Klassieke muziek: Event-Horizon

Klank welt vanuit de diepte op

Componist Jan-Peter de Graaff breekt monumentaal met laconiek Hollands relativisme. Zijn Event-Horizon voor groot koor en groot orkest gaat over zwarte gaten.

Jan-Peter de Graaff – ‘Ik had heel veel in mijn hoofd dat een uitweg zocht’ © Brendon Heinst

De geluidsstudio van cd-label trptk bevindt zich op de bovenverdieping van een kleurloos Utrechts bedrijfspand. Omringd door boomlange kef-luidsprekers luister ik samen met Jan-Peter de Graaff (1992) naar zijn celloconcerten Rimpelingen (2017) en The Forest in April (2021). De briljante opnamen van trptk-oprichter Brendon Heinst verschijnen in november op cd. Soliste is celliste Maya Fridman, die begeleid wordt door het Noord Nederlands Orkest, dat zichzelf overtreft in ontvankelijkheid en precisie. De productie werd midden in de covid-pandemie met crowdfunding gefinancierd. Corona was voor kunstenaars een spoedcursus behendigheid. Jan-Peter de Graaff: ‘Er worden cruciale beslissingen van ons gevergd. Als anderen die niet voor ons nemen, moeten we dat zelf doen.’

Zo maakte hij vorig jaar voor Opera Zuid met regisseuse Kenza Koutchoukali, diverse musici en tekstschrijvers acht video-operaatjes onder de titel Bonsai Garden. Maar al op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag mobiliseerde hij een ad-hoc symfonieorkest voor zijn eerste soloconcert, Sept mouvements voor (alt)viool en orkest.

‘In Den Haag vonden ze componeren voor symfonieorkest passé. Ik vroeg hoofdvakdocent Martijn Padding: “Waarom worden er geen projecten georganiseerd met het schoolsymfonieorkest op de compositieafdeling? Want ik kan me voorstellen dat er hier mensen zijn die hun skills willen ontwikkelen als orkestrator. Die mogelijkheden hebben we niet.” Toen zei Martijn: “Ja, maar het symfonieorkest is zo achterhaald, daar moet je niet aan beginnen. Ga nou maar eerst leren goed kamermuziek te schrijven.” Tot er studenten kwamen, met name Christiaan Richter en ik, die heel grote ensembles of orkesten gingen optuigen voor hun eindexamens.’ En als De Graaff iets in zijn kop heeft, krijgen veel mensen telefoon. ‘Ik kan niet loslaten totdat iets helemaal is uitgeplozen en georganiseerd.’

De celloconcerten zijn yin en yang. Rimpelingen is een intieme hogedrukpan van lichamelijk gevormde klanken die vaak luider spreken dan ze klinken, The Forest in April is vrij naar de maker groot en veel. Maar er is verwantschap in de klankschoonheid en de expressionistische gestiek van een gestaag uitdijend universum dat de 29-jarige componist jubilant, verdroomd, wild en expansief in kaart brengt. De Graaff: ‘Je kunt geen goeie componist zijn zonder obsessief te zijn.’ Waar de acht contrabassen en de zes hoorns van zijn laatste stuk Event-Horizon ook op duiden, niet op Hollands relativisme.

Na een jeugd op Terschelling, compositiestudies in Den Haag en Londen en een paar onderscheidingen maakte hij naam met het ene stuk na het andere. Voor solisten, koren, ensembles en bigbands, exuberante orkestwerken. Moet hij geen rappers bellen voor een pot doelgroepverbredende crossover? Ho, zegt De Graaff, de sterren staan juist nu ondanks of dankzij het cultuurverval voor jonge componisten gunstig. Jonge luisteraars zijn blanco. Ze hebben dankzij falend muziekonderwijs niets meer meegekregen, waardoor ze in principe open staan voor alles. ‘Ze vinden moderne muziek net zo interessant als klassieke muziek. Ze hebben geen oordeel, want ze hebben geen bagage. Ze weten niet hoe Beethovens Eroica klinkt, niet hoe Jacob ter Veldhuis, John Adams of Xenakis klinken. Ze gaan er met een open oor in. Het enige hulpmiddel dat ze nodig hebben is beeld. Geef ze een associatie en ze vinden Xenakis mooi.’

