Gescheiden onderwijs bij geneeskunde?

Kleedt u zich maar even uit

Gescheiden onderwijs aan man en vrouw is aan de universiteit in principe verboden. Uitzondering: geneeskunde. In verband met de moslimmeisjes.

Binnen de universitaire wereld zijn zonder problemen kledingregels ingevoerd, maar op de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam ontstond twee weken geleden commotie toen het college van bestuur kleding- en gedragsvoorschriften aankondigde. Aan deze universiteit studeren veel moslims – een vijfde van het totaal – van wie de meeste staan ingeschreven bij de faculteiten rechten en geneeskunde. In de brief van het college staat dat «aan mannelijke en vrouwelijke studenten gelijkelijk en gezamenlijk onderwijs wordt gegeven». Iets verder wordt gemeld dat «in specifieke onderwijssituaties aparte regels geformuleerd kunnen worden door de faculteiten, wanneer dat vanuit de Nederlandse cultuur gewenst is». Als voorbeeld wordt gegeven dat «in het kader van de studie geneeskunde wordt gestreefd studenten in de gelegenheid te stellen het lichamelijk onderzoek tijdens de opleiding te doen op een student van hetzelfde geslacht».

Het maakt dit toch al beladen thema er niet minder verwarrend op. Mogen studenten van «de Nederlandse cultuur» wél geslachtsgebonden eisen stellen en moslims niet?

De richtlijnen van de faculteit geneeskunde van de VU zijn duidelijk: in beginsel is lichamelijk onderzoek (bloeddruk meten, beluisteren van hart en longen, meten van reflexen) op medestudenten voor iedereen verplicht, maar iedere individuele wens om te oefenen op iemand van hetzelfde geslacht kan worden gehonoreerd. «Mits goed gemotiveerd. Gewetensbezwaren kunnen allerlei achtergronden hebben en zijn niet per se religieus. Het is geen nieuw probleem. Zolang er meisjes medicijnen studeren, bestaan er dergelijke wensen. In de praktijk lost het zich vanzelf op: meisjes regelen het onderling», aldus een woordvoerster van de VU.

Bij andere faculteiten geneeskunde in Nederland is hetzelfde te horen: het mag, maar het is niet gewenst voor de opleiding, omdat iedereen zich dient te kunnen verplaatsen in de rol van patiënt en een beroepshouding moet ontwikkelen. Bij sommige handelingen wordt gewerkt met een (ingehuurde) simulatiepatiënt, zoals bij inwendig en genitaal onderzoek. Bij co-schappen ligt dat anders. In de kliniek mag een sekseverschil tussen dokter en patiënt er nooit toe doen. Wensen in die richting krijgen geen enkele steun vanuit de opleiding.

Hoe kijken moslimmeisjes aan tegen een studie waarbij het menselijk lichaam – en onvermijdelijk de eigen lichamelijkheid – centraal staat?

Noor-us-Seher Compier (23), vierdejaars medicijnen, wil graag over haar studie praten. In haar flat in Amstelveen, waar ze woont met haar echtgenoot, gaat ze niet zoals buitenshuis gekleed in zwarte bedekkende gewaden. Ze serveert koffie met veel koekjes, die ze tijdens de ramadan mag eten omdat ze vanwege haar zwangerschap dispensatie heeft. Noor kwam elf jaar geleden met haar ouders en broertjes uit Pakistan naar Nederland omdat ze vanwege hun geloofsovertuiging in hun land niet meer veilig waren. Noors familie is aanhanger van de zogenaamde Ahmadiyya-moslimgemeenschap, een tak van de soennitische stroming binnen de islam die zich onderscheidt door de overtuiging dat de Messias is gekomen. Noor: «De profeet Mohammed heeft voorspeld dat een hervormer zich zou openbaren in een tijd dat de islam moreel diep gezakt zou zijn. In 1889 openbaarde hij zich in India. De tweede opvolger was een arts, die zei dat wetenschap en geloof nauw met elkaar zijn verbonden: genezen van de geest en het lichaam. De vijfde opvolger van de Messias woont momenteel in Engeland. Onze gemeenschap werd in Pakistan in 1974 bij wet afvallig verklaard.»

