Klap op klap

E. Annie Proulx, Accordeonmisdaden. Vertaald door Regina Willemse, uitgeverij De Geus, 517 blz. 359,90
Ansichten en Scheepsberichten verschenen ook bij De Geus, eveneens in de vertaling van Regina Willemse, 349,90
E. ANNIE PROULX schrijft over het lelijke Amerika in steeds dikkere boeken. Ze zijn zo dik dat ze zich niet gemakkelijk laten meenemen in trein of bed. Haar laatste roman, Accordeonmisdaden (1996), las ik dan ook tegelijkertijd met een bundeling van autobiografische verhalen uit het literaire tijdschrift Granta (The Granta Book of the Family, 1995). Deze verhalen van bekende (Saul Bellow, Raymond Carver) en minder bekende (William Wharton, Mikal Gilmore) schrijvers en journalisten over het gezin waaruit ze voortkomen, voegden zich al gauw wonderwel in de totale Proulx-ervaring.

Die ervaring laat zich in vier woorden spijkeren op een uithangbord: Er Is Geen Troost. Maar waar in de Granta-bloemlezing tweeëntwintig schrijvers afdalen in hun persoonlijke krochten om over hun noodlottige levensloop te berichten, is in Accordeonmisdaden één enkele schrijfster het brein achter zo'n duizend van die ‘levenslopen’. Hier past slechts bewonderend naar adem happen. Hoe is het mogelijk dat iemand zoveel weet en zoveel verbeelding heeft? Dat ze op een geloofwaardige manier weet te schrijven over het bereiden van penssoep, het bespelen van een accordeon en de zelfhaat van migranten?
Enigszins bekomen vraag je je af waar dit schrijverschap op afstevent. De lijn die is ingezet met Ansichten (1992), voortgezet met Scheepsberichten (1993), en nu dan even rust bij Accordeonmisdaden, is er een van een toenemende dichtheid van verhalen per bladzijde. Het gevaar overvoerd te raken ligt op de loer. De verbindende schakel is niet langer een personage, zoals in de vorige twee romans, maar een ding.
De roman Accordeonmisdaden is ongetwijfeld de meest ambitieuze onderneming van Proulx tot nog toe. Ze beschrijft de geschiedenis van verschillende groepen immigranten, vanaf eind vorige eeuw tot nu, en gebruikt daarbij als leidraad de accordeon, eentje in het bijzonder zelfs. Een Siciliaan bouwt het instrument en neemt het mee naar het Amerikaanse vasteland, alwaar hij samen met zijn broer fortuin hoopt te maken. Met hen laat Proulx het klassieke drama van ontworteling en aanpassing beginnen. Als de eigenaar dood is, komt de kleine groene accordeon bij een andere accordeonspeler terecht, omdat die hem bij zijn plaatselijke kruidenier onder de toonbank ziet staan, bijvoorbeeld.
In een totaal andere migrantengemeenschap wordt de accordeon opnieuw ingezet in de strijd om het behoud van de eigen identiteit. 'Wie Spaans spreekt, eindigt op de akkers’, houdt de Mexicaanse bordenwasser zijn zonen voor. Tegelijkertijd leert hij ze op de accordeon conjunto te spelen, de tex-mex-muziek van 'thuis’. In groezelige zaaltjes, waar kielbasa en kishka worden geserveerd, strijden Poolse polkaspelers om een metallic metal-flake Aztekenblauwe Ford. De eigen cultuur moet worden gekoesterd, zij het dat alles afzakt tot het treurige niveau van folklore. Generatie op generatie zet de cyclus van trots en schaamte zich voort, of het nu om Italianen, Duitsers, Mexicanen of Polen gaat.
De diepste verachting is er voor de andere immigranten. 'Dit land is vol’, zegt de kleinzoon van de Noorse kolonist, 'het bezwijkt onder de spleetogen en latino’s en paki’s en die Arabieren uit het Midden van het Oosten. Onze grootouders waren blank, die hadden pit en hielden van aanpakken, die hielden zich niet bezig met het opblazen van gebouwen.’
Het Amerika van Proulx is bevolkt met kleine zwoegers. Ze leggen het steevast af tegen de noodlottige omstandigheden die zich voordoen als lullige toevalligheden. Het is het Amerika dat beantwoordt aan een soort oerbeeld van het Wilde Westen, waar teveel pioniers in een moeizaam te temmen landschap het hoofd boven water moeten zien te houden. Tegelijkertijd laat Proulx een wereld zien waarvan je het bestaan niet vermoedt maar direct aanneemt: ja, zo is het. Wat betreft haar brede opzet en sterk realistische stijl past Proulx in de traditie van grote Amerikaanse chroniqueurs als Steinbeck en Dos Passos. Haar scherpe oog voor juist de 'zwarte’ kant van het bestaan, en haar voorkeur voor bizarre ontknopingen, plaatsen haar echter ook in de lijn van typische verhalenvertellers als Ambrose Bierce en Flannery O'Connor. Het resultaat is volstrekt origineel en zo absorberend dat andere ervaringen, zoals het lezen van die eerder genoemde Granta-verhalen, maar ook het bekijken van de film Fargo van de gebroeders Coen, er onderdeel van gaan uitmaken.
