Theater

Klassiek = actueel

THEATER Heksenjacht

In voor Nederland rustiger tijden werd de titel van het stuk The Crucible van Arthur Miller vertaald als De vuurproef. De Fransen maakten er in 1956 een hartstochtelijk filmdrama van met Simone Signoret en Yves Montand in de hoofdrollen, Sartre schreef het scenario en noemde het Les sorcières de Salem. Nu wordt het stuk in Den Haag gespeeld, op een paar honderd meter afstand van het Nederlandse parlement, en heet het Heksenjacht. Dat wekt verwachtingen, die op het eerste gezicht niet ingelost worden.

Regisseur Franz Marijnen heeft ervoor gekozen dit stuk – over een heksenproces uit 1692 in het puriteinse stadje Salem, geschreven in de tijd dat senator McCarthy in de Verenigde Staten een heksenjacht ontketende op alles wat links was – heel eenvoudig te ensceneren, alsof het een repetitie betreft. We zien alleen maar een vierkante houten vloer, met daarop soms een bed, een tafel, een paar banken die aan kerkbanken doen denken. De acteurs hebben hedendaagse kostuums aan die nauwelijks met hun rollen te maken hebben. Ze blijven tijdens het stuk op het toneel en kijken verveeld of geïnteresseerd toe. Ze spelen echter niet afstandelijk, maar bijna ouderwets ingeleefd.

Marijnen en zijn acteurs hebben iedere directe verwijzing naar de Nederlandse actualiteit in de enscenering en het spel weggelaten. Ik miste dat niet en hoorde vooral een heldere, vlijmscherpe tekst over de manier waarop tijdens de communistenjacht in de Koude Oorlog mensen voor dilemma’s, keuzen en verleidingen worden geplaatst. Hoe vrienden worden aangespoord elkaar te verraden om het vege lijf te redden, hoe mensen zich gedwongen voelen valse bekentenissen af te leggen, hoe je, als je jezelf trouw bleef, werd belasterd, vernederd en eventueel gedood. Het stuk van Arthur Miller is niet voor niets populair gebleven in Oost-Europa. Het gaat – misschien onbedoeld – ook over de heksenprocessen daar.

Geen van de acteurs lijkt expliciet op de protagonisten van het drama dat zich nu in de Nederlandse politiek afspeelt. De opperrechter Danforth lijkt in geen enkel opzicht op Tweede-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet, die tevergeefs probeerde de heksenjacht op mensen met twee paspoorten en andere moslims in het beginstadium te stoppen. Integendeel, Danforth redeneert meer als voormalig minister Verdonk: er zijn nu al zoveel doden gevallen, het zou onrechtvaardig zijn de andere doodvonnissen niet uit te voeren. Het Nederlandse volk lijkt natuurlijk helemaal niet op de gelovigen van het brave Salem, maar laat zich ook meeslepen door praatjes die op het eerste gehoor iets plausibels kunnen hebben. Geert Wilders lijkt al in de verste verte niet op het jonge meisje Abigail, dat in een spontaan mengsel van angst, jaloezie en ambitie haar beschuldigingen rondstrooit en fatsoenlijke mensen tot heksen weet te bestempelen, omdat er altijd wel mensen zijn die haar uit naïviteit, opportunisme of doelbewuste strategie graag willen geloven.

Millers stuk blijkt een klassiek toneelwerk, omdat het ons kan waarschuwen voor wat er ook nu in Nederland kan gebeuren. De voorstelling van Franz Marijnen laat de tekst spreken. De rest moet je als toeschouwer zelf maar doen.

Het Nationale Toneel, Heksenjacht, tournee tot en met 19 mei, www.nationaletoneel.nl