Kleindenkers

Geert Wilders wil een verbod op het bouwen van minaretten. We hebben een partij voor de vrijheid die de ander de vrijheid wil ontnemen.

KOM MAAR OP met een referendum over een verbod op het bouwen van minaretten. Laten we de boel maar eens op scherp zetten. In de hoop, uiteraard, dat we dan na de uitslag trots een miniatuurminaret kunnen laten zien, liefst naast de Sint-Jan in ’s Hertogenbosch of de Nieuwe Kerk in Amsterdam, waaraan een briefje hangt: ‘NL – blijkbaar op de landkaart klein, maar in zijn denken groot’.
De partijleider van de Partij voor de Vrijheid, Geert Wilders, was er als de kippen bij om voor een referendum te pleiten toen zondagavond bleek dat de Zwitsers zich in meerderheid voor zo’n verbod hebben uitgesproken. ‘Sondern auch im denken klein’, schreef een Zwitser toen. Prachtig vond Wilders het dat het verbod er daar komt, moet hier ook kunnen.
Formeel kan dat hier niet, het houden van een referendum. Wel bestaat er sinds begin dit jaar wettelijk een regeling voor een burgerinitiatief, waarmee een onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer kan worden gezet. Veertigduizend handtekeningen zijn daarvoor nodig. Die zullen er dan ook wel komen. Potentieel is Wilders’ aanhang daar groot genoeg voor.
De Tweede Kamer moet er vervolgens wel nog mee akkoord gaan. Daar kan het gaan spannen, want het burgerinitiatief van begin dit jaar dat de Kamer opriep tot het verbieden van vuurwerk haalde het benodigde aantal handtekeningen wel, maar de Kamer blokkeerde dat er zelfs maar over werd gesproken. Wilders zou zo’n tussenkomst van de Kamer honen, dat kun je nu al voorspellen: angsthazen, lafbekken, dat soort woorden.
Hoe gevaarlijk een echt referendum over een verbod op minaretten ook zou zijn, het zou tegelijkertijd een uitgelezen moment zijn voor politici om tegenwicht te bieden aan Wilders en de zijnen. Het zou ze de gelegenheid bieden om de boer op te gaan met een belangrijke kernwaarde in ons land: de vrijheid van godsdienst, de mogelijkheden die die vrijheid biedt zoals het hebben van eigen gebedshuizen met de daarbij behorende traditionele torens, maar ook de grenzen die die vrijheid stelt als verschillende godsdiensten naast elkaar leven en er ook nog zoiets bestaat als de gelijkheid van man en vrouw en de scheiding van kerk en staat, om nog maar eens een paar kernwaarden te noemen.
De tegenstanders van zo’n verbod op het bouwen van minaretten zouden dan wel harder het vuur uit hun sloffen moeten lopen dan de voorstanders van de Europese grondwet een paar jaar terug deden. Ze zouden nu echt te vuur en te zwaard – hier figuurlijk gesproken – bovenstaande kernwaarden moeten verdedigen. Dus niet: vrijheid van godsdienst, ‘best wel’ belangrijk.
En ook niet, zoals de Zwitserse regering doet, benadrukken dat een verbod vooral slecht is voor de economie en het toerisme. ‘Hè, toe, stem nou niet voor zo’n verbod, want dan verkopen we minder Edammer kaas en hotelovernachtingen.’ Niet alleen de aanvragers van het referendum hebben dan niet begrepen wat de diepere betekenis is van de aan de bevolking voorgelegde vraag, maar de verdedigers ook niet en dus ook niet wat de gevolgen zijn van zo’n verbod: het overboord gooien van een kernwaarde en het daarmee toestaan van ongelijkheid en dus van onverdraagzaamheid. Allemaal uit angst voor de islam.
Vorige week gebruikte Wilders’ fractiegenoot Sietse Fritsma de begrotingsbehandeling van het onderdeel integratie ook maar weer eens om de islam als boosdoener af te schilderen. Fritsma wilde per se dat PVDA-minister Eberhard van der Laan van Wonen, Wijken en Integratie problemen als een toenemende jodenhaat, het uitschelden van homo’s of het fenomeen van de gescheiden inburgeringsklasjes in verband zou brengen met de islam. Van der Laan vertikte dat. Integratieproblemen zijn het, dat erkende de minister volmondig, maar verder wilde hij niet gaan. Het lijkt een woordspelletje, maar dan wel een met een gevaarlijke ondertoon.
Fritsma op zijn beurt ging niet in op de uitnodiging van Van der Laan om eens toe te geven dat het kabinet op tal van punten waar de PVV graag naar verwijst stappen heeft ondernomen, zoals het inperken van de gezinsmigratie, het verbod per 1 januari op gescheiden inburgeren en het snel laten verwijderen van haatzaaiende of discriminerende uitspraken op Marokko.nl. Dus niet alleen de problemen benoemen, maar er ook wat aan proberen te doen. Over de vraag of dit de goede maatregelen zijn, kun je vervolgens politiek van mening verschillen, zoals bijvoorbeeld de VVD doet, die ze niet ver genoeg vindt gaan.
Maar de PVV wil de maatregelen niet eens zien. Bewust niet, want het zou inhouden dat de partij ook zelf zoekt naar oplossingen voor het integreren van grote groepen nieuwkomers uit landen als Marokko en Turkije in de Nederlandse samenleving, oplossingen die passen binnen de Nederlandse traditie van het pacificeren van verschillende godsdiensten naast elkaar, met allemaal dezelfde rechten en dus niet de een wel met een klokkentoren, maar de ander niet met een minaret. Het zou Wilders en zijn aanhang de kans ontnemen de islam als boosdoener aan te wijzen. Het zou de partij de bodem onder haar voeten wegslaan. Het zou de rattenvanger van Hamelen zijn deuntje ontnemen.
Daarom diende de PVV maar weer eens een motie in. Dit keer beschuldigt de PVV het kabinet ervan volledig voorbij te gaan aan ‘de voortgaande massa-immigratie en de daaraan verbonden islamisering van onze samenleving die al onze vrijheden en kernwaarden aantast’.
Het blijft bijzonder dat een partij voor de vrijheid de vrijheid alleen meent te kunnen beschermen door zelf precies te doen wat het die ander verwijt: het aantasten van die vrijheid. Het zou een gok zijn, maar een referendum kan laten zien dat de meerderheid in Nederland zo klein niet denkt.