Klatergoud

De nieuwe Woody Allen speelt zich af tijdens de roaring twenties aan de Côte d’Azur. Het verhaal is flinterdun, de spanning is minimaal. De acteurs doen wat ze kunnen, maar groots wordt het nooit.

Medium film

Wel treedt de verleidelijke schone schijn van die tijd op de voorgrond dankzij de prachtige beelden van cameraman Darius Khondji, vooral bekend van Seven (1995), een thriller waarin de stad vorm krijgt in schakeringen van clair-obscur. Zijn visualisering van de Franse kust in Allens film is het tegenovergestelde: ieder beeld schittert in de zon. Dan is het moeilijk de aandacht te houden bij wat Allen lijkt te willen zeggen: alles is het gevolg van willekeur en chaos, en toch zijn de liefde en het leven gebonden aan de mysterieuze krachten van de blauwe zee en het witte zand.

In Magic in the Moonlight raakt de cynische illusionist Stanley (Colin Firth) mentaal de weg kwijt wanneer hij in aanraking komt met Sophie (Emma Stone), een mooie, jonge Amerikaanse die schijnbaar helderziend is. Op een landgoed aan de Franse kunst neemt Stanley, in de gedaante van de oosterse tovenaar Wei Ling Soo, wereldberoemd dankzij een wonderbaarlijke verdwijn-act, de taak op zich Sophie te ontmaskeren. Stanleys geloof in het rationele is onwrikbaar; alleen al de suggestie van het bovennatuurlijke vindt hij belachelijk en beledigend. Maar naarmate hij meer tijd met Sophie doorbrengt blijkt dat hij zijn wereld- en levensbeschouwing radicaal zal moeten aanpassen. De jonge vrouw laat zien dat ze wel degelijk lijntjes heeft met een metafysische wereld waardoor ze met geesten kan communiceren. Willekeur en chaos? Nee, ten grondslag aan het leven ligt een groots project, ja, zelfs de hand van God valt niet meer te ontkennen. Gevolg: Stanley wordt verliefd op Sophie.

De romance tussen de oudere goochelaar en de veel jongere waarzegster vormt de spil van het verhaal. De sfeer is licht, zoals in een zomerfilm van Ingmar Bergman, bijvoorbeeld Smiles on a Summer Night (1955) dat Allen overigens begin jaren tachtig verwerkte tot A Midsummer Night’s Sex Comedy. In zijn nieuwste laat de regisseur de oude, vertrouwde figuren van zijn universum met hun ideeën de revue passeren: Nietzsche en Freud, zelfs Dickens en Shakespeare. Maar nergens is er een fusie tussen de filosofische basis en de verwikkelingen waarin de lovers in Magic in the Moonlight betrokken raken. Het probleem zit ’m ironisch genoeg in de afwezigheid van ‘magie’, in de relatie tussen Stanley en Sophie, maar meer nog in het spel van de acteurs.

Firth is fijn om naar te kijken. In deze rol creëert hij een spanning tussen zijn imago als dashing leading man, een figuur uit een roman van Jane Austen, en het zwartgallige karakter van zijn personage. Maar Stone is een lichtgewicht. Geen moment is er sprake van mysterie en diepte in haar spel. Tijdens het kijken zuchtte ik naar een actrice die iets magnifieks had, iemand zoals de recent overleden Lauren Bacall, godin uit het gouden tijdperk van Hollywood, ruwweg ook de tijd waarin Magic in the Moonlight zich afspeelt.

Misschien kan zo’n soort ‘magie’ niet meer. Kijkend naar de sukkelende Stone in een rol veel te groot voor haar moest ik denken aan hoe de Engelse cultureel criticus Sarah Churchwell dit soort sterretjes in een stuk bij de dood van Bacall als ‘infantiel’ beschreef in vergelijking met de volwassen, sterke Hollywood-vrouwen van weleer. Misschien had Bacall, Barbara Stanwyck of Bette Davis grandeur kunnen geven aan Sophie. Nu blijft er weinig over van het mysterie van haar personage. Ze is nep, net als Allens film overgoten met een gloed van klatergoud.


Te zien vanaf 21 augustus


Beeld: Emma Stone als Sophie en Colin Firth als Stanley in Magic in the Moonlight (Paradiso filmed entertainment)