Klats, plof

Jean Dulieu
Paulus en de eikelmannetjes
Leopold, 239 blz., €15,-

Jean Dulieu (Jan van Oort; 1921-2006), geestelijk vader van Paulus de Boskabouter, was behalve concertviolist, tekenaar, auteur en poppenspeler een groot natuurliefhebber. Van 1946 tot 1953 woonde hij op Terschelling. Voor Dulieu ‘een streek waar bloemen en dieren in vrijheid leven en wolken van de ene einder naar de andere trekken’. Daarna verhuisde hij naar Soest en verruilde Paulus ‘zijn’ Hoornerbos voor het Soesterbos. Ongetwijfeld is het dat bos waar Paulus zijn duizelingwekkende avontuur met de ontelbare, leeghoofdige eikelmannetjes beleefde: opgetekend door Dulieu in Paulus en de eikelmannetjes (1965), zijn ‘magnum opus’ en het meest herfstige boek ooit geschreven.

Eindelijk is er een herdruk van dit humorvolle, filosofische, taalrijke verhaal over biologisch verval en de onontkoombare kringloop van de natuur, dat zich onderscheidt van alle andere ‘Paulus-boeken’ door zijn vele indrukwekkende kleurrijke aquarellen. Prachtig hoe Dulieu met schiftende verven de herfst verbeeldt. Mysterieus, veranderlijk, vol beweging. Niet alleen de grote prenten ‘bewegen’. Het hele boek wappert onophoudelijk. De wind giert ‘met veel gedruis en geknetter en geflapper van meetollende bladeren’. Overal klinkt ‘gesuizel en geritsel en geschuifel. De knappen en kraken en knallen zijn niet van de lucht.’ En in al die klankrijke herfstzinnen vallen eikels ‘klats, plof’ naar beneden. Het zijn de eikelmannetjes: groot in aantal, klein van geest. Immer dwalen ze doelloos rond, geestdriftig maar gedachteloos, en meestal ‘om op het punt van uitgang terug te keren’.

Door een gemene toverstreek van Eucalypta de heks wordt Paulus hun onwillige eikelkoning, die het verwaaide leven van zijn ‘eikeldanen’ richting moet geven. Dat blijkt onmogelijk. Gestuurd door de wind sleuren Paulus’ ‘losbollige’ onderdanen hem noodgedwongen mee in wilde, maar onzinnige bosavonturen.

Als Paulus zijn hele volk is kwijtgeraakt omdat het is weggeblazen door de wind, is hij radeloos. Op aanraden van ‘Wor de Wijze’, het oudste eikelmannetje, vertrekt hij naar de ‘Oude Eik’: de alwetende Oervader van het eikelmannetjesvolk. Die doet hem inzien dat ‘het richtingsgevoel van de eikelmannetjes hen dwingt tot een noodlottige kringloop’ en dat ze pas nut krijgen wanneer ze overlijden, begraven worden en vanuit de grond zullen herrijzen. Paulus beseft dat zijn koningschap aldus zinloos is. Gedreven door heimwee verlaat hij ‘zijn eikeltjesvolk’ en keert samen met de lezer terug in zijn werkelijkheid. Voorgoed betoverd door Dulieu’s onovertroffen herfst.