Klein en slim

Als het aan Justitie ligt, wordt de Arbeidsinspectie opgeheven. Immers: meer markt, minder overheid, minder controle. En het ziekteverzuim daalt toch mooi? Ja, omdat men tegenwoordig doorwerkt bij ziekte.
OP DE INSPECTIEDIENST szw - zo heet de Arbeidsinspectie tegenwoordig - draait de cassetterecorder van de voorlichter mee. Een nader gesprek met een van de drie arbeidsinspecteurs? Nee. Mijn vragen moeten per fax naar het ministerie en zullen schriftelijk worden beantwoord. ‘Hoe spectaculair wordt uw verhaal?’ belde eerder een voorlichtster van Sociale Zaken ongerust.

Op het ministerie stelt Paul Huijzendveld, algemeen directeur van de Inspectiedienst SZW, vastberaden: ‘Wij kunnen veel en wij bereiken veel.’
'Wij staan machteloos’, zegt echter een arbeidsinspecteur die anoniem wenst te blijven. 'We zien de arbeidsomstandigheden, vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt, verslechteren.’ De Inspectiedienst, zegt hij, is in de ban van het getal. Inspecteurs spoeden zich van de ene fabriek naar de andere: 'Kwaliteit kunnen wij zo niet meer leveren.’
Wat kunnen driehonderd arbeidsinspecteurs op zeshonderdduizend arbeidsorganisaties uitrichten? Een winkel bijvoorbeeld heeft een theoretische inspectiekans van een keer per twintig jaar. En als inspecteurs uiteindelijk - na een lange procedure - processen-verbaal uitschrijven, dan werkt Justitie weer tegen: het merendeel wordt geseponeerd of afgedaan met een lichte administratieve boete.
De inspecteur verdenkt Den Haag ervan te veel ijver niet op prijs te stellen. 'Ze laten zich leiden door het gelobby van werkgevers.’ Neem het onderwijsproject. Bij de inspectie van LBO-scholen, zo'n twee jaar terug, kwamen dingen aan het licht als klaslokalen met ongezonde gassen en stoffen. Een inspecteur kreeg van zijn meerdere te horen dat hij moest 'dimmen’ - er was overleg geweest tussen Onderwijs en Sociale Zaken met als uitkomst: geen proces-verbalen, want die kosten de scholen geld.
Het ging mis, zegt de inspecteur, vanaf 1989, toen de Algemene Rekenkamer een vernietigend rapport over de Arbeidsinspectie had uitgebracht: de organisatie was alles behalve effectief. 'Het was inderdaad te veel vrijheid, blijheid’, zegt hij, 'En dat was fout. Maar sindsdien is de sfeer nerveus. Wij worden afgekat door onze meerderen, zelfs over het gebruik van dienstauto’s. Ze zien ons als uitzuigers, suggereren dat we de boel naaien. We doen het nooit goed.’ Wie zijn nek uitsteekt, krijgt commentaar, zegt hij: 'De meesten gedragen zich dan ook maar zo onopvallend mogelijk.’ De jaarlijkse gratificaties vormen elke keer een bron van verbazing: 'Ik begrijp het niet, hoor je dan, ik heb de kantjes ervan af gelopen en toch een gratificatie? Zij die zich hebben ingezet, krijgen niets.’
Ton Wilthagen, senior-onderzoeker bij het Hugo Sinzheimerinstituut van de Universiteit van Amsterdam, promoveerde twee jaar geleden op onderzoek naar de Inspectiedienst. De organisatie bereikt wel wat, zegt hij, als het gaat om concrete mankementen: een onveilig elektriciteitssnoertje, verkeerde opslag van chemicalien. Maar de dienst staat machteloos tegenover structurele mankementen, zoals hoge werkdruk. Of wanneer in een klein bedrijfje verouderde machines zouden moeten worden vervangen. 'Dat kun je wel formeel afdwingen, maar dat betekent: einde bedrijfje.’
Een inspecteur schippert tussen de financiele belangen van de werkgever en tussen de gezondheid van werknemers, die, zo zegt Wilthagen, de Inspectiedienst SZW maar zelden inschakelen: 'Uit angst voor ontslag.’ Wordt een inspecteur toch gebeld, dan moet de nood wel hoog zijn, zoals in de snacksfabriek Albert van Zoonen in Schagen waar loempia’s en kroketten worden ingepakt. Het lawaai was niet te harden. 'Er kwam een inspecteur langs met meetapparatuur. Na afloop zei hij: “Het zit op de grens, maar het kan nog net.” ’, zegt Joyce Krauss, die aan een oor doof is geworden.
