Klare taal van de baarden

Vorige maand reageerde de Egyptische Moslim­broederschap fel op een ontwerpresolutie van de VN over vrouwenrechten. Verbazend was volgens de NRC-correspondent in Caïro niet dát ze kritiek hadden op een document dat gelijkwaardigheid als uitgangspunt heeft, maar dat ze het achterste van hun tong lieten zien. Over veel kwesties die gevoelig liggen valt te vermoeden, zo niet weten, wat ze nastreven, maar zijn ze daar vooralsnog niet al te openlijk over. Ook de nieuwe grondwet munt uit in vaagheden waar het de positie van vrouwen betreft en dus wordt die recente reactie richting VN door Morsi’s oppositie gezien als een soort coming out. Want het staat nu allemaal zwart op wit: geen gelijkheid inzake echtscheiding en erfrecht. Verkrachting binnen huwelijk: mag niet aangeklaagd oftewel is contradictio in terminis. Maar ook ‘het evenredig delen van de verantwoordelijkheid voor gezinsbudget, opvoeding, huishoudelijke taken’ wordt expliciet verworpen. De man moet het voogdijschap hebben en het laatste woord over het recht van de vrouw om te reizen, te werken of contraceptie te gebruiken.

Klare taal van de baarden. En onder veel meer onderwerp van gesprek in vpro’s De vrijheid van Tahrir, een drieluik waarin Esmeralda van Boon (arabist en voormalig correspondent in Egypte) en Monique Samuel (politicoloog en auteur met Egyptische roots) samen met vooral jonge Egyptenaren onderzoeken hoe het er, twee jaar na de euforie van Tahrir, voor staat. Van Boon maakte de eerste twee delen, Samuel het derde. Vooral jongeren dus, omdat die de Egyptische lente van start lieten gaan, de grootste offers brachten, een gigantisch deel van de bevolking vormen en leeftijdgenoten van de maaksters zijn. Maar misschien toch ook omdat die er, tot nu toe, het minst mee zijn opgeschoten.

In dat ‘tot nu’ schuilt de kern van De vrijheid van Tahrir: het zou niet moeilijk zijn om de uitkomst van de achttien enerverende dagen waarin Moebarak ten val werd gebracht tot mislukking te verklaren. Daar wordt door gesprekspartners van Van Boon en Samuel ook regelmatig op gehint. Maar tegelijk verzetten die zich, net als de Nederlandse journalisten, tegen het pessimisme, de kater, de teleurstelling. Want dat zou alle hoop wegnemen en slachtoffers en lijden achteraf tot zinloos verklaren. Al in haar inleidende voice-over spreekt Samuel van ‘een hart vol hoop en een hoofd vol pessimisme’ om daarna, in menig gesprek, dat hart meer te benadrukken dan het hoofd. En gelukkig heeft ze vriendinnen als voetbalcoach Safia, die erop hameren dat een politieke revolutie misschien terug te draaien is, maar de sociale revolutie waarin vrouwen en jongeren zich emanciperen onmogelijk.

Goed, het is een lange weg, maar de vrijheid zal toenemen, zeggen en hopen zij en de makers. Nu al zijn talloze Egyptische vrouwen (deels noodgedwongen) kostwinner, wat de Broeders daarvan ook mogen vinden. Dagelijks zijn er nog altijd demonstraties, nu tegen de nieuwe machthebbers, van jong en oud, man en vrouw, onbedekt en met hoofddoek (zoals Safia zelf). In de eerste aflevering zien we drie hoogopgeleide stellen die elkaar op en tijdens Tahrir hebben leren kennen, trouwden en soms al kinderen hebben. Hoop en liefde dus. Maar hun worsteling tussen die hoop en het pessimisme is niet alleen te horen maar ook, in tranen, te zien. ‘We gaan werken, we gaan trouwen’, juichten de arme jongens op Tahrir. De meesten zijn nog altijd werkloos en ongetrouwd.

Alexander Oey (regie), De vrijheid van Tahrir, 3 delen, VPRO. Esmeralda van Boon: deel 1 Hoop en liefde via uitzending_g_emist; deel 2 Buiten Caïro, zondag 28 april, Nederland 2, 20.15 uur. Monique Samuel: deel 3 Revolutie van de jeugd, zondag 5 mei, Nederland 2, 20.15 uur

TELEVISIE