Commentaar: Balkan

(Kleine) kans voor de Navo

Op de Balkan worden akkoorden het liefst gesloten als de zomer zoetjes aan ten einde loopt. En slechts ’s winters, als het lastig vechten is, worden wapenstilstanden gerespecteerd. Het akkoord van Ohrid tussen Macedonische en Albanese politieke partijen is dus wankel.

Het akkoord gaat dieper dan het afleggen van wapens. Het neemt de inrichting van de staat in een groot deel van het kleine landje (twee miljoen inwoners) op de schop. Waar Albanezen meer dan twintig procent van de bevolking uitmaken, wordt het Albanees de (tweede) officiële taal, en komt het lokale bestuur, inclusief de leiding van de politie, in Albanese handen. Een Navo-vredesmacht moet de Albanese guerrilla’s ontwapenen.

De Macedoniërs vrezen dat de Albanezen hun lokale zelfbestuur zullen benutten om zuiver Albanese gebieden te creëren. Dat die vrees niet geheel onterecht is, tonen de etnische zuiveringen door Albanese rebellen rond de stad Tetovo van de afgelopen maand en het martelen van een groepje wegwerkers door de rebellen. De Macedoniërs kijken naar Kosovo en denken: «Als ze de Albanezen hier net zo ontwapenen als daar, zijn we ons leven niet zeker.» Ze kijken naar westerse gezanten en denken: «Waarom dwingen jullie ons te onderhandelen met terroristen? Dat zouden jullie zelf toch ook nooit doen? En trouwens, twee jaar geleden in Kosovo steunden jullie ze nog.» Zelfs de bestwillende Macedoniër kan om dergelijke pijnlijke vragen niet heen en voelt zich onveilig.

Ook de Albanezen (ongeveer een derde van de bevolking) krabben zich achter de oren. Eigenlijk wilden ze het Albanees in het hele land verheffen tot tweede taal. En om aan te tonen dat ze in sommige gebieden meer dan twintig procent van de bevolking uitmaken, moet een referendum worden gehouden. Terecht vrezen ze dat dat door de Macedonische meerderheid zal worden gefrustreerd.

Tijdens de onderhandelingen werd er continu gevochten. De rebellen leken overal te komen, tot in de hoofdstad, en toonden veel meer kracht dan in februari, toen de gevechten begonnen. Dat westerse waarschuwingen en zware Kfor-patrouilles nabij Kosovo dat niet hebben kunnen stoppen, doet het ergste vrezen voor het succes van de (zeer gevaarlijke) Navo-ontwapeningsmissie. Om nog maar niet te spreken van het Macedonische wantrouwen jegens het bondgenootschap. Maar de missie biedt ook een kans. Als de Navo niet bang is krachtig op te treden tegen de rebellen, die belang hebben bij het voortzetten van de strijd, en het vertrouwen weet te krijgen van de Macedonische bevolking, heeft ze eindelijk eens een burgeroorlog voorkomen.