Kleine dictator

Zal Noord-Korea binnenkort een kernoorlog met de Verenigde Staten beginnen? Als je de jonge dictator Kim Jong-un hoort zou je het bijna gaan geloven. Sinds vorige week beschouwt hij zijn land feitelijk in oorlog met Zuid-Korea. Hij heeft misschien een paar atoombommen en zijn propagandamachine laat weten dat het land beschikt over raketten waarmee heel Amerika kan worden bereikt. Te oordelen naar wat we er hier op de televisie van zien, ontbreekt het daar niet aan strijdvaardigheid.

Drie jaar geleden hebben ze een Zuid-Koreaans schip tot zinken gebracht. Nu wekt de nieuwslezeres van de Noord-Koreaanse televisie de indruk dat ze in haar eentje Zuid-Korea plus de Amerikanen wel aankan. Soms lijkt het alsof hier aanschouwelijke les in recente geschiedenis wordt gegeven. Dergelijke dreigementen, die agressieve toon waren in de Koude Oorlog pasmunt. Maar nu? Moet je uitleggen dat een Noord-Koreaanse atoomaanval op de Verenigde Staten een wisse zelfmoord voor de agressor zou betekenen?

Proberen we ons in de Noord-Koreaanse situatie te verplaatsen. Er zijn dan drie mogelijkheden. Het regime is in nood, het volk heeft genoeg van de dictatuur en de armoede en weet dankzij digitale communicatie langzamerhand dat het in het Zuiden in alle opzichten veel beter gaat. Dan passen de leiders een oude truc toe: ze creëren een buitenlandse crisis die de rechtvaardiging geeft om in eigen land de noodtoestand uit te roepen. Een beproefd middel tot zelfhandhaving. Maar het kan ook zijn dat ze daar rekenen op de oude bondgenoot China die in de vorige Koreaanse oorlog met vrijwilligers te hulp kwam, waardoor na drie jaar de strijd niet in een nederlaag maar met de bevestiging van het communistisch bewind is geëindigd. Ter behoud van hun macht riskeren ze dan een groot internationaal conflict. En ten slotte moeten we er rekening mee houden dat meer dan een halve eeuw van isolement de Koreaanse dictatuur tot een wereldvreemd gezelschap heeft gemaakt. Ze geloven daar werkelijk in hun eigen oppermacht en denken dat ze van die superioriteit met succes gebruik kunnen maken en dan komt het fatale ogenblik: ze wagen het erop. In alle drie gevallen zou dit avontuur op een catastrofe uitlopen.

Terecht wordt het boze gedrag van de jonge Kim in Washington ernstig opgevat. De modernste gevechtsvliegtuigen zijn naar het crisisgebied gestuurd en de Zuid-Koreaanse president Park Geun-hye heeft verzekerd dat iedere agressie onherroepelijk tot een krachtig antwoord zal leiden. Dat is de taal van de ouderwetse escalatie. Denk aan het meesterwerk van Herman Kahn, On Escalation: Metaphors and Scenarios, 44 stappen naar de kernoorlog (1965). Zou wat nu op het Koreaanse schiereiland gebeurt de inleiding kunnen zijn tot dat laatste stadium, door Kahn beschreven als ‘het spastisch drukken op alle knoppen’? Ook in China is intussen verzet ontstaan tegen de Noord-Koreaanse strijdlustigheid. Een in China bekende journalist, Deng Yuwen, heeft in de Financial Times van 27 februari een artikel gepubliceerd, waarin hij betoogt dat het Chinees-Noord-Koreaanse bondgenootschap achterhaald is en dat deze onberekenbare bondgenoot zijn nut als buffer tegen de Amerikaanse invloed heeft verloren. Intussen is Deng als gevolg van dit artikel ontslagen, maar het is gezegd.

Zou China een nieuwe Koreaanse oorlog willen? De eerste is begonnen in juni 1950, met een Noord-Koreaanse aanval. Seoel werd veroverd, er werden Amerikaanse troepen gestuurd, onder leiding van generaal MacArthur werd de vijand teruggedreven tot achter de 38ste breedtegraad, China kwam Noord-Korea te hulp, de strijd golfde heen en weer en ten slotte wilde MacArthur een kernwapen gebruiken. President Truman was tegen en de generaal werd ontslagen. In juli 1953 werd de wapenstilstand gesloten. De strijd had intussen aan twee miljoen soldaten en burgers het leven gekost. Ook wij hebben aan deze oorlog meegedaan. Er hebben zich toen zestienduizend vrijwilligers gemeld. Ten slotte is een legioen van 4748 man uitgezonden, van wie er 122 zijn gesneuveld. Deze cijfers zeggen iets over de nationale betrokkenheid bij de Koude Oorlog.

Kim Jong-Un, zijn regering en zijn generaals vergissen zich. Ze denken dat de Koude Oorlog voortduurt. Wat de gevolgen zouden zijn als ze op basis van deze vergissing hun beleid zouden voortzetten weten we niet, behalve dat ze daarmee een ramp kunnen aanrichten. Natuurlijk wordt dat ook in Peking beseft en in dit stadium van de economische ontwikkeling is een oorlog het laatste wat China kan gebruiken. De Koude Oorlog is definitief voorbij. Er is geen strijd meer tussen de ideologieën die mede bepalend is voor de internationale verhoudingen. In feite is Kim Jong-un een overjarige acteur die een achterhaald toneelstukje opvoert. Tot dusver gaat het grensverkeer tussen noord en zuid gewoon door. Het is aan Peking om met de heropvoeding van de kleine dictator te beginnen. Dat kunnen we vaststellen, maar we hebben er niets over te zeggen.