Klein land

Binnen de PvdA-fractie wil men per se alle neuzen dezelfde kant op houden. Bij de VVD is dat niet veel anders. Beide partijen worstelen met de kwestie of de stabiliteit van het kabinet zwaarder weegt dan het eigen ideaal.

Bij de presentatie van de pvda-kandidaten voor de Kamerverkiezingen van vorig jaar viel Desirée Bonis om drie redenen op: ze was op plaats negen de hoogste en een voor mij onbekende nieuwkomer, ze droeg een knalrood mantelpakje, en ze leek zich ongemakkelijk te voelen. Die laatste indruk bleef ze ook wekken in de wandelgangen van het Kamergebouw nadat ze eind september vorig jaar was beëdigd.

Inmiddels is Bonis al weer Kamerlid af. Ze vertrok in juni, de dag nadat haar motie over de afscheidingsmuur en de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever door haar partijgenoot, minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans, haar was ontraden.

Afgelopen zaterdag schreef Bonis in NRC Handelsblad dat het de druppel was die voor haar de emmer deed overlopen. ‘Daaruit bleek opnieuw dat de pro-Israëlische lijn van het kabinet-Rutte I onder Rutte II gewoon wordt voortgezet’, aldus Bonis, die in de jaren voor haar korte Kamerlidmaatschap onder meer ambassadeur in Syrië was.

In haar brief in de krant roept ze de Kamerleden van de coalitiefracties op meer afstand te nemen van het kabinetsbeleid. Ze vertelt er niet bij dat haar eigen fractie voor haar motie stemde en daarmee dus afstand nam van het kabinetsbeleid. En ze vermeldt ook niet dat ze geen Kamermeerderheid kreeg voor die motie. Maar daarover later meer.

Dat de druk binnen de pvda-fractie om alle neuzen dezelfde kant op te houden enorm groot is, zoals Bonis schrijft, is een publiek geheim. Het dilemma voor zowel de pvda- als de vvd-fractie is de vraag of het regeerakkoord en daarmee de stabiliteit van het kabinet het zwaarst weegt of dat vooral het eigen ideaal moet tellen, te verdedigen in een open democratisch debat in het parlement. Het is een discussie die in Den Haag al veel langer wordt gevoerd dan sinds het aantreden van het huidige kabinet.

Wel is die discussie nu meer dan ooit op zijn plaats, want pvda-leider Diederik Samsom wil veel, maar vooral één ding: niet alweer een kabinet dat de rit niet uitzit. Hij denkt dat fractiediscipline daarvoor de beste garantie biedt. Zijn vvd-collega Mark Rutte overigens ook. Bonis kon daar niet mee leven.

Haar opstappen zegt daarnaast ongetwijfeld ook iets over de verwachtingen waarmee ze de Kamer in was gegaan en haar teleurstelling over wat je als Kamerlid voor elkaar kunt krijgen. Over dat laatste moet een Kamerlid geen te hoge verwachtingen hebben, zeker niet op het terrein van Buitenlandse Zaken, en dat bedoel ik niet als aanklacht tegen de politiek.

Bonis verwijt haar partij ook dat tijdens de coalitieonderhandelingen het buitenlands beleid ‘klaarblijkelijk aan de vvd is gegund’. Dat is een conclusie die enige nuancering verdient. Juist de gang van zaken rondom haar laatste motie, ingediend tijdens het debat over het burgerinitiatief ‘Sloop de Muur, sancties tegen Israël’, illustreert dat goed.

Hoewel haar partijgenoot minister Timmermans die motie dus had ontraden stemde haar eigen fractie er voor. Bonis wist er na discussie in de Kamer echter geen meerderheid voor te krijgen. Als het om Israël gaat, heeft de vvd al gauw de pvv, het cda en de kleinere christelijke partijen aan haar kant. Dan kun je zeggen dat coalitiepartner vvd het buitenlands beleid is gegund, maar klaarblijkelijk is er in de Tweede Kamer geen meerderheid voor het standpunt van de pvda.

pvda’er Timmermans krijgt sinds hij minister is het verwijt dat hij als Kamerlid veel fermere standpunten innam. Draai dat verwijt eens om. Waarom deed de in het buitenlands beleid gepokt en gemazelde Timmermans als Kamerlid ferme uitspraken wetende dat hij die als bewindspersoon zou moeten afzwakken? Of vinden we dat Kamerleden altijd bij voorbaat al rekening moeten houden met toekomstige compromissen binnen een coalitie? En ook – in dit geval – met een mogelijk ministerschap, waarin dan ook nog eens rekening moet worden gehouden met de verhoudingen binnen de Europese Unie en met allerlei andere internationale verbanden en krachtsverhoudingen?

Dat laatste is, in ieder geval volgens Timmermans zelf, de reden dat hij de motie van Bonis ontraadde. Hij wilde eventuele gesprekken tussen Israël en de Palestijnen niet al vooraf aan voorwaarden verbinden, zoals de motie volgens hem vroeg. Dat Bonis’ motie vooral Israël aan voorwaarden bond, daar had de minister naar eigen zeggen op zich niet zo veel moeite mee. Maar Timmermans wilde de Amerikanen niet bij voorbaat in de wielen rijden bij hun poging nieuwe vredesbesprekingen te beginnen. Dan zou hij op zijn donder krijgen van de internationale gemeenschap, voorspelde hij.

Was dat allemaal om de coalitiepartner niet voor het hoofd te stoten of was het met het oog op de internationale verhoudingen realiteitszin van minister Timmermans? Dat laatste moet een rol hebben gespeeld. Nederland is kleiner geworden, relatief gezien dan. De internationale verhoudingen zijn veranderd als gevolg van de opkomst van landen als China. Ook heeft het ingrijpen van het Westen in Irak en Afghanistan laten zien hoe ongewis en vaak ook ongewild de uitkomsten daarvan zijn. En de toestanden in Egypte en met name Syrië stellen het Westen voor een duivels dilemma.

Nederland zag zichzelf graag als gidsland. ‘Nederland waarschuwt nog één keer!’ werd dan voor de grap gezegd, om te laten zien hoe relatief dat ook toen al was. Nu zou dat niet eens meer grappig zijn. Onlangs zei Timmermans naar aanleiding van de vele doden in Egypte op de vraag of hij veel van sancties verwacht: ‘We moeten bescheiden zijn in ons verwachtingspatroon.’ Het leek wel of hij het over het hele buitenlandse beleid van Nederland had. Over de rol van Nederland in de nieuwe wereld zou het voormalig Kamerlid Bonis ook eens een artikel moeten schrijven.