De strook - twintig meter breed, anderhalve kilometer lang - ligt volledig ingeklemd in het landschap. Aan de achterkant de spoordijk, waar elk uur acht intercity’s en vier stoptreinen overheen denderen; goederen- en internationale treinen vullen de gaatjes in de dienstregeling. Aan de voorkant een brede asfaltbaan, de Isotopenweg, de grens van industriegebied Lage Weide. Vrachtwagens rijden af en aan, beladen met beton, steen en bouwpuin. Met donderend geraas leveren ze hun vracht af bij recycling- en afvalscheidingsbedrijven aan de Isoptopenweg. Hier heerst nooit een ogenblik stilte.
Het deerde de ongeveer tachtig Turkse families op het tuinencomplex in het geheel niet. Het lawaai hoorden ze niet meer, naar de groeiende vuilnisbergen aan de overkant keken ze niet. Hun aandacht was gericht op het stukje land dat ze bewerkten. Op de aardappelen en snijbonen die ze er verbouwden, de paprika’s en pepers in de kassen, de pompoenen en druivenranken die hun huisjes overwoekerden, de daar tussendoor scharrelende kippen.
De huisjes hadden ze zelf gebouwd. Sommige leken permanent op instorten te staan, andere verrieden grote handigheid. In de weekenden bakten ze brood in de ovens die ze naast hun huis hadden gemetseld, ‘s avonds werd er gebarbecued.
Die paar honderd vierkante meter die ieder had, vormde een vrijplaats. De mannen vergaten er de mayonaisefabriek, het rangeerterrein en de andere plekken waar ze werkten; de vrouwen en kinderen dachten er even niet aan hun woonwijken Lombok, Kanaleneiland of Ondiep. Het was er, zeiden ze, mooier dan in Izmir of Ankara. Veel mooier.
Dit jaar is het land niet omgespit, gaat er geen zaaigoed de grond in. De kersen- en appelbomen, jaren geleden geplant, worden omgezaagd, de huisjes verbrand, oud ijzer en ander materiaal dat wat zou kunnen opbrengen, opzij gelegd. Misschien komen er nog opkopers. Het zal niet lang meer duren en dan is er niets meer wat herinnert aan Klein Turkije aan het spoor.