TONEEL

Klein beetje asem

Karakter & Adem

De oudste truc in het (vertel)theater is de derde persoon enkelvoud. En zó oud is de truc niet eens. Brecht heeft ooit bedacht dat toneelspelers een zichzelf overstijgende kalmte in hun spel zouden (her)winnen door tijdens het repeteren de regieaanwijzingen mee te spelen: ‘terwijl hij quasi-nonchalant naar de andere kant van de ruimte wandelde, mompelde hij’ - en dan de speeltekst. Zo vond hij ook een soort verteller uit die het publiek ging verklappen wat de protagonist 'dacht maar niet zei’.
Hier, in de bewerking die Ger Thijs maakte van Bordewijks Karakter, wandelen in de eerste seconden alle figuren uit de vertelling (behalve hét joch van de avond, dat nog niet is geboren) het kale podium op, en wham, we zijn vertrokken, de kleuren van indirecte en directe rede flitsen als een op het scherp van de snede gedanste tango over de speelvloer. De beroemde zin van Katadreuffe’s biologische vader Dreverhaven - 'ik wurg hem voor negen tienden, en dat ene tiende dat ik hem laat, dat kleine beetje asem zal hem grootmaken’ - klinkt hier niet als een oudtestamentische vervloeking maar als een regelrechte missie, een tragische missie ook, die het joch even liefdeloos in de grotemensenwereld zal doen landen als ze zijn vader doet kromgroeien van verbeten weggeslikte levenspijn.
Hier staat de iedere ochtend fris gepoetste trots van Waldemar Torenstra’s Katadreuffe tegenover het monument van bitterheid en rancune dat Joost Prinsen maakt van Dreverhaven. Deel zijn ze van een hecht ensemble dat ons twee uur suspense biedt, gekruid met wrange humor. Mooie, zuivere voorstelling!
Een toneelavond van geheel andere snit, Adem, is een voorstelling van Olivier Provily, die tekent voor tekst en regie. We kijken naar een speelvloer die is opgedeeld in drie frames, met achterin een rijtje wachtkamerzitjes, in het midden een tafel met twee stoelen, voorin links een ongemakkelijk ogend zitmeubel. Van elkaar gescheiden door simpele lichtwisselingen (aan/uit) zijn twee jongens en twee meisjes aan het woord. Zij bespreken onderwerpen uit het recente of wat verder liggende verleden, met als grootste gemene deler dat de anekdotiek van het onderwerp 'iets ergs’ is, een spuitend booreiland, verkrachtingen of martelingen, bootvluchtelingen op een strand of mensen die massaal worden weggevoerd. De pointe van de gesprekken is dat ze nooit zomaar gevoerd worden, omdat er altijd iemand is die doorvraagt, tot op het hinderlijke af en nogal uitgebreid ook. De zeurpijn van die koppigheid (of de onverwachte wendingen in de vragen en antwoorden) werkt overigens onweerstaanbaar op de lachspieren, evenals de bemorste gêne in veel stiltes.
Omdat het beheerste tempo van de gesprekken veel ruimte voor (bij)gedachten laat, raak je als kijker op het spoor van een soort betraptheid: hoe spreek ik zelf over die onderwerpen en met wie juist wel en vooral met wie nooit? Net als je denkt: dit kan zo even doorgaan en ons nog voor aangename verrassingen plaatsen, komt er een nieuwe figuur op, een jonge vrouw die spreekt met een accent. Haar teksten ademen een zodanig dringende onaanraakbaarheid dat ik meteen geneigd was te denken: die is aangekomen, die doorziet alles, die weet alles, of die is dood. Net toen ik daar weer enigszins aan was gewend, ging het licht uit en was het afgelopen.
Olivier Provily is een toneelmaker die zonder aarzeling maakt wat hij wil maken, niet gehinderd door trends of hypes. In het tijdvak van de alom beschikbare buitenwereld víndt iedereen opeens van alles. Dus maakt Provily een voorstelling over mensen die het niet meer weten en bijna nurksig gaan dóórvragen. Verademend vind ik dat. Toneelpareltje!

Karakter speelt nog t/m 6 februari. Inlichtingen:www.hummelinckstuurman.nl.
Adem speelt tot 5 december. Inlichtingen: www.olivierprovily.nl