Het gezin kwam terecht in Someren-End aan de rand van de Brabantse Peel. Noor maakte kennis met carnaval en Kerstmis. In Helmond leerde ze in drie maanden de Nederlandse taal. Uiteindelijk verhuisde het gezin naar Arnhem: «Toen we weggingen stond de hele straat te huilen. We hebben nog steeds goed contact.» Na het atheneum ging Noor aan de VU medicijnen studeren. Ze wist precies waar ze aan begon en wil het liefst cardioloog of kinderarts worden. Noor: «Nederland heeft mij de ruimte gegeven om te studeren, ik wil iets betekenen voor dit land.»

In haar studie ervaart Noor geen beperkingen vanuit haar geloof. Wat bepaalde vaardigheden betreft, ja, daar heeft ze «natuurlijk» moeite mee: «Maar het gaat in werkelijkheid anders. De meisjes kruipen bij elkaar en in de practicumzaal bestaat de mogelijkheid je met een scherm of een gordijn af te sluiten. Als dat er niet zou zijn geweest, dan had ik het nóóit kunnen doen. Ik heb gehoord dat je bij je co-schappen in groepjes van zes à acht studenten werkt. Op een gegeven moment moet je ook op elkaar oefenen en je kleren uitdoen. Als je het niet doet, val je er buiten. Dan vind ik de psychologische druk wel erg hoog.» Enigszins vertwijfeld zegt ze: «Ik weet niet of het wel nodig is, je kunt toch ook een goede dokter worden zonder op elkaar te oefenen?»

Op het buffet in de kamer staat een trouw foto van Noor en een man in witte traditionele kleding uit Pakistan. Noor leerde hem kennen via een kennis van haar ouders en ze trouwden in Nunspeet, in de bible belt, waar een Ahma diyya-moskee staat. Haar man, 29 jaar, is een reborn muslim. Hij, van oorsprong atheïst, uit een Friese familie, kwam op de kunstacademie en tijdens een studie Perzisch in aanraking met de islam, bekeerde zich en sloot zich aan bij de Ahmadiyya-gemeenschap. Met een kort baardje en een blauwe trui met V-hals ziet hij er voor een buitenstaander niet direct uit als een vrome moslim. «Meestal draag ik oosterse kleding.» Hij vraagt uitdagend: «Ben ik nou een extremist? Mensen die aanslagen plegen kleden zich juist vaak westers om niet op te vallen.» Met mannen met «ongekapte baarden» voelt hij zich niet verwant, hoewel tijdens het gesprek blijkt dat hij zelf ook de koran naar de letter volgt.

Abdul Haq (bij het noemen van zijn Nederlandse naam gaat hij blozen) studeert sinds een jaar ook medicijnen. Hij is wat strenger dan zijn echtgenote als het gaat om de studie en de noodzakelijke lichamelijkheid: «Als je ziet hoeveel geld er wordt uitgegeven aan preparaten voor anatomie, kun je net zo goed voor lichamelijk onderzoek tegen betaling oefenen op mensen van buitenaf.» Ook vindt hij dat het bij een multireligieuze groep beter is om bij intieme dingen gescheiden onderwijs te geven: «Het zou mij verbazen als bij gemengd onderwijs niet iedereen zuivere intenties heeft, maar sommigen hebben gewoon zin om te dollen. Ik zou het dapper vinden als de VU gescheiden onderwijs zou invoeren.»

Noor: «Leren je te verplaatsen in een patiënt kan ook van vrouw tot vrouw. En het leren overwinnen van schaamte komt uitgebreid aan de orde bij de co-schappen.»

Abdul Haq: «De eerste schaamte leer je trouwens al overwinnen in de snijzaal.»

Noor: «Je krijgt vele kansen om schaamte te overwinnen. In mijn eerste jaar moet je bijvoorbeeld in een verpleeghuis mensen wassen. Ik denk dat veel mensen er moeite mee hebben.»

