Klein misverstand met grote gevolgen

‘Waarover wil je dat ik schrijf?’ Beroemde vraag van dichter Martinus Nijhoff aan zijn geliefde in het gedicht Impasse wanneer zij net bezig is in de keuken water op de koffie te gieten. Huiselijk tafereel met grote consequenties. ‘Ik weet het niet’, antwoordt ze.

In een andere, later geschreven versie, zegt ze: ‘Een nieuw bruiloftslied.’ De vraag die schrijvers zich keer op keer stellen. Moeten stellen. Impasse? Bruiloftslied? Droomlied? Weerzin? Afgrijzen?

Fikry El Azzouzi stelt zich al een aantal jaren in zijn werk met volle kracht deze allesbeslissende schrijversvraag en hij kiest, ook in zijn nieuwe roman, niet voor een gemakkelijk antwoord. Twijfel en vertwijfeling over de samenleving en vooral over de plaats van moslims daarin, verschuilt zich in alle hoeken en gaten. Vraag twee: wát moet je schrijven? Een ‘aanklacht’, een ‘rechtvaardiging’, een ‘pleidooi’? Gaap gaap, daar staat de krant al vol mee. El Azzouzi koos in beginsel in deze roman voor een veel vrolijker aanpak. Meisje uit de middenstand, de ik uit het verhaal, wordt verliefd op een afwasser. Een moslim met een verleden. Julia en Romeo (nee, niet Romeo en Julia). En zij heet Eva, ook dat nog. Banaler kan natuurlijk niet en het aardige is dat de schrijver alle registers van de klassieke liefdesroman wijd open zet. De eerste ontmoeting, de vertwijfeling, de misverstanden, de kennismaking met de ouders.

Medium fikry 20el 20azzouzi 20portretfoto 202016  c  20jimmy 20kets

En dan, toch ook, daarover zit ik te peinzen, de tragische afloop. Kan het nog, zo’n boek, met zo’n liefdesgeschiedenis? Ik vind van wel, als het dan maar sentimenteel is en met schrijfwerk erin waar je u tegen zegt. ‘Er was eens, niet zo lang geleden, een afwasser die kwam solliciteren.’ En dan volgt een slapstick-scène die de roman samenvat. ‘Op zijn eerste dag zie ik hoe hij voorovergebogen aan de gootsteen een gietijzeren pan afwast. Ik tik op zijn rug. Hij schrikt, de pan valt met een plons in het water. Met zijn bovenarm wrijft hij de schuimige druppels van zijn gezicht. Hij draait zich om en kijkt me venijnig aan. Daarna kijkt hij vreemd op.’ Prima schrijfwerk dus.

Bijzonder sterk zijn de dialogen tussen de twee geliefden, vol grappen, rare moppen over en voor moslims, steken onder water, maar vooral vol statements over de mogelijkheden en onmogelijkheden van deze in de grond vertwijfelde liefde. Vooral in het begin probeert El Azzouzi de verschillen tussen de twee geliefden gewoon weg te praten. Niks geen zware discussies over de juiste moslim en het Juiste Geloof, gewoon met elkaar ouwehoeren, grappen maken en alles zo licht mogelijk zien te houden. Ondertussen slaagt hij erin de dubbele positie van moslimjongeren scherp maar meestal onnadrukkelijk voor het voetlicht te krijgen. Al vlecht hij af en toe de harde kern tussen de vele grappenmakerijen door: ‘Het boze oog van de gemeenschap volgt je overal en wil zeker niet dat je uit de tunnel ontsnapt. Je zou voor minder uit elkaar splijten.’

Ik pleit voor tegenspraak, de overdrijving, de valse grap en het gelukkige dromen

Dit zegt dus de afwasser, Ayoub, die niet voor niks zo heet. Ayoub is afgeleid van Job en betekent ‘de vervolgde’. Eva en Ayoub: de eerste vrouw en de vervolgde. Ik denk dat dit de symboliek is die deze roman laat uitstijgen boven een liefdesromannetje.

Langzamerhand laat de schrijver somberheid neerdalen. Zijn roman blijkt zich af te spelen in een niet al te verre toekomst, in het begin is dat nog niet duidelijk. Hij verwerkt steeds vaker berichten over toenemend geweld van rechts tegen moslims. Aanslagen met honderden doden, reusachtige demonstraties tegen moslims in alle hoofdsteden. Het jargon van de verschrikkelijke Noorse gek Breivik over ‘blanke superioriteit’ komt de roman binnen. Tegen die achtergrond proberen de geliefden hun wereld in stand te houden. El Azzouzi besloot zijn roman steeds meer de toon en inhoud mee te geven van een pamflet tegen de moslimhaat. Ik begrijp dat je voor dit soort keuzes komt te staan als je twee werelden bij elkaar probeert te brengen. Of als je boos bent. Of als je begrip wilt brengen. Maar toch, maar toch. Dit ligt te veel voor de hand, dit is een te gemakkelijke weg waarmee je in eigen kring en in die van weldenkende _Groene-_lezers, de handen snel op elkaar krijgt.

Ik pleit voor andere literatuurroutes. Die van de tegenspraak, de overdrijving, de valse grap en het gelukkige dromen, precies de route zoals El Azzouzi in het eerste driekwart van zijn roman aflegt. Waarom verderop ineens die somberheid, dit inpeperen van het verdriet van de maatschappelijke verhoudingen? Dat horen we al de hele dag. Moet dat ook nog in een roman? Moest het echt uiteindelijk een waarschuwend pamflet worden? Van wie moest dat? Ga je werkelijk al je schrijftalent, dat El Azzouzi in ruime mate heeft, inzetten om ‘ons’, mij, te waarschuwen? Ik ben al gewaarschuwd. Waarom tegen het einde een grappig bedoeld maar smakeloos toneelstuk over onthoofden? En die uitvoerige beschrijving van een aanslag van rechtse extremisten op een vliegveld. Waarbij Ayoub om het leven komt.

De tragiek begon tegen het einde uit de roman te verdwijnen, terwijl die in de rest van het boek zo ruim aanwezig was. Tragiek en begrip schuilen niet in verschrikkingen, wel in het kleine misverstand, het onuitgesproken verlangen, het wonderlijk vreemde dat als een windvlaag ineens je hart binnendringt. Daar gaat het om in literatuur.


Beeld: Wil Fikry El Azzouzi ons waarschuwen? (Jimmy Kets/Uitgeverij Vrijdag)