Klaar voor het nieuwe jaar

IVo Niehe: ‘Kun je in één zin zeggen wat Israel voor jou betekent?’ Kortom, het tv-seizoen is geopend. Op Radio 1 een interview met Wijffels van de Rabobank.

Naar aanleiding van diens stelling dat de één miljoen Nederlanders die zonder werk zitten en graag zouden werken door een zichzelf respecterende samenleving van werk en niet van een uitkering moeten worden voorzien. Zegt de interviewer dat ze niet allemaal willen werken. Zegt Wijffels dat dit een gevolg is van het foute systeem, dat mensen die prikkel ontneemt. Vraagt de interviewer hoe je een miljoen mensen die niet willen werken (binnen zestig seconden verandert hij een miljoen werkwilligen in een miljoen klaplopers) aan het werk krijgt. Geeft Wijffels een antwoord waarin hij zonder slag of stoot de reuzenzwaai van de razende reporter als uitgangspunt neemt. Wellicht moet ik er eindelijk eens aan wennen de werkloze als profiteur en niet als slachtoffer te zien - maar hoe is het in godsnaam mogelijk dat de assertieve mediaman, die, zoals daar gebruikelijk, alle vragen stelt op een toon waaruit blijkt dat hij zijn gesprekspartner als leugenaar, nitwit of beide beschouwt, die ene vraag niet stelt: hoe meneer Wijffels denkt banen te maken voor dat miljoen, wanneer uitgerekend in de sector waarin de bomen tot in de hemel reiken - ’s mans eigen bankwezen - de werknemers er bij massa’s uit worden getrapt? Had hij die vraag gesteld, dan had hij met z'n hondse toon recht van spreken gehad. Nu bleek hij niet slechts bot maar ook dom. Ik weet zijn naam niet, wil hem ook niet weten, maar het gebeurde op zaterdag 31 augustus 1996. Waarmee ik ook het radioseizoen voor geopend verklaar.
Nooit repte ik over NCRV’s Felderhof. Diens parade van zonderlingen bracht hij weliswaar niet met de grofheid die in ’t Gooi steeds gebruikelijker wordt, ook leek het hem niet aan sympathie te ontbreken voor degenen die zich niet over gebaande paden bewegen en incidenteel zat er een juweeltje tussen - zoals het gesprek met Groenes eigen Martin Simek, mede doordat die de interviewer onmiddellijk diens plaats wees en het heft in eigen hand nam, waardoor ik zelfs zijn tranen niet als pijnlijk ervoer. Maar toch hield ik meestal het gevoel dat Felderhof en ik als burgermannen grijnsden om de dorpsgek.
Nu is ook hij overgestapt op de Bekende Nederlander die hij per koppel naar een kapitale villa aan de Azuren Kust noodt. Ze betalen voor de gastvrijheid (en vermoedelijk aanvullend honorarium) door zich te laten filmen bij het ‘ah’ en 'oh’ over zoveel weelde en bij gesprekjes met gastheer en medegast. Nou ja, 'betalen’, de meesten willen niks liever dan op de buis. Zelden levert de confrontatie van gasten extra waarde op. Zelden zegt een gast iets wat we niet van haar/hem wisten of wat we niet zelf hadden kunnen bedenken. Soms blijkt iemand leuker (Bart de Graaff), soms nog erger (Jan Foudraine) dan je dacht. Maar om dit nu 'prachtige televisie’ te noemen, zoals een landelijk dagblad deed, dat gaat ver. Overigens hoop ik op een uitnodiging van Rik. Samen blokken met Viola.