Abdul Haq: «Schaamte wordt in ons land bijna onderdrukt, terwijl het net zo’n natuurlijke emotie is als seksualiteit. Het is taboe geworden, omdat we in ons land een overdreven reactie kennen op de oude christelijke moraal. Dat ‹moeten bloot geven› is ook een inbreuk op de integriteit van het lichaam.»

Abdul Haq meent dat het in de kliniek «uiteraard» anders ligt: «In een situatie tussen dokter en patiënt waarin gezondheid op het spel staat, denkt niemand aan seksuele dingen.» Hij citeert uit de koran voorbeelden van hoe de sluier zich verhoudt tot het beoefenen van geneeskunde: «Onze vorige geestelijk leider zei dat een situatie ook kan zorgen voor een ‹bedekking›. Zo’n situatie bestaat als iets ‹medisch noodzakelijk› is. In de tijd van de profeet Mohammed gold dat als je last had van je hoofddoek bij het helpen van gewonden, je deze mocht afdoen.»

Noor: «De enige keer dat ik me moest aanpassen, was tijdens een verpleeghulpstage psychiatrie. Ik heb mijn hoofddoek naar achteren gebonden omdat je anders het risico zou lopen dat een patiënt je doek strakker om je keel snoert.»

Al die discussies over de hoofddoek en de kleding van moslimmeisjes – Noor snapt het niet. Zij kleedt zich zo omdat «God voorschrijft je als gelovige bescheiden te kleden, omdat je aan iedereen laat zien dat je alleen bestemd bent voor God en je eigen man, en omdat je de maatschappij als geheel beschermt tegen al die echtscheidingen».

Haar echtgenoot is het daarmee eens: «Als iedereen zich zo bloot geeft op straat zijn er veel te veel seksuele prikkels. Het vergt veel van een mens om al die prikkels die de natuur interpreteert als seksueel te weren. In de koran staat dat het ‹ik› dat tot kwaad aanzet door het geweten berispt moet worden. Het in de hand houden van te veel seksuele prikkels in het dagelijks leven zorgt ervoor dat het ‹kwade ik› niet de vrije hand krijgt. Je moet daarom rust in je ziel ontwikkelen. Een man mag zich ook niet te macho kleden. Als er een verbod komt, zoals in Frankrijk, op het dragen van hoofddoeken zal ik verhuizen. Met respect voor alle goede dingen in Nederland, ik heb toch het idee dat Nederland de culturele identiteit heeft verloren en daarom angst heeft voor een minderheid met een sterke identiteit. Het wekt jaloezie, angst en onbegrip op. Daarom zie je ook in zo’n brief van het college van bestuur kunst matige woorden als ‹onze cultuur›.»

En het feminisme dan?

Noor: «Vrouwen hebben zo veel, in geestelijke en materiële zin. Ze hebben keuzevrijheid, om te studeren of juist niet, en kunnen voor zichzelf opkomen. De islam heeft ze alle rechten gegeven. Wat is dan nog bevrijding? Dat je je kleren helemaal uitdoet? In de discussie worden cultuur en geloof continu bovendien door elkaar gehaald.»

Zou Abdul Haq het goed vinden als Noor met een gezichtsbedekking over straat gaat? «Voor mij hoeft het niet, maar het kan zijn dat ik geen goede kijk heb op wat is voor geschreven. Je moet in elk geval nooit zeggen dat iets uit de tijd van de profeet nu niet meer geldig is.»

Bij het afscheid geeft Abdul Haq, «als u het niet erg vindt», geen hand. Buiten de flat breekt een felle ruzie uit tussen een Marokkaanse jongen en een blond meisje, die elkaar uitschelden en allerlei ziektes toewensen. Noor en Abdul Haq slaan hun ogen neer en zeggen vol afschuw: «Dat gebeurt hier anders helemaal nooit. We hopen dat autochtonen en alloch tonen een beroep doen op hun beste moraal om in vrede met elkaar te blijven leven.»