Economie

Klasse

Terug naar Reims, het beste boek dat ik in lange tijd heb gelezen, laat zien wat er met de traditionele aanhang van de Europese sociaal-democratie is gebeurd. Didier Eribon doet voor populistisch West-Europa wat Arlie Hochschild, Joan Williams en Thomas Frank voor de VS deden: de vernederingen beschrijven die de arbeidersgemeenschappen hebben ervaren door beslissingen van de politieke, financiële en economische elites in de afgelopen decennia. Denk aan globalisering van de economie, afbraak van de verzorgingsstaat, daling van de arbeidsinkomensquote, stagnatie van de gezinsinkomens, quasi-meritocratisering van de samenleving, en vooral de badinerende oordelen van diezelfde elites over het boertige seksisme en racisme van de arbeider.

De biograaf van Michel Foucault die veel heeft geschreven over de ontdekking van zijn eigen homoseksualiteit heeft met dit boek zijn sociologische verbeelding losgelaten op de effecten van sociaal-economische stijging en daling. Zijn verhuizing van het provinciale Reims naar het kosmopolitische Parijs was niet alleen een reis van de ene seksuele moraal en bijbehorende levensstijl naar de andere, maar ook een reis door de klassenstructuur van het postindustriële Frankrijk.

De terugkeer naar het Reims van zijn jeugd was voor de Franse socioloog tevens een terugkeer naar een begrip dat vrijwel verdwenen is uit de hedendaagse, postmoderne, culturalistische sociologie. Net als in de meeste andere landen is de Franse sociologie een culturele wetenschap geworden. De onderzoeksonderwerpen zijn vooral culturalistisch van aard. De strijd om erkenning van de culturele eigenheid van etnische en religieuze minderheden door de etnische en religieuze meerderheid domineert al decennialang de sociologische onderzoeksagenda. En als het in het voetspoor van Pierre Bourdieu dan toch over klassenverschillen gaat, zijn het vooral hun culturele uitdrukkingen waar de aandacht naar uitgaat: de distinctiedrift die ten grondslag ligt aan onze statusmaatschappij.

De keerzijde van deze culturalistische dominantie is dat sociologen wereldwijd het onderzoek naar de politiek-economische dimensie van onze samenleving hebben verwaarloosd. Terwijl reuzen als Max Weber nog uitdrukkelijk over samenleving én economie schreven, is zoiets als economische sociologie weliswaar een groeiende maar toch marginale subdiscipline die nauwelijks in de publieke discussie over bijvoorbeeld de eurocrisis of de hervorming van het financiële stelsel doordringt. Het onbedoelde neveneffect hiervan is dat de economie het exclusieve onderzoeksobject is geworden van wiskundigen die alles bekijken door het prisma van de perfecte markt en die met veel bombarie beleidsaanbevelingen geven die neerkomen op het zo veel mogelijk wegnemen van marktverstoringen. In dat paradigma verschijnen de arbeidersgemeenschappen van Wales, Liverpool, Wuppertal, Tilburg of Reims als overblijfselen van een primitief kapitalisme, die door de niet te stuiten mars der vooruitgang op de vuilnisbelt van de geschiedenis terecht zijn gekomen.

De uit­bui­ting van de onder­klasse is endemisch

De hardvochtige politieke vertaling hiervan is dat globalisering weliswaar negatief heeft uitgepakt voor onze eigen onderklasse, maar in landen als India en China honderden miljoenen armoedzaaiers de weg heeft gewezen naar een middenklassenbestaan van Europese en Amerikaanse kwaliteit. Het antwoord hierop is niet het terugdraaien van de globalisering maar investeren in de onderwijskansen van de onderklasse. Dit herbivore neoliberalisme is in Nederland en elders gemeengoed geworden onder de middenpartijen.

Eribon toont in zijn boek hoe naïef deze opvatting is. De uitbuiting van het menselijk materiaal dat in landen als Frankrijk, Duitsland, Nederland en Engeland de onderklasse is gaan vormen is endemisch. En, zouden marxisten zeggen, dat is inherent aan kapitalisme. In huiveringwekkende passages laat Eribon zien hoe zijn grootouders, ouders en broers steeds weer hun neus stootten op de poorten van die onderwijsvormen die hun toegang hadden moeten geven tot het middenklassenbestaan. Lichaamshouding, levensstijl, accent, kleding, lichamelijke hygiëne: alles verraadde de arbeider in het kind. En leidde onherroepelijk tot de subtiele uitsluiting van die ladders die tot echte emancipatie hadden kunnen leiden.

Het gevolg was dat de Eribons, net als hun klassengenoten, zich opsloten in hun eigen arbeidersgemeenschappen, met hun eigen conventies, waarden en normen, dromen en nachtmerries, die de emancipatie alleen maar verder belemmerden. Voeg daar een sociaal-democratische beweging bij die steeds meer is gegijzeld door beroepspolitici afkomstig uit de elite en je begint te snappen waarom de communistische Eribons fanatieke aanhangers van het Front National zijn geworden.

De Nederlandse vertaling verschijnt eind maart.


Eerder interviewde Ewald Engelen Thomas Frank over het verraad van links, en Joan Williams over het dédain van de progressieve elite voor de witte werkende klasse.