelijk is.

Ook Nederlandse onderzoekers als de hoogleraar populaire cultuur in Rotterdam, Liesbet van Zoonen, onderstrepen het positieve effect van deze programma’s op de apolitieke kijker. In haar onderzoek naar talkshows en populaire cultuur pleit zij voor het omarmen van de mogelijke positieve effecten ervan. Door emotionele en persoonlijke verhalen zou de kijker zich beter kunnen identificeren met de bewindspersoon. Juist de floating voter die niet uit overtuiging elke keer op dezelfde partij stemt, zou hierdoor beter bereikt kunnen worden, stellen onder anderen de sociologen Peter Achterberg en Dick Houtman in hun onderzoek naar personalisering van de Nederlandse politiek.

Juist de kijker die nog even ter ontspanning naar RTL Late Night kijkt en geïnteresseerd is in de nieuwe musical van Joop van den Ende zou dus door de aanwezigheid van politici terloops en bijna per ongeluk geïnformeerd worden over politiek, zij het oppervlakkig en in een op emotie gericht gesprek. Zo zouden mensen die anders nooit in aanraking komen met politiek nieuws ten minste een kleine beetje informatie op kunnen doen.

Als politici vervangen zijn door duiders krijgen de kijkers deze informatie echter in de vorm van kant-en-klare interpretaties voorgeschoteld, vaak aangevuld met persoonlijke meningen. Dit maakt de informatie misschien makkelijker verteerbaar, maar ontneemt hun ook de kans zich een eigen beeld te vormen van de politicus op de buis. Uiteraard zijn deze optredens kort, vaak oppervlakkig en niet altijd politiek even relevant, maar juist deze korte momenten die de politicus uit zijn ingesleten Haagse sleur halen, zouden de politiek dichter bij het publiek kunnen brengen.

Een programma als RTL Late Night heeft hier natuurlijk geen boodschap aan. Voor de commerciële omroepen tellen de gasten die het meeste publiek genereren en dat zijn zelden politici. Voor de talkshows van de publieke omroep ligt hier echter wel een taak. Met het oog op de plannen van staatssecretaris Sander Dekker, die vindt dat programma’s van de publieke omroep meer moeten bieden dan alleen maar amusement, zouden juist talkshows gebruikt kunnen worden om een brug te slaan tussen (politieke) informatie en vermaak, ook om een jongere doelgroep aan te spreken. Kijkcijferonderzoek toont aan dat het publiek van De wereld draait door en RTL Late Night iets jonger is dan de gemiddelde npo 1-kijker. Een extra reden voor politici om er aan te schuiven, want niet alleen programma’s maar ook politieke partijen zijn op zoek naar een jonger publiek.

Dat er nu slechts een paar politieke talking heads zijn, zou ook als een positief teken gezien kunnen worden: er is weer ruimte voor nieuwelingen en meer diversiteit. Zowel de programma’s als de politici zouden deze kans moeten grijpen. Want hybride talkshowformats die spelen met de combinatie van sensatie, emotie en informatie zijn bij uitstek geschikt om politiek weer interessant te maken, ook mét politieke gasten. Juist door de combinatie van onvoorspelbare elementen, scherpe vragen en ontregelende medegasten zouden zij in staat kunnen zijn om door de beschermlaag heen te prikken die voorlichters om de bewindslieden hebben opgetrokken.

Birte Schohaus doet promotieonderzoek naar de relatie tussen politici en journalisten in talkshows, waarvoor zij sprak met politici, voorlichters en redacteuren en meeliep op redacties.


Beeld: (1) Eerste seizoen van Pauw, met onder andere Sybrand van Haersma Buma, september 2014 (Foto Ferdy Damman / KIPPA / ANP); (2) Eva Jinek en Jet Bussemaker in Jinek, juni 2015 (Foto Sander Koning / KIPPA / ANP).