De Inspectiedienst SZW is niet doof voor kritiek. Om meer te kunnen doen dan brandjes blussen, is het concept 'systeemhandhaving’ bedacht: de inspecteur bijt zich niet meer vast in een kapotte kabel die moet worden gerepareerd, maar stelt de vraag: waarom wordt dit snoertje niet door de leiding opgemerkt? Arbeidsinspecteurs moeten nu het beleid toetsen; voor ze op inspectie gaan, nemen ze Arbo-jaarverslagen door. Inspecteurs zijn daarmee plots tot organisatiedeskundigen gebombardeerd. De 'sociale-academielichting’ kan daarmee uit de voeten, maar de oude garde, van oudsher technisch ingesteld? 'Dit gaat mij misschien m'n baantje kosten’, zegt een van hen.
STAATSSECRETARIS Linschoten (Sociale Zaken) omschreef het nieuwe scenario onlangs zo: 'Niet langer wordt gekozen voor gedetailleerde regelgeving waarvan de naleving vervolgens intensief moet worden gecontroleerd door de Inspectiedienst SZW.’ Gedetailleerde regels worden vervangen door globale wetgeving. De overheid beperkt zich tot financiele prikkels opdat werkgevers en werknemers zich samen verantwoordelijk voelen voor de werkomstandigheden. Daarin bijgestaan door al dan niet commerciele Arbo-diensten die de bedrijfsverenigingen van weleer ten dele vervangen. Arbo-diensten bestrijken nu al 65 procent van de werknemers. Zij begeleiden ziekteverzuim en adviseren over Arbo-beleid.
Sinds kort heeft ook Justitie de Arbo-wet ontdekt. De commissie-Kortmann, die wetten toetst, wil de Arbo-wet vervangen door een op privaatrechtelijke leest geschoeid stelsel van risicoaansprakelijkheid. Daarin nemen aansprakelijkheidsverzekeraars en de civiele rechter de taak van de overheid over. Binnenkort moet het kabinet haar standpunt daarover bepalen. De voorstellen impliceren dat de Inspectiedienst SZW overbodig wordt. Paul Huijzendveld, algemeen directeur van de Inspectiedienst SZW, erkent dit. Maar zo'n vaart zal het volgens hem niet lopen: 'Het is sowieso in strijd met ILO-verdragen. We kunnen wel het civiel recht in meer gevallen aanvullend laten zijn. Maar dat tegen elkaar uitruilen? Nee.’ Wel verwacht hij inkrimping van zijn dienst: 'We moeten klein en slim worden.’ En dat kan dank zij het bestaan van de Arbo-diensten: 'Wij waren met driehonderd inspecteurs. Nu lopen er duizend Arbo-deskundigen in ons land rond.’
De Inspectiedienst kan zich terugtrekken uit die sectoren waar de werkomstandigheden in orde zijn, zoals het bank- en verzekeringswezen: 'Laag ziekteverzuim, weinig ongevallen. Die sector doet het heel goed. Maar we zullen er wel zicht op blijven houden.’ De krachten zullen worden gebundeld voor 'risicosectoren’, zoals de horeca, de land- en tuinbouw of de bouw.
De terugtocht van de Inspectiedienst kwam onlangs in het nieuws door het ongeval waarbij drie NS-baanwerkers het leven lieten. De Vervoersbond FNV verweet de Inspectiedienst dat deze eerder had moeten ingrijpen. Huijzendveld schudt zijn hoofd: 'De NS is juist een voorbeeld van een organisatie die wij nog niet hebben losgelaten. We waren net een project baanwerkers gestart. Heel pijnlijk dat er zoiets afschuwelijks moet gebeuren om dat proces te versnellen.’
DE INSPECTIEDIENST wil ook inspelen op ontwikkelingen als flexibilisering. Uit onderzoek blijkt dat uitzendkrachten vaker slachtoffer worden van bedrijfsongevallen dan hun vaste collega’s. 'Als de arbeidsmarkt flexibiliseert, dan moeten wij dat ook’, zegt Huijzendveld. 'In naaiateliers werd bijvoorbeeld bij voorkeur in het weekend gewerkt, want dan kwamen wij niet. Dus komen we nu wel in het weekend.’
