Zoals het laatste hilarische verhaal waarin de jonge werkloze kunsthistoricus Martin Meurer eindelijk een baantje vindt. Gestoken in kikvorspak moet hij voorbijgangers vragen waar de Noordzee ligt. Noordzee, dat is de naam van een nieuw visrestaurant. Ze zijn kennelijk nog niet aan zulke ludieke reclame gewend in de voormalige DDR - de kunsthistoricus loopt harde klappen op en een blauw oog. De verhalen zijn niet zomaar verhalen, ze passen als puzzelstukjes in elkaar. Er duiken dezelfde personages in op: de kunsthistoricus, de gepensioneerde Stasi-informant en zijn vrouw, de ondernemer uit het Westen, de aanstormende politicus, en al die twintig anderen die min of meer met hun ziel onder de arm lopen. Als je de verhalen achter elkaar leest, kun je reconstrueren wat niet beschreven wordt. In het eerste verhaal, waarin de vrouwelijke psychiater Barbara Holitzschek bijvoorbeeld wordt opgevoerd, is ze overstuur omdat ze een das heeft overreden. Zo'n tien verhalen verder blijkt ze nachtmerries te hebben over een vrouw die ze heeft doodgereden. Dan begrijp je dat zíj de dood op haar geweten heeft van de vrouw die zo bang was om te fietsen en wel moest fietsen omdat er geen geld meer was voor een auto. Of Simpele story’s nu wel of niet een roman is, dat is een academische kwestie. Het is om nog een tweede reden verrassend dat het boek dé Wende-roman is genoemd: Simpele story’s gaat namelijk niet over de hereniging van beide Duitslanden. Geen van de personages blikt terug op de Wende of denkt na over hoezeer het leven is veranderd sinds de val van de Muur. Ze hebben geen heimwee naar de DDR en ze passen wel op om zich op de borst te slaan als overwinnaars van de geschiedenis. De vele gesprekken die worden gevoerd, ze gaan nooit over de veranderde tijd. Ingo Schulze beschrijft en benoemt niet, hij laat zien. De Ostmarken die door Westmarken zijn vervangen waardoor duidelijk is hoe weinig geld de Ossies eigenlijk ter beschikking hebben. De jonge academici en kunstenaars die verwoed op zoek zijn naar werk. De benzinestations en glimmende kantoren die uit de grond verrijzen. De Oost-Duitse woningen waar opeens West-Duitse prijzen voor betaald moeten worden. Ach, eigenlijk is die betiteling ‘dé roman van de Wende’ zo gek nog niet.