Klanken van kleur

Soms krijgen flarden verf geen vorm, en soms kunnen kleuren klinken, als muziek. Kijk maar naar Günther Förg en Per Kirkeby.

HET DONKERRODE schilderij van Günther Förg maakt zelfstandig deel uit van een groep van 22 zulke werken die het best als ensemble in een zaal hangen. Een vaste volgorde is eigenlijk niet voorgeschreven want is afhankelijk van de ruimtelijke omstandigheden - desnoods kunnen ze ook boven elkaar aan de wand. Het zijn houten panelen overtrokken met een dun vel lood. De geometrische beelden die daarop zijn geschilderd zijn het gevolg van eenvoudige delingen, horizontaal en verticaal, in en over het vlak: banen kleur langs de rand, links en rechts en boven en onder, of door het midden, of ook, bijvoorbeeld, verticaal door het midden van de rechter- of linkerhelft van het paneel. Zulke operaties - een simpele, lichte vormgeving in een of twee kleuren, in acryl geschilderd. De kleur is opgebracht met een vrij brede kwast waarvan de hoofdzakelijk verticale streken over het stroeve lood hier en daar zichtbaar bleven. Acryl is een verf op waterbasis die doorgaans lichter oogt dan olieverf. In deze schilderijen van Förg is de kleur wel dekkend, maar de dunne verflaag blijft tegelijkertijd zo dun dat ze, zoals het sluierachtige donkerrood, als een bijna teer vlies werkt. Erdoorheen blijven ook de lichte onregelmatigheden van het lood te zien. Dat vel is wel strakgetrokken, maar omdat lood een weerbarstig materiaal is blijven er in het oppervlak hier en daar minieme bulten en rimpels achter, verder sporen van waar het lood gerold was en ook plekken van lichte oxydatie.
In deze fysieke omstandigheden lijken de kleurvormen nogal broos en vooral licht van gewicht. Ook de onbeschilderde baan lood, boven aan het schilderij dat verder rood is, is zo schemerachtig van kleur. Beter gezegd: het is een puur grijs licht dat daar een beetje dof boven het rood glanst. In sommige andere panelen van dit ensemble heeft de kunstenaar een groter deel van het loden vlak onbeschilderd gelaten. In twee of drie is het hele oppervlak in geometrische vormgeving met kleur bedekt. De loden ondergrond is echter, zelfs door de kleur heen, steeds voelbaar. In de loop der jaren heeft Förg zijn karakteristieke geometrische idioom ook uitgevoerd op andere materialen zoals papier, geschuurd multiplex, linnen, masoniet en koper. Afhankelijk van de drager kregen de kleuren (van dun acryl) steeds een andere helderheid. Op lood verschijnen kleuren op een of andere manier donkerder en langzamer. Misschien komt dat omdat lood door zijn zachte dofheid ook licht absorbeert en aan de kleur onttrekt. Wit papier of wit linnen geeft aan kleuren een levendiger scherpte - zoals in een marmeren zaal akkoorden muziek harder en helderder klinken dan in een ruimte met fluwelen wanden waarin ze gedempt worden.
Zo is ook Günther Förg in zijn werk bezig om kleuren te laten klinken. Vanwege de geometrie van zijn vormgeving is hij vaak als navolger in verband gebracht met bijvoorbeeld Ellsworth Kelly of Blinky Palermo. Dat doe je als je zulke schilders ook zou beschouwen als geometristen terwijl het coloristen zijn. Geometrie levert het ritme aan abstracte akkoorden waarin klanken van kleur worden gevormd - en die hun werking uitbreiden over het vlak en daar laten galmen. In het ensemble worden kleuren gemoduleerd als melodie: elk paneel is een akkoord. Grenzend aan het doffe lood wordt in Förgs schilderij ook het donkere rood zwaarder, alsof er schaduw in is geslopen. Het is alsof dat rood als een echo wegsterft, in het lood, en roerloos wordt. Er is een onbeschrijflijk donker licht in het schilderij, een romantische stemming die ik alleen ken in schilderijen van Casper David Friedrich of Edvard Munch. Kijk naar een doek van Per Kirkeby dat in dezelfde sfeer thuishoort.
Zoals vaak bij hem is het ontsproten aan een ervaring van landschap. Het centrum is licht van kleur: blauw, wit, groen opgebracht met gebogen, golvende penseelbewegingen. Bovenin en rechts en ook in de hoeken is de verf in veel steviger passages aangezet en donkerder, stug en minder beweeglijk. Daardoor lijkt het midden een doorkijkje: een open plek waar zich licht verzamelt dat we door een donkere begrenzing van struweelachtige kleuren kunnen zien. Maar wat het ook is: alles in dit schilderij, waarvan de vormen eigenlijk vormloos zijn, is zo georganiseerd om een bepaalde temperatuur of stemmigheid van kleur te krijgen. De flarden verf en hoe ze in elkaar zijn gebreid, blijven te grillig om vorm te worden. Ze zijn vooral vlekkerige bewegingen van kleur, en precies zo is het schilderij ook in elkaar gezet: als een amalgaam van vlekken en soorten van kleur, in hoofdzaak gedempt en donker van toon. Hier en daar echter sijpelt er nog wit licht door de schemering heen. Maar dat licht is ook al aan het wegebben - zoals bij Förg dat donkere rood ook stiller wordt. In het schilderij van Kirkeby echter zijn in de factuur nog rimpelingen gaande maar veel zijn het er niet en ze verlopen stroef. Op het eerste gezicht leek het werk nog opgewonden en elastisch. Zo is het wel begonnen maar dan zien we dat elke heldere kleur, zoals oranje of lichtgroen, wordt opgevangen door donkere passages eromheen en daar wordt gesmoord.