Klankverbeelding

Radiouitzending 27 oktober, 20.00 uur, Radio 4.
Weinig disciplines verhouden zich zo moeilijk tot elkaar als muziek en film. Bijna per definitie delft de muziek het onderspit. Denk maar aan de instantdrama’s op MTV die in de meest pure vorm laten zien hoe muziek een verhaaltje uitbeeldt. In de verfilmingen van klassieke muziek gebeurt precies hetzelfde met iets associatievere, maar niet minder mis te verstane beelden (bergtoppen, vergezichten of romantische omhelzingen).

Zelden gaan beeld en muziek een gelijkwaardige dialoog aan. De Nederlandse cineast Frank Scheffer deed enkele zinvolle pogingen in die richting, onder andere met het door zes regisseurs en componisten vervaardigde Hexagon. Een zeer bijzonder resultaat werd afgelopen zaterdag in het, tijdelijk tot filmzaal omgebouwde Concertgebouw vertoond: de video die de Amerikaanse kunstenaar Bill Viola bij Deserts (1954) van Varese maakte.
Voor de heel specifieke opbouw van de compositie, waarin instrumentale en elektronische delen elkaar afwisselen, bedacht hij een filmische equivalent: tijdens de instrumentale stukken zie je woestijnbeelden, tijdens de elektronische klanken een man die een kamer binnenkomt en achter een tafel gaat zitten. Niet alleen contrasteert de keuze van onderwerp, ook de manier van filmen verschilt als dag en nacht. In de woestijn lijkt Viola er met een losse camera op uit getrokken te zijn: in een onrustige beweging schuurt de camera langs het oppervlak van zand, steen en water. Tegenlicht, vervormingen door water, spiegelingen en vertekeningen maken onderdeel uit van een wat ruwe en beweeglijke manier van filmen. De huiskamershots zijn daarentegen volkomen statisch: alsof het niet genoeg is dat elke actie ontbreekt, worden deze delen van begin tot eind vertraagd afgedraaid.
Door de duidelijk gedefinieerde stijlen vormt de video van Viola een contrapunt bij de muziek van Varese. Het zijn twee zelfstandige grootheden, hoewel Viola heel af en toe muziek en beeld elkaar laat raken. Zo zien we een sequens van onweersflitsen, waarbij elke schicht samen valt met de inzet van een akkoord. Dat is echter een uitzondering. Afgezien van de vergelijkbare structuur leiden film en muziek een eigen leven. Toch is de overeenkomst tussen beide onmiskenbaar: zowel beeld als geluid dragen een moeilijk te definieren sfeer in zich. Iets heel verontrustends. Dreigend.
Het effect daarvan was af te lezen aan de reacties in de zaal. Als de man in de kamer in slow motion een glas omstoot, houdt iedereen de adem in. Deze scene is namelijk dusdanig voorbereid, dat het stuk vallen van het glas niets minder dan een drama ontketent. Iedereen begrijpt dat dit de opmaat is voor een allesomvattende valpartij: de man plonst in het water en van de gekantelde tafel beginnen alle voorwerpen onafwendbaar te schuiven. Het laatste shot toont de schemerlamp die, niet stuk te krijgen, onder water verder schijnt.
Het knappe van Viola is dat hij speelt met herkenbare beelden, die toch van elke anekdotiek zijn ontdaan. Juist daardoor komt de muziek ook volledig tot zijn recht. Zoals Bill Viola eens in een interview uitlegde, probeert hij met zijn werk diepere lagen van het onderbewuste aan te boren. Hoe algemeen en wellicht pretentieus dat ook klinkt, is Deserts daar zonder meer een geslaagd voorbeeld van.
Deserts werd uitstekend uitgevoerd door het Ensemble Modern uit Frankfurt, gedirigeerd door Peter Eotvos. Minstens even overrompelend was Ionisation, eveneens van Varese. Een fascinerend werk waarin Varese het slagwerkinstrumentarium aanvult met sirenes en windmachines en daarmee een heel eigen, magische wereld creeert. Zowel exotisch, meeslepend als virtuoos en tegelijk van een hoge abstractiegraad. Na deze twee overdonderende demonstraties van klankverbeelding zullen weinig bezoekers zich de stukken voor de pauze nog hebben herinnerd: Proverb en City Life van Steve Reich waren verbleekt tot een ritmetje en een drietal akkoorden. Pure armoede.