DAT TIJDENS het lezen van Accordeonmisdaden alles een beetje 'Proulx’ lijkt te worden, heeft echter ook te maken met de hoeveelheid spelingen van het lot die over je wordt uitgestort. Moeiteloos laten zich daar nog wel een paar bij optellen. In tegenstelling tot haar eerdere werk is er niet één held die het gehele boek door wordt gevolgd. De ooit glanzendgroene, maar met het vorderen van de roman steeds meer gehavende en gebutste accordeon heeft die rol overgenomen. Loyal Blood in Ansichten en Quoyle in Scheepsberichten waren weliswaar ook niet direct de meest aantrekkelijke romanpersonages, maar eenmaal in hun geschiedenis getrokken, werd je willoos meegevoerd tot aan het eind. In Accordeonmisdaden moet de lezer ieder hoofdstuk opnieuw worden verleid om nota te willen nemen van een nooit vermoed bestaan.
Daarbij zet Proulx alle schuiven van het reservoir aan menselijke lotsbestemmingen open. Vaak wordt een hoofdstuk beëindigd met een soort toegift, waarin tussen haakjes nog even wordt verteld 'hoe het verder ging’. Enigszins verkort weergegeven ziet dat er aldus uit: Vijf jaar later zal van deze man de kleinzoon worden geboren op de achterbank van een auto in een drive-in bioscoop, Rawley geheten, die als hij in 1985 zijn vijfentwintigjarig huwelijksfeest viert met een reis naar Yellowstonepark in het West Thumb Geyser Basin een filmrolletje laat vallen, erop trapt, zijn evenwicht verliest en in een kokendhete bron valt, waar hij ondanks blindgekookte ogen weer uit klautert, waarbij de huid van zijn handen als rode handschoenen op de stenen rand achterblijft, om vervolgens in een nog hetere poel te tuimelen.
Hoe fantasierijk deze vooruitblikjes ook zijn, de hoeveelheid begint een beetje tegen te staan.
VAN HAAR drie romans tot nog toe is Scheepsberichten mij het liefst. Het is de geschiedenis van antiheld Quoyle, die zich, nadat zijn vrouw aan haar ellendige maar welverdiende einde is gekomen, laat overhalen een sprong in het diepe te doen. Samen met zijn tante en twee dochters gaat hij op zoek naar zijn roots in Newfoundland. Zo op het eerste oog is er geen ergere sukkel mogelijk dan deze Quoyle, die voortdurend naar zijn kin grijpt om het gebrek daaraan te verbergen. De lobbes stijgt echter boven zichzelf uit als hij van boekstaver van auto-ongelukken en scheepsberichten hoofdredacteur wordt van de lokale krant. Het belangrijkste is echter dat hij erachter komt dat de liefde zich soms kan voordoen 'zonder wee en droefenis’. En dus trouwt hij opnieuw… eind goed al goed.
Het louterend inzicht van Quoyle neemt niet weg dat ook Scheepsberichten een beerput van wreedheden en ontberingen opent. De extreme weersomstandigheden van Newfoundland vormen een toepasselijk decor voor het gezwoeg van de geïsoleerde leefgemeenschap, waar inteelt en drankzucht hoogtij vieren. De gewoonte van Quoyle om in gedachten zijn belevenissen te voorzien van krantekoppen, geeft het geheel echter iets lichtvoetigs en geestigs. 'MAN MET KATER LUISTERT HOE BOTENBOUWER VERSCHILLENDE MOGELIJKHEDEN UITEENZET.’ Na lezing van het boek weet je van het bestaan van zeehondevinnentaart, elandragouêt en kreeftburgers. Weet je hoe een boot te bouwen, een zeehond te villen en kabeljauw te vangen. Nooit gedacht daarin ook maar in de verste verte geïnteresseerd te zijn, maar in de stijl van Proulx worden het onweerstaanbare wetenswaardigheden.
