Commentaar: bronbescherming

Klakkeloos achter Koen

Het zal toch niet waar zijn dat journalist Koen Voskuil, die na een niet-afgemaakte heao-opleiding via een kortstondige loopbaan bij een hoofdstedelijk huis-aan-huisblad op de burelen belandde van gratis ochtendkrant Spits, zich heeft laten misbruiken door het advocatenduo van Mink K.? Helaas wordt met de dag deze hypothese waarschijnlijker. Het Parool heeft overtuigend aangetoond dat in K’s flat aan de Amsterdamse Nachtwachtlaan wel degelijk een lekkage was. Geen agentenopzetje dus, zoals de anonieme bron de 25-jarige Voskuil deed geloven.

Vader Voskuil kwam vervolgens op tv en riep dat Parool-verslaggever Bart Middelburg, verstrikt als deze is in het criminele web, onzuivere belangen nastreeft. Een ongeloofwaardig verwijt uit de mond van iemand van wie wordt gezegd dat hij innige banden onderhield met wijlen Bruinsma.

Uit het Nieuwe Revu-artikel van vorige week blijkt dat het niet alleen de gijzeling van zijn zoon is die Voskuil senior betrokken maakt bij de zaak. Vader en zoon werken samen aan een boek over «blunderende criminelen». Zo kwam Koen te spreken met de Amsterdamse politievoorlichter Klaas Wilting, die als voorbeeld van zo'n stommiteit de Nachtwachtlaan-lekkage aanreikte. Een daarop gebelde diender — de anonieme bron van later — zou vervolgens verklaard hebben dat de wateroverlast geen mazzeltje was maar een door de politie bedacht excuus om de woning binnen te kunnen vallen. Het Nieuwe Revu-artikel eindigt met een twijfelachtig interview door vader Voskuil met, jawel, de anonieme bron. In plaats van in het belang van zijn zoon en diens geloofwaardigheid de betreffende diender te verzoeken zich bekend te maken laat Voskuil de man die juist een «lange wandeling» heeft gemaakt «om zijn gedachten wat te verzetten» weeklagen om de misère die hij de zoon zelf heeft aangedaan. Omdat het «tenslotte nog een jonge jongen» is voelt de bron zich «opgelaten dat Koen nu gegijzeld is».

Zelfs als dit alles niet een aan de Voskuilse keukentafel bedacht opzetje is, zou de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) zich niet zo klakkeloos achter Koen moeten scharen als zij vorige week tezamen met andere mediaorganisaties heeft gedaan. Natuurlijk is iedereen het erover eens dat Koen Voskuil de cel uit moet, en als de NVJ louter daarvoor zou pleiten was dat begrijpelijk. Secretaris Hans Verploeg grijpt de kwestie echter aan om een wettelijke regeling voor journalistieke bronbescherming af te dwingen. Stel dat het zover zou komen, dan zou de aanleiding toch een kwestie van niet-dubieuze aard moeten zijn? In ieder geval zou het geen kwestie moeten zijn die in strijd is met NVJ’s eigen ontwerpverklaring. Ter opfrissing van het geheugen nog even Artikel 2: «De berichtgeving van de journalist dient te berusten op eigen waarneming of ontleend te zijn aan bronnen waarvan hij de betrouwbaarheid kent.»