Klassenstrijd

Volgens recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau ziet 21 procent van de Nederlanders de toekomst nog ‘zonnig’ in. De rest heeft in mindere of meerdere mate het vertrouwen verloren, maakt zich zorgen over de hele samenleving, in het bijzonder de ‘verhuftering’.

De economie krimpt, weliswaar maar een klein beetje maar niemand voorspelt een snel herstel. Eerder is het mogelijk dat we een dubbele dip in het vooruitzicht hebben. Alle onderzoeken en peilingen geven min of meer hetzelfde beeld: we zijn een volk in mineur geworden, knorrig, lichtgeraakt. Iets meer dan de helft heeft nog vertrouwen in ‘de’ politiek. Dat mag nog relatief veel lijken, maar in werkelijkheid is het veel te weinig om een land goed te kunnen besturen.
Nederland is niet het enige land waar het zo treurig gesteld is. In Amerika gelooft een meerderheid dat de natie 'op de verkeerde weg is’. De werkloosheid is nu tien procent en groeit. In Wall Street zijn demonstraties tegen de miljonairs die ondanks hun wanprestaties hun bonussen blijven ontvangen. Obama heeft bewezen geen sterke president te zijn, wordt onbarmhartig dwarsgezeten door de rechtervleugel van de Republikeinen die weer gevangen wordt gehouden door het ultrarechts van de Tea Party. In Duitsland verliest door de eurocrisis Angela Merkel dagelijks terrein. Door de monetaire problemen is heel West-Europa in een toestand van uiterste onzekerheid geraakt. Niemand kan op het ogenblik met enige zekerheid zeggen wat er de komende weken in Griekenland zal gebeuren. Italië en Portugal bevinden zich in mindere mate op hetzelfde hellend vlak.
Goed beschouwd is het Westen in zijn geheel al sinds 2008, het jaar waarin de kredietcrisis uitbrak, in een toestand van sluipende Verelendung. Deze term is van Karl Marx, die het in een andere context gebruikte, maar ik weet geen beter woord. Het is een toestand van uitzichtloosheid zonder hoop op verbetering. Daarin bevond zich toen het proletariaat, dat 'niets te verliezen had dan zijn ketenen’. Zo'n onderworpen massa bestaat in deze tijd niet meer. De burger is geëmancipeerd, geïndividualiseerd, mondig geworden. Maar sinds een paar jaar ervaart hij in toenemende mate dat hij daar in de praktijk niets mee opschiet. Hij dreigt zijn werk te verliezen, en als dat gebeurt ervaart hij dat hij gekort wordt op zijn uitkeringen. Het neoliberalisme heeft de afgelopen tien jaar zijn verzorgingsstaat afgebroken. Nog altijd is zijn land betrokken bij een paar eindeloze oorlogen. En intussen is zijn politieke elite verwikkeld in even eindeloze als onbegrijpelijke ruzies terwijl de economische elite bonussen blijft ontvangen.
Wat we nu nog eufemistisch 'het maatschappelijk onbehagen’ noemen, groeit met de dag. De bewijzen zijn in overvloed in de media te vinden. Zelden zal op internet, in de gedrukte pers, populair en 'kwaliteits’, zo hartstochtelijk geprotesteerd en gescholden zijn. Het werkt aanstekelijk, niemand blijft gespaard en het helpt niet. De algemene toestand waaronder iedereen op zijn manier onrechtvaardig lijdt, blijft op een voortdurend veranderende manier volgens deze ongeorganiseerde oppositie onverdraaglijk.
In Nederland heeft de PVV, na Fortuyn en Verdonk, geprobeerd deze toestand in exploitatie te nemen, maar zich waarschijnlijk ook vergist. 'Islamisering’ is niet het grote vraagstuk dat volgens het als oer-Hollands bedoelde echtpaar Henk en Ingrid moet worden opgelost (waarna we van alle misère af zijn). Het is het knagende gevoel van dagelijkse miskenning door de politici die aan het pluche kleven, de hoge heren en de zakkenvullers. Misschien vergeet ik een categorie. In elk geval is de volgende klassenstrijd in aanbouw.
De leidende woordvoerders van de PVV hebben geprobeerd deze nieuwe, nog ongedefinieerde klasse aan te spreken. Geert Wilders heeft misschien in de parlementaire discussies de juiste toon gevonden. Maar ook al was het gevaar van zijn islamisering radicaal de kop ingedrukt, waren alle haatpaleizen afgebroken en de linkse hobby’s bedwongen, dan nog zou het magma van de permanent ontevreden massa verder smeulen. Ook in zijn kring ontbreekt het aan een deugdelijke politieke analyse, gepaard aan een geloofwaardig uitzicht op een 'betere maatschappij’. In dit opzicht bevindt hij zich in een groot gezelschap. Het ontbreekt op het ogenblik de hele maatschappij van het Westen om te beginnen aan een deugdelijke analyse. Er is geen nieuwe Marx die de massa der permanent ontevredenen heeft gedefinieerd, hun mogelijke macht herkend, laat staan denkbeelden voor hun politieke organisatie heeft ontwikkeld.
Overal in het Westen werken alle factoren mee tot de groei van een prerevolutionaire situatie: een voortwoekerende economische crisis, een kleine groep rijken die zich verder blijven verrijken, de uitzichtloze oorlogen. En ten slotte de politici die het volk overstelpen met maatregelen die zich niet verdichten tot een geloofwaardig, een reddend programma.
Zijn we langzamerhand al voortsukkelend in een prerevolutionaire situatie terechtgekomen? Aan het begin van het vorige decennium hebben twee politieke moorden het land in de heftigste beroering gebracht. Een dergelijk onheil is opnieuw denkbaar, met veel ernstiger gevolgen.