Klavierleeuwen muziek

Zelden komt op hedendaagse muziek zo'n groot en spontaan publiek af als bij de zaterdagmiddagconcerten in het Stedelijk Museum. De sfeer is ongedwongen: tussen de stukken door kunnen mensen in en uit lopen. Maar afgelopen zaterdag gebeurde dat in het geheel niet.

Het Rotterdamse pianoduo Post & Mulder slaagde erin het voltallige publiek ruim een uur lang aan de stoel gekluisterd te houden. Pauline Post en Nora Mulder vormen samen een flamboyante verschijning en het programma dat ze brachten was al even theatraal. Eigenlijk was Tema van Ron Ford - krachtige, op de minimal music geïnspireerde muziek - het enige ‘normale’ stuk. Philemon Mukarno breidt in Gynoids XX de bezetting van twee vleugels uit met elektronica. Op een spannende manier zet hij de luisteraar op het verkeerde been: het geluid van een langsdenderende trein wordt zodanig vervormd dat niet meer duidelijk is of we nu zwaar industriële of juist natuurgeluiden horen, zoals het dreunen van een storm. Hij speelt daarmee een mooi perspectivisch spel. Van een heel andere orde is Private Collection van Richard Ayres, een soort spookmuziek die is afgelopen voor ze goed en wel begonnen is. Ayres toont als het ware een reeks stills: virtuoze pianomuziek bevriest na een paar maten steeds in een tableau vivant van klank. Tegenover dit sterk conceptuele stuk staat de beeldende kracht van De Biggenweg van Huba de Graaf. De vloer voor de twee vleugels is bezaaid met luidsprekers in alle soorten en maten. Uitgelicht door twee krachtige voetspots ontstaat een geheimzinnig toneelbeeld. Het stuk zelf lijkt een explosie te verbeelden. De twee pianistes ontpoppen zich tot ware klavierleeuwen die met veel spierballenvertoon de instrumenten onder handen nemen. Ondertussen klinkt vanuit de luidsprekertjes (en vooral de reguliere luidsprekers aan het plafond) een onheilspellend gesis en geknetter. Alsof het tweetal wordt omringd door een arsenaal aan bommetjes en dynamietstaven die op het punt staan te exploderen. Niet voor niets stond dit vuurwerk als laatste op het programma. Het hart van het optreden werd gevormd door twee theatrale stukken die elkaar in meligheid de loef afstaken. In Tête a queue ni tête van Ernest H. Papier verschijnen Post en Mulder in extravagante avondjurken waarvan de slepen aan elkaar vastzitten. In deze uitdossing verkent het tweetal het instrumentarium: ze stompen op de dichte klep, cirkelen rond de vleugels, kruipen eronder en stoten hun hoofd (wat een prachtige galm in de klankkast veroorzaakt), klimmen erop en spelen al liggend een deuntje. Pure ongein? Een parodie op de zusjes Labèque? Feit is dat het stuk hilarisch uitpakt omdat Post en Mulder het met een stalen gezicht uitvoeren. Subtieler is Solo with Accompaniment van de Amerikaanse componist Cornelius Cardew, waarin de sopraan Daniela Bernoulli als gast optreedt. Ze maakt haar entree als een echte ster: een prachtige fluwelen jurk, een glanzende shawl, elegante parelketting en een verleidelijke glimlach. Het publiek verwelkomt haar met een enthousiast applaus, niet wetend dat juist dit cliché op de hak genomen gaat worden. Met veel omhaal zet ze een beverige 'aaahhhh’ in - hard en vals. Terwijl de pianistes haar begeleiden met allerlei geluidjes, vervolgt zij haar onaangename noodkreet, die gevat is in een niet weg te branden glimlach. Een rochelende hoestbui, een slok water die ze met evenveel kracht weer uitspuugt, de lippenstift die uiteindelijk over haar hele gezicht zit gesmeerd, niets brengt haar van haar à propos. Ten einde raad staan de pianistes op, maken een buiging, waarmee hetzelfde applaus van het publiek onze diva smoort. Van sommige werken van dit onderhoudende optreden vraag je je af of de noten sterk genoeg zijn om het zonder theater ook te redden. Dat zal blijken op de cd die het duo deze zomer bij BVHaast gaat uitbrengen. Als performance was dit concert echter uiterst geslaagd. Dat Rudi Fuchs serieus overweegt de muziekserie in zijn museum op te heffen, was ook na dit optreden volkomen onbegrijpelijk. Gezien het plezier dat publiek en uitvoerders aan deze concerten beleven, zou dat doodzonde zijn.