Zijn eigen oeuvre maakt zich zonder hulplijnen kenbaar. Je hoort wie hem vormden en inspireerden. Ravel, Stravinsky, Dutilleux, Gershwin, jazz. Hij kent zijn geschiedenis namelijk wél, en hoe. Zijn kritisch-bewonderende analyses van collega’s als Louis Andriessen of Thomas Adès doen in detaillering, vuur en onbedwingbaarheid niet voor zijn noten onder. Maar het verleden trekt aan hem, zoals hij de traditie naar het nu trekt.

Vorig jaar schreef De Graaff Les cymbales sonores voor het 75-jarig jubileum van het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor, een extatische zang op psalm 150, volgens de componist ‘een Mahler-symfonie in vijf minuten’. Het was een noodverband voor het andere, grotere jubileumstuk dat wegens de coronarestricties toen niet kon worden uitgevoerd. Deze maand klinkt het onder James Gaffigan alsnog in TivoliVredenburg. Het vierdelige Event-Horizon gaat all the way met een absurd snel scherzo en een koorfinale op een gedicht van e.e. cummings over, zoals De Graaff het leest, ‘het verlangen naar een liefde die er nog niet is of die al voorbij is’. Even ongrijpbaar maar inhoudelijk verwant met het grote thema van het werk, zwarte gaten. ‘Twee jaar geleden is het voor het eerst gelukt een foto te maken van een zwart gat. Dat werd mogelijk door buitengewoon nauwkeurige samenwerking tussen observatieposten overal op de planeet. De radioschotels waarmee foto’s van het heelal kunnen worden gemaakt, moesten extreem precies op elkaar worden afgestemd. En het is gelukt om door middel van de nieuwste wetenschappelijke technologie het moment te pakken waarop zo’n zwart gat zichtbaar zou kunnen zijn vanaf verschillende punten op aarde. Omdat het zo weinig licht geeft dat je het met het blote oog niet kunt zien. En met zo’n radiotelescoop ook niet, tenzij je al die radiotelescopen een foto laat maken van hetzelfde punt, vanaf een reeks van punten op aarde.

‘Je kunt geen goeie componist zijn zonder obsessief te zijn’

Omdat ik zo’n grote bezetting had dacht ik: dan moet het ook over een grote gebeurtenis gaan. Dit succes liet zien dat mensen zonder kwalijke bijbedoelingen dichter bij elkaar kunnen komen voor een hoger doel. Wat met het klimaat- en vluchtelingenprobleem of de pandemie voortdurend niet lukt, kon toen dus wel.’ De Graaff vindt het hoopvol.

Hij komt van een eiland. Dat vormt een musicus. ‘Daar komen mijn impressionistische kleuren vandaan. Terschelling is pastel.’ En anders wel de golfbewegingen. Of de stralen van de Brandaris, met zijn lichtbundels die op en af zijn kinderslaapkamer verlichtten, van dag naar nacht en vice versa.

En dit: het afgezonderd zijn. Als kind werd hij gepest. Zijn ouders kwamen van de wal en zelf hoorde hij er als vererfde buitenstaander nooit helemaal bij. ‘Ik ben gaan componeren omdat ik heel veel in mijn hoofd had dat een uitweg zocht. Mijn vader had een midi-keyboard met zestien sporen, waarmee ik instrumentale lijnen over elkaar heen op kon nemen. Ik ben met dat ding gaan experimenteren, vervolgens heb ik meegedaan aan een compositiewedstrijd van het Nederlands Blazers Ensemble en zodoende ben ik het vak in gerold. Sindsdien ben ik componist.’

