Podium Witteman, 8 mei 2022 © Werry Crone / ANP

Nee, de tranen die Paul Witteman meermalen vreesde en voorspelde tijdens de laatste uitzending van Podium Witteman kwamen niet, voor zover ik kon zien. Maar de onderliggende emotie was er volop, van begin tot eind. Meesterknechten Mike Boddé en Floris Kortie deden er alles aan om hun bewonderde en beminde collega niet te laten breken. Ongebruikelijk bij een medium dat meer en meer op emoties aanstuurt, maar veelzeggend voor stijl en waardigheid waarmee dat gouden programma vanaf het begin is gemaakt. Al hadden tranen natuurlijk best gemogen, ook omdat ze niet in de eerste plaats zouden voortspruiten uit goedgekozen afscheidswoorden, maar veel meer nog uit die verdomde muziek zelf. Want als er een kunstvorm is die raakt op plekken waar beeld, taal en rede moeilijker komen, is het die van muze Erato en Heilige Cecilia. Was er pakweg afgesloten met Schuberts An die Musik of Heinrich Isaacs Innsbruck, Ich muss dich lassen dan waren, zo niet bij Witteman, dan toch bij deze kijker de ogen niet droog gebleven. Niet om dit afscheid, niet om de muziek alleen, maar om de combinatie. Besef van vergankelijkheid neemt met het stijgen der jaren toe, neem dat van mij aan.

En verdomd, de brok in de keel kwam er. Bepaald niet bij The Erlkings, die Schubert vertaald in het Engels en in eigentijdse singer-songwriteruitvoering brengen in curieuze bezetting. ‘Prachtig’, vond Paul het, nogal nadrukkelijk naar een oordeel gevraagd, maar als ik zijn mimiek juist interpreteerde was dat meer om muzikanten en Floris Kortie niet voor het hoofd te stoten. Bovendien kreeg hij Schubert-sokken cadeau van de zanger. Ik vond er bar weinig aan, terwijl ik veel van wat Podium, Kortie en Boddé aanboden aan cross-over en avontuur juist verrassend en verheugend vond. Ach, smaken.

Maar die brok dus: het kwam bij het Andante uit het derde pianokwartet van Brahms, waarover Witteman tot slot van een voorgesprekje tegen pianist Thomas Beijer zei: ‘Speel het niet te mooi, want anders ga ik een potje zitten grienen.’ ‘Ik ga het heel mooi spelen’, zei Thomas en hij hield woord, samen met Noa Wildschut, viool; Dana Zemstov, altviool; Mascha van Nieuwkerk, cello (in wie fenomenale huisband Fuse toch nog in de laatste aflevering vertegenwoordigd was). Het kwam, live uitgevoerd, meer en dieper binnen dan op cd of radio.

De kracht van de programmaformule zat trouwens ook in dat gesprek. Waarin Thomas nog meer uomo universale bleek dan je al dacht: voortreffelijk formuleerder en beschouwer; als uitvoerend muzikant bekroond met het hoogste – de Nederlandse Muziekprijs; bovendien componist, bezig aan een (jazz)vioolconcert voor Julia Philippens (aanwezig in het publiek, nog een linkje naar Fuse); en bovenop of onderaan nog eens verdienstelijk tekenaar, gespecialiseerd in animatie waarin aardappelmannetjes een hoofdrol spelen. Ongein? Nee, gein. En wel van de bovenste plank met serieus fundament en van onvoorstelbare arbeidsintensiviteit: de film waarin zijn mannetjes Stravinski’s Sacre du printemps tot leven brengen bevat achtduizend tekeningen, negen maanden werk.

Witteman en de kijker zijn verbijsterd: hoe valt dit alles in één leven te stoppen? En – dit voor eigen rekening, maar zonder rancune – hoe oneerlijk is de natuur in het verdelen van talent. ‘Ach, dan slaap ik maar wat minder’, zei Thomas, die ook nog een cadeautje had: een animatiefilmpje met Witteman die zijn uitzending presenteert te midden van aardappelpubliek, waarbij de mannetjes ook nog even de leader onder handen nemen, de titel veranderend in Potato Witteman. Die figuurtjes klappen als afscheid luid voor Paul en het publiek in de studio neemt dat in ovatievorm over. Niveau van de superieure Sinterklaassurprise, maar zó verdiend. ‘Wat lief van je’, zegt de bejubelde, en ik besef dat wij mannen zoiets vroeger nooit zouden (durven) zeggen. En dat er naast achteruitgang (internethaat; fake news) dus ook gelijktijdig vooruitgang in cultuur en omgangsvormen is.

Hopelijk is er in elk geval behoud van cultuur in de vorm van continuering van dit prachtprogramma in het post-Witteman-tijdperk. De indruk werd sterk gewekt dat dat ook gaat gebeuren. Bravo. Elitair? Dat uurtje Schone Kunst? Allemachtig, wat er niet allemaal aan niet-elitairs over de buis vliegt. Trouwens: wat is er elitair aan het brengen van eeuwenoud tot actueel cultuurgoed via een massamedium? Ik, arbeiderskind, dank mijn liefde voor die rijkdom aan de Volksmuziekschool. Dankzij mijn ouders, ja, die me daarheen stuurden. Maar dit wordt gratis thuisbezorgd. Niemand hoeft, maar iedereen kan en mag. En nog eens trouwens: minderheden hebben ook rechten. Wat het Songfestival voor Cornald Maas en miljoenen geestverwanten is, is Podium voor een ander type melomanen (waarbij ik Mozart-liefde bij Maas niet eens uitgesloten acht). Met eindeloos groter variatie en diepgang. Niks cultuurrelativisme, al produceert de lichtere muze zeker ook veel fraais, leuks en roerends.

In de Nipkow-jury probeerden we met een Gideonsbende jarenlang Podium Witteman bij de genomineerden te krijgen. Vergeefs, want ‘klassieke muziek’ is kennelijk te niche. Maar dit jaar bleek het afscheid van Podium zowaar wél tot een Ere Zilveren Nipkowschijf te kunnen leiden. Hark, the Herald Angels Sing. Voor gans een tv-oeuvre, dat wel. En nu maar hopen dat in het juryrapport ook aandacht besteed wordt aan het succes van die laatste prachtige programformule, waarin Boddé, Kortie en een voortreffelijke redactie ook zo een groot aandeel hadden. En hopelijk houden.

Lees ook

De laatste aflevering van Podium Witteman is te zien via NPO Start