Menno Hurenkamp

Klaarkomen met God

De God van het éne boek doet het niet zo goed. In naam van Hem laten de Amerikanen aan de Arabische wereld zien dat ze alles doen om te winnen, ook brandende sigaretten in oren steken, stopt Iran al zijn critici in de gevangenis en vermoorden fundamentalistische joden binnenkort weer hun eigen politici. De hele wereld gaat in naam van God tekeer, alleen wij zijn ontkerkelijkt. Maar dat bevalt eigenlijk ook niet. Afgunst lijkt een stevig deel van de ergernis jegens moslims, die nog wel een God bezitten. Alle dingen die witte Nederlanders niet of moeilijk begrijpen (dood, rampen, pech), kunnen gelovigen nog verklaren. Dat is jaloersmakend.

Hier zijn alle wegen naar zingeving energiek afgesneden. Het was niet zo dat Nederland bij het sluiten van de kerk geen betekenis meer aan het leven kon geven. Decennialang is de leegte niet alleen opgevangen door grote ideologieën maar ook door werelds idealisme. Ontwikkelingswerkers, welzijnswerkers en kunstenaars gaven zin aan de wereld door deze te verbeteren en verbeelden. Iedereen die op zoek was naar zingeving kon zijn hoop en verlangens kwijt in het werk voor de armen in Afrika, de achtergestelden in Nederland of in artistieke abstracties. Je kon doneren of vrijwilligerswerk doen, je kon over vooruitgang van de mensheid filosoferen, je kon verdriet en hoop loslaten op de medemens.

Maar de gemiddelde opinieleider laat nu geen kans voorbij gaan om de kunstensector, het welzijnswerk of het ontwikkelingswerk belachelijk te maken. Mensen die er werken zijn subsidievretende raddraaiers, zelfbevlekkers die marginale dingen doen op kosten van de belastingbetaler. Flauwekul, want als men zich nu ergens bewust is van de noodzaak om zuinig te zijn met geld en zinvolle dingen te doen voor de maatschappij is het in de kapotgecontroleerde zachte sector. Evengoed is door onophoudelijke aanvallen vanuit Den Haag een rigoureus einde gemaakt aan de geloofwaardigheid van mensen wier werk en leven samenvallen in idealistische inspanningen. Als je kunst maakt om mensen tot denken te stemmen, als je je best doet om elders mensen uit de ellende te helpen, als je langs de deuren gaat om bij anderen de rotzooi op te ruimen – dan ben je een uitvretende debiel of een koloniale bemoeial, maar in ieder geval niet serieus te nemen. Boosheid over moslims kon de laatste jaren mooi aanhaken bij dit wantrouwen ten opzichte van elke vorm van idealisme. Ze geloofden, en dat was al verdacht, en bovendien vertoonden ze raar groepsgedrag, door samen te klitten in plaats van op te gaan in de Nederlandse massa. Gewild of ongewild resultaat van al deze verdachtmakerij is dat alleen wie voor zichzelf zorgt, en alléén voor zichzelf, tegenwoordig als deugdelijk mens geldt.

Maar afgaande op trendsettende deskundigen kan God juist dankzij dat egoïsme weer uit de kleedkamer komen. Bij de ellendige dood van Theo van Gogh stelde opinieleider Katja Schuurman als troost een collectief orgasme voor – zo’n beetje de meest particuliere ervaring als verbinding. En onlangs nam opinieleider Wilma Nanninga (hoofdredacteur van Privé) die zingeving over toen ze haar televisiegewijze ontmoeting met God beschreef als een orgasme. Was het Reve of Giphart die zei dat als je niks te doen had, je je altijd nog kon aftrekken?