Hoe kunnen de arbeidsinspecteurs de wet handhaven als de 1200 bepalingen in de Arbo-wet - onder andere over lawaai en hitte - worden teruggebracht tot algemene normen? Huijzendveld, krachtig: 'Wij kunnen niet handhaven als er geen normen zijn. Dereguleren is een goede zaak, als wij maar kunnen blijven handhaven. Dat is een keiharde eis. Anders verliezen wij onze kracht en macht.’
Maar is de moderne arbeidsorganisatie nog wel te controleren? Onderzoeker Ton Wilthagen: 'De arbeidsorganisaties worden steeds diffuser, zo diffuus, dat werknemers elkaar niet meer zien, zoals bij telewerk. Er vindt steeds meer uitbesteding plaats, de administratie kan wel in Singapore zitten. Toch wordt verwacht dat werkgevers verantwoordelijk zijn voor die werkomstandigheden in Singapore. Bedrijven worden netwerken van mensen elders en van mensen die er alleen af en toe inzitten. De Arbeidsinspectie heeft niet meer de ogen om direct in een bedrijf te kijken, want een bedrijf heeft bijna geen fysieke locatie meer.’
Niettemin heerst een opgetogen sfeer over de heilzame werking van de vrije markt. Op grond van een onderzoek van het Nederlands Instituut voor Arbeidsomstandigheden (NIA) kopten de kranten onlangs dat het ziekteverzuim daalt en dat dus de werkomstandigheden verbeteren.
Hoe is het NIA toch tot deze conclusie gekomen? NIA-onderzoeker Marcel Knotter en zijn directeur Alegro staan ijlings bij mij op de stoep. De conclusie, vertellen ze me, is onder andere gebaseerd op het feit dat steeds meer bedrijven aan risico-inventarisatie doen (het opstellen van een lijstje met mogelijke gevaren voor de veiligheid van werknemers). Ja, logisch - dat is immers wettelijk verplicht. Nu goed, zegt de NIA-delegatie. Bij nader inzien blijkt de conclusie een vermoeden.
WORDT NEDERLAND veiliger? Dat zou dan tot uiting moeten komen in het aantal bedrijfsongevallen. 'Helaas, daar hebben we geen zicht meer op’, zegt een CBS-medewerker. 'Via de bedrijfsverenigingen kregen we daarover veel gegevens door. Maar de Arbo-diensten doen dat niet.’
Arbo-diensten zijn vooral druk met klanten binnenhalen. Een medewerker van Arbo-dienst ArboNed, die zijn naam niet in de krant wil zien: 'Mijn directie heeft een groot commercieel belang: grote bedrijven binnenhalen. Eerlijk gezegd worden wij gemanipuleerd. We moeten rekening houden met de klant. Dan gaan we omzichtiger adviseren.’ Een Inspectiedienst is juist met de Arbo-diensten meer nodig dan ooit, zegt hij: 'Wij kunnen alleen adviseren; zij kunnen afdwingen.’
Inderdaad, een Arbo-dienst is gevoelig voor de wensen van de klant, zegt Rik Fortuin, directeur van Stichting Kwaliteitsbevordering Bedrijfsgezondheidszorg (research en development voor de Arbo-diensten). 'De klant wil vooral dat een zieke werknemer weer snel aan het werk gaat. Er zijn Arbo-diensten met goede professionals, maar hun directies zijn puur bezig met overleven. Daardoor wordt de vakinhoud gereduceerd.’ Arbeidshygienisten, arbeids- en organisatiepsychologen en veiligheidsdeskundigen hebben moeite om aan het werk te blijven. Zij worden, zegt Fortuin, desnoods op nul-urencontracten aangenomen. Hij kent Arbo-diensten waar artsen pure produktiemedewerkers zijn: ’ ’s Morgens treffen ze op hun bureau een computeruitdraai aan van hun activiteiten en spreekuren die dag. Tien minuten per werknemer.’
