De vijf beste volgens Monique Kremer

Klassiekers over ongelijkheid en de ontwikkeling van de verzorgingsstaat

Voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) was Monique Kremer een van de auteurs van de verkenning naar de economische ongelijkheid in Nederland. Voor De Groene noemt zij vijf boeken die haar denken over dit onderwerp en over de ontwikkeling van de verzorgingsstaat hebben bepaald.

Ook in Nederland mag je de scheve verdeling van rijkdom problematisch noemen , luidde de conclusie van de WRR-verkenning Hoe ongelijk is Nederland. Zo midden in de storm om Piketty’s boek Capital in the Twenty-First Century verrast deze conclusie misschien niet meer, maar opvallend genoeg bleef het onderwerp in de jaren hiervoor steeds van de politieke agenda.

Monique Kremer: ‘Voor Nederland is het ook belangrijk te constateren dat de inkomensverschillen in verhouding niet groot zijn. We zien wel toename in de loonverschillen. Er wordt als het gaat over ongelijkheid snel gesproken over redistributie via belastingen en sociale zekerheid. Maar meer aandacht is nodig voor pre-distributie: hoe verdeel je de economische baten nog voordat iemand zijn loon gestort krijgt? Je moet je namelijk afvragen of het in de toekomst mogelijk én wenselijk is als de verzorgingsstaat nog meer moet ingrijpen om verschillen te compenseren.

Een manier om deze loonverschillen te verkleinen is door te kijken naar het hele loongebouw. Je zou kunnen zeggen dat het loon van een directeur bijvoorbeeld maximaal tien keer hoger mag zijn dan het loon van de laagst betaalde werknemer. Je kunt ook denken aan andere ondernemingsvormen waarbij een deel van de winst naar de werknemers gaat. Het is dus niet alleen de overheid die hier een rol vervult. Consumenten kunnen ook een veel actievere rol spelen. Zoals je nu allerlei “Beter Leven”-stickers hebt voor eieren, zo zou je ook een keurmerk kunnen beginnen voor bedrijven zonder extreme loonverschillen.’

De ongelijkheid zou ook het politiek vertrouwen kunnen schaden. Uit een Europees vergelijkend onderzoek bleek dat bij een grotere economische ongelijkheid in een land, zowel onder laag- als hoogopgeleide burgers, het vertrouwen in instituties als de regering of het parlement afneemt. Kremer: ‘Mogelijk verwachten hoger opgeleiden meer van een staat. Zij kunnen teleurgesteld raken wanneer zij zien dat een regering hun verwachtingen niet waar kan maken.’

Ongelijkheid en de ontwikkeling van de verzorgingsstaat zijn twee onderwerpen waarmee Kremer zich veel bezighoudt: ‘Deze boeken bieden een goed overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen decennia en nieuwe uitdagingen op dit terrein.’

1. Gosta Esping-Andersen – The Three Worlds of Welfare Capitalism (1990)

‘Een klassieker. Sinds het verschijnen van dit boek is er geen verzorgingsstaatstudie verschenen die er niet naar verwijst. Esping-Andersen laat zien dat de ene verzorgingsstaat niet de andere is. Scandinavische, sociaal-democratische verzorgingsstaten creëren veel meer gelijkheid – niet alleen tussen klassen maar ook tussen de seksen – dan bijvoorbeeld liberale of conservatief-corporatistische staten zoals Frankrijk. Nederland paste hier nooit goed in, maar lijkt op te schuiven naar een liberaal model. Het boek is ook nu nog van belang omdat het laat zien dat (nationale) politiek en beleid er wel degelijk toe doen, ook als het gaat om verschillende vormen en maten van ongelijkheid.’

2. Pierre Rosanvallon – The New Social Question (2000)

‘Dit is een veel te weinig gelezen boek. Het gaat wat mij betreft over een van de cruciale kwesties voor de verzorgingsstaat. Rosanvallon laat overtuigend zien waarom de solidariteit van de naoorlogse verzorgingsstaat niet langer vanzelfsprekend is. Doordat we weten dat niet iedereen hetzelfde “risico” heeft – laagopgeleiden hebben meer kans op werkloosheid of een slechte gezondheid dan hoger opgeleiden – is de onderliggende solidariteit in het geding. We zijn immers niet allemaal gelijk. Als “de sluier van onwetendheid” over deze verschillen in risico’s wegvalt, is de verzorgingsstaat als unieke samenlevingsvorm niet langer zeker.’

3. Jacob Hacker – The Great Risk Shift (2006)

‘Hacker laat in zijn boek zien hoe de twee belangrijkste pijlers van economische zekerheid in Amerika aan het wankelen zijn: de familie en de arbeidsmarkt. Op het moment dat de arbeidsmarkt geen zekerheid meer biedt en de verzorgingsstaat, zoals in de Verenigde Staten, maar niet van de grond komt, is het leven van iedereen wankel. De vraag luidt of ook de Nederlandse middenklasse hier naartoe beweegt. Veel van het debat over ongelijkheid heeft, denk ik, te maken met het ontstaan van een onzekere middenklasse die zich overgeleverd voelt aan de krachten van de economie. Hier tegenover staat een groep van zelfbewuste, beter gesitueerde mensen die juist vooral “zelfgecreëerde” kansen ziet.’

4. Markus Crepaz – Trust beyond Borders: Immigration, the Welfare State and Identity in Modern Societies (2008)

‘Immigratie is een andere cruciale uitdaging voor de verzorgingsstaat. Het kan economisch voordelig zijn, maar wat voor gevolgen heeft dit voor de solidariteit? Zijn mensen ook bereid de verzorgingsstaat te steunen op het moment dat vreemden op het toneel verschijnen? Ondermijnt diversiteit de solidariteit? Volgens Crepaz is dit niet het geval, tenminste als er al een verzorgingsstaat is. In Amerika zorgt diversiteit wel voor minder solidariteit, maar in West-Europa juist niet. Een verzorgingsstaat werkt volgens Crepaz juist bindend. Je kunt je afvragen of dit zo is en of het zo blijft. Kun je nieuwe migranten wel allemaal dezelfde rechten geven? Of kan een beetje meer ongelijkheid helpen om de solidariteit te versterken en zo de verzorgingsstaat te “redden”?’

5. Philip Brown, Hugh Lauder en David Ashton – The Global Auction (2011)

‘Volgens Brown en zijn collega’s is niemand veilig in een globaliserende economie. Dit komt door wat zij digital taylorism noemen: het opknippen van banen in taken om deze vervolgens op de wereldmarkt te veilen. Hierdoor kan ook complexere arbeid worden gedaan in China en India waar nu ieder jaar miljoenen jongeren afstuderen. Dat is pijnlijk omdat de boodschap aan onze kinderen al eeuwenlang is: ga naar school en haal je diploma. Een groot vraagstuk voor onze verzorgingsstaat is dan ook hoe ons onderwijs eruit zou moeten zien en hoe we moeten omgaan met stagnatie, of zelfs sociale daling. Gelukkig sluit het boek af met een hoofdstuk over de kansen. De boodschap van Esping-Andersen uit 1990 weerklinkt ook hier: politiek en nationaal beleid doen er wel degelijk toe.’


De WRR-verkenning over ongelijkheid vindt u hier