De Albert Verlinde-prijs

Kleindorpelijke dopneus

In de loop der jaren ben ik een hartstochtelijk pleitbezorger geworden voor de instelling van de Albert Verlinde-prijs. Niet meteen de pagina geeuwend omslaan, Groene-_lezer. Laat het me uitleggen. Albert Verlinde runt een feestwinkel voor musicals en dergelijke. Bij het televisiepubliek is hij bekend als presentator ‘entertainment’ in het iedere werkdag tussen 18.30 en 19.30 uur op rtl4 uitgezonden programma _RTL Boulevard. Dat klinkt grootstedelijk (Parijs heeft boulevards en Londen en New York natuurlijk, en dergelijke). Maar het programma is oer-Hollands en kleindorpelijk. Albert Verlinde zit in het midden van de drukke presentatiedesk. Van roze papiertjes leest hij ‘entertainment-weetjes’ voor, doordrenkt met sms’jes van zelfbenoemde Bekende Nederlanders, door anderen gemaakte allerbelazerdste filmpjes, een enkele keer heeft hij een zelfbenoemde Bekende Nederlander en dergelijke rechtstreeks aan de telefoon. Dan vraagt hij steeds hoe die naaktfoto toch op internet kwam en hoe het nu voelt na de première van een musical uit een concurrerende dopneuzenfirma.

Steeds als hij een verse lading zingende dopneuzen uit zijn eigen feestwinkel aan het produceren is, krijgen we een allerbelazerdst filmpje te zien van de eerste repetitiedag, waarna Albert Verlinde aan de telefoon informeert hoe de eerste repetitiedag is verlopen en hoe De-Ster-Van-De-Waan-Van-De-Dag zich nu voelt. Albert Verlinde is kampioen-guitig-in-de-camera-kijken en hij lacht veel om zijn eigen grapjes, als een gans met een haperende huig. Het is ongetwijfeld een schat van een jongen, die Albert Verlinde, een troetelnicht uit Den Bosch – volgens mij zoekt zijn vriendje persoonlijk al die lelijke poloshirts voor hem uit. Hij past ook in de lange Nederlandse traditie van knuffelhomo’s, van Albert Mol tot, pak ’m beet, Hans van der Togt. Albert Verlinde weet álles van de polderlandse showbizz en dergelijke. De redactie van dat programma RTL Boulevard is een lijst van hier tot Enschede v.v., dus met die roze papiertjes (en de ‘autocue’) waar hij alles vanaf leest, zit het wel goed.

Wat me af en toe verontrust is dat helden uit ons toch al niet zo rijke omroepverleden hem de hemel in prijzen. Of de presentatoren van dat programma zich afficheren als ‘journalisten’ weet ik niet. If so, dan is het de journalistiek die u en ik beschaafd en rustig consumeren in de wachtkamer van de tandarts, de huisarts en de specialist en dergelijke. In de bevende veronderstelling van aanstaande heftige pijnen of een slecht-nieuws-gesprek bladeren we door pagina’s van bladen die bij de constatering van onze té vroege dood beslist niet naast ons zojuist ontslapen lichaam gevonden mogen worden. RTL Boulevard is kortom gewoon Evert Santegoeds en Wilma Nanninga of hoe die morsige types ook mogen heten. Maar dan op televisie.

Albert Verlinde maakt duizend-en-één maar in ieder geval twee kapitale fouten. De eerste. Hij prijst de dopneuzen uit zijn eigen feestwinkel aan. Nu is dat al enige tijd gebruikelijk – Joop van den Ende is er schathemelrijk mee geworden. Maar die had tenminste de moed het er ongezouten bij te vertellen. Albert Verlinde prijst zijn musicalletjes aan met het in Den Bosch en omstreken, ongetwijfeld door perfide jezuïeten en ander paaps geteisem en dergelijke aangeleerd pokergezicht, alsof-ie er echt, niet waar, he-le-maal niks mee te maken heeft. De tweede fout is ook erg. Wellicht is het u opgevallen dat in deze tekst al een stuk of zes, zeven keer de woordjes ‘en dergelijke’ vallen. Doet Albert Verlinde ook, voortdurend. Van de televisiegeschiedenis heeft Albert Verlinde namelijk weinig kaas gegeten. Van Kooten en De Bie creëerden in hun rijke historie onder meer twee GroenLinks-zusjes, Koosje en Jet Veenendaal, onuitstaanbaar progressieve wijfjes met griezelpruiken. De Bie speelde het zusje dat om de haverklap placht te zeggen dat ze iets vond van iets en wel hierom en der-ge-lij-ke. Met zo’n lelijke, deftig bedoelde ‘ij’, zoals kakmadammen vroeger een ‘kopje kofje’ plachten te bestellen.

Vandaar mijn hartstochtelijk pleidooi voor de instelling van een Albert Verlinde-prijs. Voor het allerlelijkste Nederlands op de polderlandse treurbuis. En voor de meest schaamteloze zelfbevlekkingsjournalistiek.

En der-ge-lij-ke.