Een componist, die het ook musici graag zorgvuldig uitlegt. Met speelaanwijzingen die nogal afwijken van de gangbare Italiaanse terminologie. Hij schreef ze vroeger zoals iedereen; ‘lento’, ‘prelude’, ‘andante misterioso’. En soms liet hij alle sfeerbepalingen achterwege in het vertrouwen dat de partituur vanzelf de weg zou wijzen. Toen kreeg hij van dirigenten het commentaar dat hij ze te weinig instrueerde. ‘En ik kwam erachter dat men vaak steriel ging spelen als ik niet exact opschreef hoe ik het wilde hebben. En dat wil ik niet, want mijn muziek is theatraal.’ In Les cymbales sonores verving hij de conventionele Italiaanse instructies door Engelse van eigen vinding. ‘Climb and struggle’ en ‘flying above the darkness beneath’ werden metaforen van zijn ruimtelijke voorstellingsvermogen. Was het weer niet goed, volgens dirigente Karina Canellakis dan, die het stuk vorig jaar dirigeerde. ‘Zij zei: dat moet je niet doen, want dan gaan musici pesterig ruimtescheepjes in de partituur tekenen. Maar van mij mogen ze. Ik heb haar gezegd: ik schrijf het zo op omdat ik wil dat jij dit als dirigent aan het orkest laat zien. En dan moet er niet “espressivo” of “brillante” staan, want dat is allemaal oppervlakte. Ik wil zien dat jij musici meeneemt in de klim omhoog, en dat daar onderweg een soort gevecht ontstaat. En ik kan het niet anders omschrijven dan zo.’

In Event-Horizon staan ze weer, de vrije metaforen. ‘Open, wondrous’, ‘alien church bells’, ‘nebulous’, ‘glistening’, ‘distant, poetic’ of ‘strict and dark’ zijn voor hem precies de goede woorden. Ze gaan als al zijn stukken over voordracht; zijn muziek vraagt performers. In Rimpelingen hoor je het bij Maya Fridman, die het snapt, vanuit de tenen komen. Klank welt vanuit de diepte op, van laag en breed naar hoog en waaierachtig rimpelend. Wie De Graaff over zijn muziek ziet praten, vangt de echo’s op van dat proces. De uiterlijke beweging choreografeert het innerlijke horen. Precies, zegt hij gedecideerd. ‘Dat is de enige manier waarop muziek authentiek kan zijn. Zo’n stuk moet zingen. Die bassen, daar moet je aan trekken. Aanpoten, dat is het.’

Hoe doe je dat, met zwarte gaten? ‘Het idee van het stuk was oorspronkelijk dat je de aantrekkingskracht van een zwart gat op verschillende manieren muzikaal beschrijft.’ Het gaat over deeltjes die verdwijnen en hun lot achter de horizon. ‘Eerst zie je een deeltje vanuit een vaststaand perspectief richting zwart gat bewegen en steeds meer in de aantrekkingskracht komen. Andere deeltjes zie je daaromheen achter de waarnemingshorizon verdwijnen. Dat is het eerste deel. Dat gaat heel snel maar tegelijkertijd staat het voor je gevoel stil. Het tweede deel pakt het perspectief van het deeltje zelf, dat met hoge snelheid steeds meer dichtheid en gewicht krijgt naarmate het dichter bij die aantrekkingskracht van zo’n zwart gat komt. Het derde deel is wat er gebeurt als zo’n deeltje vervolgens een transformatie doormaakt achter een zwart gat – dat gaat over wat we niet kunnen zien en weten. Het vierde deel is vervolgens wat er overblijft aan de andere kant.

Wat ik wilde laten zien: wat zit daar nou achter, wat gebeurt er als zo’n deeltje een transformatie doormaakt, en in dit geval wordt dat iets heel menselijks, gewoon een lied op tekst van cummings. Dat gedicht zou je op verschillende manieren kunnen interpreteren. De reden waarom ik het koos, en waarom ik het zo goed vond aansluiten, is dat het eigenlijk ook een soort zwaartekrachtspunt is, waar al die woorden omheen cirkelen. I carry your heart (i carry it in my heart); alles dijt uit en komt weer terug, en dat idee zit dus in het laatste deel. Het laat je anders kijken naar de kern, het hart.’ Dat zowel vlees als geest is, zowel materie als symbool van de ziel die als een zwart gat alles opneemt en in al dan niet getranscendeerde vorm weer teruggeeft aan de wereld, omdat hij zich moet mededelen in een communicatieproces dat nooit eindigt. ‘Het is een transformatieproces, precies. Het gaat over de eeuwigheid, over tijdloosheid. En als er iets is wat muziek kan zeggen, dan is het commentaar geven op de tijdloosheid.’


Event-Horizon gaat op 17 september in première in TivoliVredenbrug in Utrecht. Voor overige concerten zie janpeterdegraaff.com