Wil je arbeidsomstandigheden echt verbeteren, vervolgt Fortuin, dan gaat het om andere zaken: 'De matige kwaliteit van het management is een van de grootste problemen in Nederland. Hoe verrijk je taken, hoe delegeer je verantwoordelijkheden? Hoe betrek je werknemers bij het bedrijf?’ De vereiste organisatiekennis hebben noch bedrijven, noch Arbo-diensten in huis. 'Ook de kennis van politici over arbeidsomstandigheden is bedroevend.’ Fortuin, maar ook Wilthagen, wijzen op de zwakte van Sociale Zaken. Onder voorganger Bert de Vries waren Sociale Zaken en Economische Zaken twee handen op een buik. Maar als het om Arbo-beleid gaat, zet Economische Zaken de toon. En Justitie begint zich nu ook op het beleidsterrein te begeven. Wilthagen: 'Sociale Zaken laat zich te veel in het defensief drukken. De overheid moet haar verantwoordelijkheid in arbeidsomstandigheden tot uitdrukking laten komen in een controle-apparaat. Er kan een inspecteur langskomen; alleen al dat idee heeft effect.’
En dan staat ook nog de privatisering van de Ziektewet voor de deur. Rik Fortuin: 'Verzekeringsmaatschappijen zullen de Arbo-diensten gaan opkopen. En verzekeringsmaatschappijen, iedereen weet het, zijn puur uit op winst. Strenge aanstellingskeuringen zullen het gevolg zijn. Alleen de gezondsten zullen er nog doorheen komen. Je krijgt een Amerikaans systeem - gezondheid op de vrije markt - met een bovenlaag en een onderlaag.’
Binnen de Inspectiedienst groeit intussen de onrust. 'Wij zitten in een diepe crisis’, zegt een arbeidsinspecteur. 'Ze zeggen dat we een nieuwe koers moeten gaan varen. Maar welke?’
Inderdaad, welke koers is opgewassen tegen de vrije markt? Ton Wilthagen: 'Als er al aandacht voor Arbo is, komt deze niet voort uit het belang van kwaliteit van de arbeid. Eerder vanuit het besef dat er aan de Arbo te verdienen valt.’ Rik Fortuin: 'Je mag het niet meer hardop zeggen, maar toch: de aloude tegenstelling arbeid-kapitaal wordt verscherpt.’
DE TOEKOMST TEKENT zich af in de Amsterdamse haven. Het gaat er goed: het ziekteverzuim is gedaald. Frank Grobben, toezichthouder bij het Overslag Bedrijf Amsterdam, vertelt waarom: 'Als we ziek zijn, werken we door, want we zijn bang voor onze baan. De directie zegt openlijk dat wij duur zijn. “Zouden jullie het niet veel leuker vinden om op de Canarische eilanden te zitten? Als jullie niet terugkomen, gaan we jullie niet vervangen.” Meer, meer, meer produktie. De druk wordt steeds groter om het vol te houden, rugklachten of niet.’
En waar is de Inspectiedienst gebleven? Drie jaar geleden werd inspecteur Peter de Leeuw nog dagelijks in de haven gesignaleerd, nu zelden. Dat heet effectief beleid: de inspecteur wacht vooral telefoontjes van wakkere werknemers af. Werknemers en werkgevers zijn immers samen verantwoordelijk voor de werkomstandigheden.
Maar de haven is inmiddels het domein van inleenkrachten die niet onder de haven-CAO vallen, geen stem hebben in de onderneming en niet op de hoogte zijn van veiligheidsvoorschriften. Containers vol bestrijdingsmiddelen doen de haven aan. Wie gaan deze lossen? Hans Hekking, mentor van de arbeidspool van de Stichting Samenwerkende Hanvenbedrijven: 'Wij, vaste krachten, weigeren dat. Vervolgens huurt het bedrijf even wat Filippino’s in en iedereen kijkt de andere kant uit.’ Alleen voor de schaarse vaste krachten is het nog goed geregeld, zegt hij. Zij hebben commissies voor veiligheid en welzijn en zijn redelijk op de hoogte van risico’s.
De Inspectiedienst? Die heeft het verbruid, de inspecteur staat altijd aan de kant van de baas, zeggen havenwerkers. Frans Grobben: 'Goede arbeidsomstandigheden hebben we zelf afgedwongen. We houden de inspecteur erbuiten, want die keert zich toch tegen ons.’
De inspectie wordt ook niet meer ingeschakeld bij sociale problemen. Hans Hekking: 'Het produktietempo wordt soms zo opgevoerd dat werknemers echt niet meer kunnen. Roepen we er dan een inspecteur bij, dan zegt die: “Dit heeft niets te maken met veiligheid.” ’
Inspecteur Peter de Leeuw zit intussen te wachten bij de telefoon. 'Het gekke is dat ik aan wel honderd mensen mijn kaartje heb gegeven’, zegt De Leeuw. 'Maar niemand belt.’