Televisie

Klein (oorlogs)leed

‘Ik zie het in deze eeuw nu zonder tranen aan: de Tweede Wereldoorlog dendert het gebied van de fictie binnen.’ Zei Jessica Durlacher in haar 4 mei-lezing 2001 waarin ze, aan de hand van een briefje en een pistool uit het bureau van vader Gerhard, beschouwt over de manier waarop over het gruwelijke moet of mag worden geschreven. Haar vader was tegen fictionalisering, zelf achtte ze die inmiddels onvermijdelijk. Weinig schrijvers (of filmers) die zich trouwens iets van Durlachers verbod of weerzin hadden aangetrokken.

Mijn onhoudbaar standpunt ooit: mag niet tenzij het een meesterwerk betreft. Maar over smaken valt te twisten en al heeft de film Sophie’s Choice van gerespecteerde recensenten vier sterren gekregen, die was me een gruwel vanwege wat iemand ‘feel-good entertainment about the ultimate feel-bad experience’ noemde. Trouwens, waarom een duivelse keuze fantaseren waar de werkelijkheid die in ontelbare variaties hardvochtig had gedicteerd?

Enfin, als huilen om de nazi’s al problematisch is, dan lachen zeker. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de dramareeks One Night Stand. Vorig jaar zat daarin Urfeld, waarin bejaarde ex-verzetsjongens naar een Duits dorp reizen voor liquidatie van een hoogbejaarde, destijds verantwoordelijk voor executie van de vader van een van hen. Onprettige mix van lollige roadmovie (inclusief alzheimer en incontinentie) en dodelijke ernst, vond ik. In de komende jaargang One Night Stand gaan we een stapje verder. Die opent met Verzet, ‘zwarte komedie over klein oorlogsleed’. Het spel is meteen op de wagen als de porselein verzamelende hoofdpersoon zijn kostbare bezit akelig ziet schudden door gebons in het trappenhuis. Met hem zien we door een kier een bejaarde bovenbuurman met keppeltje in pyjama, die in rolstoel door Duitse soldaten de smalle trap af wordt gedragen. Porseleinman krijgt excuses voor de overlast: het is bijna gepiept en geen zorgen: ‘Es ist eine Einzelfahrt.’ Haha, zeg dat wel. Onze held steekt zijn duim op: ‘Ist gut. Tschüss.’ René van ’t Hof doet dat natuurlijk geweldig. Net als Porgy Franssen overtuigend een karikaturaal soort kunstkopende en -rovende Goering speelt. Er zijn aardige plotwendingen. Er is nog meer weerbarstigheid: de lastige onderduikster; de onaangename verzetsman; en de wegkijkende burger. Maar rechtvaardigt ‘wellmade’ comedy gebruik, wat mij betreft misbruik, van de holocaust? Alles mag, maar het hoeft toch niet?

Vier dagen daarna weer ‘oorlog in december’. Een documentaire over Eddy de Jongh, gemaakt door David de Jongh, zoon uit een van diens vele huwelijken. ‘Papa Eddy’, na twaalf ambachten ‘Foto-Eddy’ geworden en dat voor prestigieuze instanties: Vrij Nederland (foto’s bij Bibebs interviews) en NOS-Journaal. Charmeur, levensgenieter, onmogelijke partner en vader op wie je niet boos kon worden of blijven, grootgebruiker van drank en tranquillizers, grootuitgever van geld dat er vaak niet was. Over zijn kwaliteiten als fotograaf lopen, geestig gemonteerd, de meningen sterk uiteen. In elk geval had hij het talent het juiste moment te missen – zo vaak dat de vraag gesteld wordt: onhandigheid of zelfvernietiging? Een man wiens ziel met de jaren duidelijker beschadigd bleek. Zelf de oorlog overleefd als in een jongensboek, maar ouders in Auschwitz vermoord. Confronterend document dat zowel ‘Vatersuche’ is als bewijs voor de stelling dat juist wie door ouder(s) verwaarloosd is nooit van hen los komt.


Rob Lücker, Luuk van Bemmelen, Verzet, One Night Stand NTR, Vara, VPRO, 6 december, Nederland 2, 23.15 uur; David de Jongh, Foto-Eddy: De negatieven van mijn vader, Het uur van de wolf, NTR, 10 december, Nederland 2, 23.00 uur