Muziek

Klankkleuren

Muziek: Hayagriva van Param Vir

Een dagje naar het strand, de glimlach van een kind, de smaak van versgebrande amandelen: geluk is heel eenvoudig. Voelen, wat op vrede lijkt. Niet voor een componist. Wel als hij buiten werktijd verzaligd naar de zee kijkt. Niet als hij aan de schrijf tafel zijn buitenmuzikale indrukken in noten wil vertalen. Van hem wordt vorm verlangd, en inhoud. Hij wil verantwoording kunnen afleggen. Hij voelt zich pas senang als hij kan uitleggen wat hij gedaan heeft. Geen stuk lijkt nog compleet zonder een toelichting.

Op 13 december speelt het Schönberg Ensemble de wereldpremière van Param Virs Haya griva voor groot ensemble, opgedragen aan medecomponist en dirigent van dienst Micha Hamel. De Indiër Vir (Delhi, 1952), die hier in 1992 bekendheid verwerft met de door Pierre Audi geregisseerde eenakters Snatched by the Gods en Broken Strings, raakt in zijn jeugd gefascineerd door westerse muziek, zoals sommige westerlingen door het Oosten. Zijn idee-fixe voert hem begin jaren tachtig naar Engeland, waar hij na zijn studiejaren bij onder anderen Peter Maxwell Davies en Oliver Knussen de carrière opbouwt die hem naast een reeks van prijzen warme relaties bezorgt met het Asko en het Schönberg Ensemble, London Sinfonietta, de BBC-orkesten en het Duitse Ensemble Modern.

Van Virs eenakters herinner ik me het kleurenarsenaal (rijk) en het onbepaalde van de taal. Die was modern West-Europees in veralgemeniseerde zin, vakkundig Europees zoals Japanse autofabrikanten Europese auto’s bouwen; een mélange van hoofd stromen. Veel Indiase trekken hoorde ik er niet in terug. Maar dat was ook niet de bedoeling, zoals Vir destijds in een interview met NRC Handelsblad toelichtte: «Ik doe geen poging de Indiase muziek te verzoenen met een westers idioom. Een vermenging van twee tradities leidt gemakkelijk tot oppervlakkigheid, tot simpele klankkleureffecten.» Dat klinkt zoals Boulez sprak over de vermenging van klassiek en jazz, die volgens hem tot niets zou leiden; tang en varken.

Toch is het thema van Haya griva oosters. Maar Vir kan alles uitleggen. De titel verwijst naar een mythische figuur uit Indiase en Tibetaanse religieuze geschriften: een godheid met paardenkop, die de mannelijke incarnatie van Vishnu moet voorstellen en symbool staat voor kennis en wijsheid. «Mijn werk», schrijft Vir in zijn toelichting op het stuk, «is gebaseerd op dit beeld van Haya griva and continues my exploration of beings both human and non-human associated with the inner life and self-transformation.»

De geschiedenis van Hayagriva begint met een bezoek aan de compositiestudio van Peter Maxwell Davies op Orkney. Daar blijkt, verklaart de componist zich nader, dat de gastheer als student een ongepubliceerd pianowerk schreef waarvan de drie delen successievelijk in het teken staan van de kleuren groen, blauw en rood. Het zijn precies de kleuren van de magische wezens uit Virs opera Broken Strings, en precies de kleuren die in Broken Strings heten te staan voor «self-transformation and self-knowledge». Ter herinnering aan de coïncidentie, en bij wijze van hommage aan zijn vriend en mentor, sluit Hayagriva af met een citaat uit het pianostuk van Maxwell Davies.

Hoewel Hayagriva als «mythologisch archetype» volgens Vir een bron is van fantastische verhalen heeft de componist afgezien van een narratieve structuur. Het stuk is een portret in drie panelen van Hayagriva’s «magische kwaliteiten». Het eerste paneel is het frenetiek getoonzette «paarden paneel», gebouwd op een cyclische ritmische structuur die, als een Indiase talea, negentien keer wordt herhaald. Het klankpalet is volgens Vir doortrokken van de «earth colours of red and crimson». Virtuoos passagewerk van piano en koper, glissandostrijkers, trillers en pizzicati bewerkstelligen een snuivende, stampende, galopperende paardenmuziek, die zowaar wordt beklonken met alweer een element uit de klassieke Indiase muziek: een tihai, een driemaal herhaalde ritmische cadens.

Dan volgt als «brugpaneel» een introvert duet voor harp en celesta, «groen-goud» getint, «de kleuren van het mededogen». Het tempo vertraagt tot het groen-goud is geweken voor het blauw van het laatste paneel, dat volgens Vir is gebaseerd op een poly ritmische structuur die oplettende luisteraars zouden kunnen associëren met «the deity Hayagriva’s association in traditional imagery with the eternity of space». Vanaf partituurcijfer 15 loopt de muziek langzaam leeg. Met glissandi en kwarttonen stelt Vir naar eigen zeggen de identiteit en soliditeit van het eerste paneel ter discussie, waarna dolcissimo wordt afgesloten met een schoon geweten en een sluitend alibi; noten op orde, het concept verklaard.

Ga eens luisteren. Misschien wordt het prachtig; een eerste scan van de partituur belooft veel. Misschien zal blijken dat Param Vir aan zijn bedoelingen geen woorden vuil had hoeven maken. Misschien zijn Virs goudgroen, rood en blauw wasecht; misschien is de portee van zijn muziek even onzegbaar als een vergezicht, de glimlach van een kind, of de smaak van versgebrande amandelen.

Param Vir, Hayagriva (wereld pre mière); Elmer Schönberger, Dovemansoren; Aleksandr Woestin, Muziek voor tien / Aan mijn zoon; Eric de Clercq, Drooping Wings (wereldpremière).

Schönberg Ensemble en solisten o.l.v. Micha Hamel, Muziekgebouw Amsterdam, 13 december, aanvang 20.30 uur