Pieter Hilhorst

Kleine-lettertjespolitiek

Het is een prachtige reclamecampagne van Interpolis. Alle vooroordelen over verzekeringsbedrijven worden domweg op hun kop gezet. Dus belooft het bedrijf «verzekeren zonder bla bla», «wij houden het graag kort», «wij helpen u graag ook als u van ons af wilt» en: «Als iets niet duidelijk is, leggen we het gewoon nog een keer uit.» Alle verzekeringsagenten die ik ooit heb gesproken waren precies het tegendeel. Eindeloos zeurden ze aan mijn hoofd. Op de meest basale vragen moesten ze het antwoord schuldig blijven en als ik de polis wilde opzeggen, was ik net te laat en moest ik nog een jaar dokken. De meest hilarische belofte is echter «#14: Weg met de kleine lettertjes.» Het is alsof tandartsen beloven nooit meer te zullen boren. Voorlichter Koen van Veldhoven vindt dat, als ik hem vraag de precieze formulering van de slogans door te geven, helemaal geen slechte vergelijking: «Wist u dan niet dat er inderdaad tandartsen zijn die niet meer boren? Zij werken met zuren. Heeft in The Lancet gestaan.» Ik sta paf. Laat ik het daarom anders formuleren. Ik geloof dat tandartsen eerder stoppen met boren dan dat verzekeringsmaatschappijen hun kleine lettertjes schrappen. Het verhullen en verdraaien van de waarheid is hun vak. Zonder kleine lettertjes geen winst. Toch is de campagne prachtig. Hij heeft de toon van een beschaafd populisme: «Mensen willen niet belazerd worden. Wij weten dat. Wij doen dat niet.»

Het is precies deze toon die Melkert miste in zijn televisie optreden in Buitenhof. Hij stelde daarin voor een deel van de financiële meevallers te besteden aan zorg en onderwijs. Het probleem is alleen dat het kabinet een formule heeft opgesteld voor het verdelen van meevallers. Dus probeerde de sociaal-democraat daar omzichtig onderuit te komen. Het gevolg was dat hij klonk als een potverteerder met wie geen afspraak valt te maken. De Telegraaf kopte al onheilspellend: «Melkert morrelt aan Zalmnorm.» Zo lijkt de minister van Financiën van de weeromstuit een baken van betrouwbaarheid. Niets is minder waar. De kneep zit hem namelijk niet in de Zalmnorm die bepaalt dat meevallers in de inkomsten alleen besteed mogen worden aan lastenverlichting of aflossing van de staatsschuld, maar in de lage verwachting van de economische groei. Doordat het kabinet uitgaat van een trendmatige economische groei die veel lager is dan de economen verwachten, zijn de meevallers geen verrassing. Ze zijn moedwillig gepland. Dat klinkt heel behoedzaam, maar is in feite een slinkse politieke beslissing om te voorkomen dat het geld uitgetrokken kan worden voor zaken die nodig zijn. Al het gepraat over transparantie kan niet verhullen dat politici nog altijd het liefst de meest ingrijpende politieke beslissingen aan het publieke oog onttrekken. De inschatting van de trendmatige economische groei lijkt een technische aangelegenheid, maar is van grotere betekenis dan de begrotingsdebatten die erop volgen.

Het gevolg is dat Melkert zich in bochten moet gaan zitten wringen. Hij had er beter aan gedaan om de toon van de Interpolis-campagne te kopiëren. Hier is beschaafd populisme op zijn plaats. Hij moet kortom de minister van Financiën ontmaskeren als een verzekeringsagent die in de kleine lettertjes zijn winst wil halen. Maar Melkert durft dat niet, bang als hij is dat dit argument als een boemerang op hem terugslaat, want eigenlijk heeft ook hij meer verstand van verzekeren.