Proulx’ debuutroman, Ansichten, zit wat stijl en toon betreft tussen Scheepsberichten en Accordeonmisdaden in. Boerenzoon Loyal Blood vermoordt in een opwelling zijn vriendin Billy. Ansichten is het verslag van zijn vlucht van huis. De thuisblijvers verkeren in de veronderstelling dat Loyal samen met Billy elders zijn geluk aan het beproeven is, gesterkt in die gedachte door de ansichtkaarten die ze van Loyal ontvangen, 'met de groeten van Billy’. Loyals vlucht voert hem gedurende veertig jaar tot in alle uithoeken van de Verenigde Staten. Een stoet van loners en losers trekt aan hem voorbij. Tijdelijk deelt hij hun ambacht: dat van mijnwerker, uraniumzoeker, astroloog. Altijd als het even goed met hem dreigt te gaan, slaat het noodlot toe. 'Ik weet niet wat het is, maar er is iets raars met jou’, zegt iemand tegen hem. 'Ik ruik het. Je trekt ongeluk aan. Je rent hard, maar je komt nergens.’
Een meeliftende Indiaan berooft hem van zijn netverdiende geld; brandende onkruidballen meegevoerd in een wervelstorm zetten zijn amper opgebouwde boerderijtje in lichterlaaie; een onverwachte geestverwant stikt in zijn eigen braaksel. Inmiddels snelt het ouderlijk huis van Loyal met rasse schreden op zijn ondergang af. Na de zelfmoord van haar man en het vertrek van haar andere zoon en dochter heeft moeder Jewell Blood vanuit een stacaravan uitzicht op haar verkrottende woning, die uiteindelijk definitief het veld ruimt voor het oprukkende wagen- en caravanpark van de buurman. Haar levensovertuiging - 'Je bent er nooit klaar voor als het leven een kwade wending neemt en je naar de strot vliegt’ - zet ze kracht bij door zich op 72-jarige leeftijd het verlangen naar de bumpersticker 'DEZE AUTO HEEFT MOUNT WASHINGTON BEKLOMMEN’ fataal te laten worden. Onwetend van al deze gebeurtenissen, blijft Loyal kaarten sturen aan zijn ouderlijk huis.
De zwerftocht van Loyal Blood en de wederwaardigheden van zijn thuisfront bieden een deprimerende inkijk in het Amerikaanse plattelandsleven vanaf de jaren veertig tot aan nu. De onbegrensde mogelijkheden waar het land zo prat op gaat, lijken vooral te liggen op het terrein van vernedering en geweld. Kinderen krijgen door hun vaders een gebroken neus geslagen om ze bij te brengen dat er bij het melken geen druppeltje gemorst mag worden. Die vaders kregen ooit op hun beurt toen zij vijf jaar waren de tanden van de hooivork door hun dijbeen gespiest. Het land is smerig, misbruikt en uitgeput, evenals de bewoners, die de kleur hebben van natte rijst of een gezicht als een schep aardappelpuree. Het enige wat je kunt doen is voortploeteren tot je erbij neervalt. In Loyals woorden: 'Je krijgt klap op klap en op een dag ga je onderuit.’
DEZE MISERE weet Proulx in alle drie romans op een betoverende manier gestalte te geven. De gekste beelden (een taart warm als slapend vlees, een luchtstraaltje minder dan de adem van een vleermuis) rollen met grote vanzelfsprekendheid over de bladzijden. Tot in de kieren beschrijft ze een ruimte, om even verderop binnen het bestek van een bladzijde drie totaal verschillende mensen van wieg tot graf aannemelijk neer te zetten. De authentieke atmosfeer die ze weet op te roepen in de eindeloze reeks verhalen en verhaaltjes, kan alleen maar zijn bewerkstelligd door jarenlange research. In interviews vertelt ze hoe ze inderdaad notitieblokjes volschrijft tijdens haar reizen van west naar oost en van noord naar zuid. Zonder verbeeldingskracht heb je echter ook na jaren nog steeds alleen maar volgeschreven notitieblokjes in je hand. E. Annie Proulx is zo'n zeldzame heks die alles ziet en alles weet, en die man, worst, gras, hond en lucht in alle variëteiten weet te treffen.
'Een luisterend kind vergeet nooit de geur van de aanstormende duisternis, de glans van het witte overhemd van iemand die naderbij komt’, schrijft ze in Accordeonmisdaden. Het kind heeft lang haar mond gehouden. Ze was 58 toen ze debuteerde en inmiddels is ze 62. Haar kinderen zijn het huis uit en haar echtgenoten, drie in totaal, zijn al lang uit het zicht verdwenen. Altijd alleen reizend ondervindt ze inmiddels de voordelen van haar leeftijd. 'Aan een oudere vrouw wordt geen aandacht meer besteed.’ Als een vulkaan die tot uitbarsting is gekomen, schrijft ze voort als een bezetene, met het adagium: schrijf niet over wat je weet, maar over wat je zou willen weten. En bij haar is dat nogal wat.